Bevrijd door muziek

VERSLAG - Waarin de auteur even ontsnapte aan de realiteit van alledag met hulp van een genie met een viool.

De wereld wordt klein van ons politieke geneuzel. Daartegen verdedigen we ons met muziek. De verkiezingen verengden ons blikveld: alsof het Haagse gedoe zo spannend is.  Gelukkig heeft Freek inmiddels het perspectief hersteld en is de wereld van gewone mensen weer wat belangrijker geworden.

Het is dit gevoel van “nu weet ik het wel”, waardoor ik werd meegetroond naar het Paard van Troje, op de laatste mooie zondag van het jaar. Ben Caplan zou optreden, een jonge Canadees met een baard van een honderdjarige en een roestige stem van een overjarige dronkaard. En een repertoire dat reikt van rock en pop tot commedia del’arte.

Ik had hem eerder dit jaar gezien en gehoord in een kroegje in Deventer, waar hij begeleid door een paar prachtige dames, een spetterende avond verzorgde. De aankondiging buiten was een zwart schoolbord, waarop geschreven: “Ben Caplan sings”. Meer hoeft ook niet. Ik was benieuwd naar meer vioolspel van de dames, maar hij bleek een nieuwe violist bij zich te hebben, Jaron Freeman Fox, geboren in een dorp in Alaska. Vioolspelen moet daar uitgevonden zijn.

De avond begon met een voorprogramma van Queaux Queaux Joans en de Joanettes; onder Coco Jansen is ze vermoedelijk ook te vinden. Zij sprong in Paradiso op de buhne en wilde zingen met Seasick Steve, die dat niet goed vond, want iedereen kon wel mee willen zingen. “Maar ik ben iedereen niet”, wierp zij tegen. Dat klopt volkomen.

Het vervolg kwam snel: ze mocht optreden in DWDD en toonde zich expressief en technisch, een buitengewoon begaafde zangeres. Het was niet aangekondigd dus ik was een beetje afwachtend, maar bij het tweede lied was ik ingepakt: wat een kwaliteit, wat een uitgebalanceerde groep.

Ben Caplan was wel in vorm, maar week vrijwel niet af van zijn optreden eerder dit jaar. De CD had ik al grijs gedraaid. Maar een wonderbaarlijke virtuoos is Jaron Freeman Fox, die met viool en ondersteunende electronica alles kon en deed.

In een toegift mochten Coco en the Joanettes het koor zijn van Forty days and forty nights: een prachtige meebruller over het gemis van zijn vrouw, gedurende veertig dagen en nachten.

Ik dacht aan Samsom en alle andere mannen, die een groot deel van hun bestaan offeren aan de gekte die campagne heet. En Jolande Sap, die voor al haar werk zelfs geen troostprijs mocht krijgen. Het lied van Caplan en begeleiders is ter ere van hen.