Arabieren kijken met Hassnae Bouazza

INTERVIEW - Het veelbesproken boek “Arabieren kijken” van Hassnae Bouazza is bedoeld als ‘kijkje in de gemiddelde Arabische woonkamer (en soms slaapkamer),’ zegt de schrijfster. Slaagt zij daarin?

Arabieren kijken van Hassnae Bouazza is een verfrissend en geslaagd boek. Een boek waarin de Arabische wereld weer een menselijk gezicht krijgt; dat laat zien dat Arabieren méér zijn dan ééndimensionale vlaggenverbranders, vrouwenonderdrukkers en geboren straatrovers.

Dat een boek met een dergelijk voor de hand liggende boodschap ‘verfrissend’ kan worden genoemd is natuurlijk veelzeggend. Een gezonde kijk op Arabieren hebben we blijkbaar al lang niet meer. Gezien de reële problemen met Islamitisch terrorisme en Marokkaanse veelplegers (die we voor het gemak maar even collectief onder de Arabieren scharen) is dat ook weer niet helemaal onbegrijpelijk. Niettemin kijken we wel degelijk – mede dankzij onze nationale media – met een overdreven verwrongen blik naar de Arabische wereld, net als naar hen die daaruit afkomstig zijn.

Arabieren kijken biedt hieraan een welkom tegenwicht. Zo bestaat een groot deel van het boek uit een beschrijving van Arabische populaire cultuur, waaronder films, muziek en soaps. Vooral deze hoofdstukken zijn effectief. Om George Orwell te parafraseren: Iemand die soaps kijkt is geen terrorist, maar overduidelijk een medemens, gelijk aan jezelf, waar je niet graag een drone op afstuurt.

Daarnaast, in een variatie op ‘zeg me wat je leest en ik zal zeggen wie je bent’, biedt een beschrijving van Arabische populaire cultuur natuurlijk ook gewoon een inkijkje in de Arabische ziel. Wil je dus iets meer weten over je Marokkaanse buren, zonder meteen met een bosje bloemen en een appeltaart voor hun deur te staan, dan biedt Arabieren kijken uitkomst. Alleen al daarom is het boek een aanrader.

Dit alles neemt niet weg dat Bouazza geen product heeft afgeleverd dat in alle opzichten of voor iedere lezer even geslaagd is. Arabieren kijken ‘werkt’, omdat er significante spanningen bestaan tussen de Arabische wereld en het Westen. Juist hierdoor bestaat er behoefte aan zoiets banaals als de ‘hermenselijking’ van wat sociologen graag ‘de ander’ noemen.

Zou het boek over een heel andere geografische ruimte gaan, bijvoorbeeld Latijns-Amerika, dan zouden de beperkingen ervan veel meer opvallen. Als beschrijving of analyse van een hele regio is het boek namelijk te onsystematisch en te willekeurig, te anekdotisch vooral. Arabieren kijken is in de praktijk vaak ‘Hassnae Bouazza kijken’.

Op zichzelf is daar niets mis mee. Persoonlijke herinneringen en anekdotes kunnen juist heel krachtig en effectief bepaalde verschillen of overeenkomsten illustreren. Maar in dit geval, vooral omdat de ‘arabierenproblematiek’ steeds op de achtergrond aanwezig blijft, zullen veel lezers niet zozeer zijn geïnteresseerd in de anekdote, maar veel meer in de groep waarvan Bouazza een representant is. Zijn sommige anekdotes en opvattingen in de eerste plaats persoonlijk, of toch ook in grote lijnen toe te schrijven aan het collectief? De lezer moet regelmatig het antwoord op deze vraag schuldig blijven. Zodoende zit er maar één ding op: we vragen het aan Hassnae Bouazza zelf.

Allereerst, kun je je een beetje vinden in bovenstaande beschrijving van je boek of heb ik er niets van begrepen? In het verlengde hiervan: ik kan me zo voorstellen dat je regelmatig wordt gevraagd voor ‘de’ Marokkanen of ‘de’ Arabieren te spreken. Trek je dat nog een beetje?

Hassnae Bouazza: ‘Voor een groot deel kan ik me wel vinden in je beschrijving. Daar waar je het boek willekeurig en onsystematisch noemt, dat kan ik alleen voor kennisgeving aannemen. Uiteindelijk leest een ieder op zijn manier en heeft iedere lezer er zo zijn gedachten over.

Het boek is bedoeld als inkijkje in de gemiddelde Arabische woonkamer (en soms slaapkamer), ver weg van de politiek en dicht ingezoomd op de gewone levens van mensen. De televisie speelt daarbij een grote rol, ook omdat mede dankzij de media en kunsten veel taboes zijn doorbroken de afgelopen decennia en veel ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Ontwikkelingen die aan ons oog hier onttrokken bleven, omdat de media er geen oog voor hadden.

De zaken die ik beschrijf, spelen bij ieder mens: de omgang met taboes, de positie van de vrouw, het gevecht met de strikte regels van het geloof. Ik ben inderdaad heel persoonlijk in mijn boek, maar dat is nodig ter illustratie. Mijn verhaal is dat van velen: we zagen, keken toe, verbaasden ons, maakten ons boos en werden (en worden!) heen en weer geslingerd door twijfel.

Toch spreek ik nooit namens “de Marokkanen” of “de Moslims”. Ik spreek alleen namens mezelf. Niettemin heb ik gemerkt dat je in praatprogramma’s alleen welkom bent als je in de voorgezette mal van de redactie past (de eloquente kut-Marokkaan met een impopulaire mening). Als autonoom individu met een verhaal, ben je niet interessant voor hen. En daar pas ik voortaan voor.’

Die Arabieren van daar, lijken die nog een beetje op de Arabieren van hier, of zijn het zo langzamerhand toch twee verschillende werelden aan het worden?

‘Er zijn natuurlijk genoeg overeenkomsten tussen Arabieren hier, maar ook veel verschillen. Net zoals er verschillen zijn tussen Arabieren uit de Golf, de Levant en Noord-Afrika. Er zijn verschillen tussen Tunesiërs en Marokkanen, ook al zijn het Maghrebijnen. Mensen worden deels gevormd door de omgeving waarin ze leven. Arabieren in Europa nemen plaatselijke dingen over en zo vormt zich een nieuwe subcultuur. Overigens gaat het in Nederland natuurlijk merendeels om Marokkanen en het gros daarvan is Berber.

Zo nemen het (Marokkaans) Arabisch en het Berbers bijvoorbeeld Nederlandse woorden op, al dan niet verbasterd. Ook het eetpatroon verandert: Marokkanen in Nederland eten tegenwoordig boterhammen tussen de middag in plaats van een warme maaltijd, zoals in Marokko gebruikelijk is. Dergelijke veranderingen zijn legio.’

In ‘Arabieren kijken’ komen regelmatig voorbeelden naar voren van de manier waarop in de Arabische wereld naar de positie van de vrouw wordt gekeken. Langzaam maar zeker is daarin belangrijke vooruitgang geboekt, schrijf je. Niettemin blijft het woord ‘feminisme’ in de Arabische wereld een beladen bijklank hebben (‘vrouwen die als mannen willen zijn’ – nou en?). Ook vertel je over een Somalische imam (in Nederland) die zich niet kon vinden in je kledingkeuze vlak na het overlijden van je vader. Weliswaar spreek je je hiertegen uit, maar toch miste ik daarbij een bepaalde urgentie. Je zou uit het bovenstaande bijvoorbeeld kunnen afleiden dat de meeste Marokkanen in Nederland vinden dat maar liefst de helft van de autochtone bevolking zich dingen permitteert die eigenlijk niet kunnen. En zo wordt zinvolle interactie natuurlijk erg moeilijk. Je kunt van vrouwen toch niet redelijkerwijs verwachten dat ze begrip tonen voor de onder Arabische Nederlanders wijdverbreide (?) opvatting dat ze zich niet ‘als mannen’ mogen gedragen? Zie ik de dingen te somber in?

‘Hm, wat bedoel je met het gebrek aan urgentie? Ik ben daar behoorlijk fel over.

Ik denk dat je het inderdaad te somber in ziet. Dat regels voor de eigen groep gelden, betekent niet dat je die klakkeloos aan een andere gemeenschap kunt opleggen. Zo zijn er Marokkaanse mannen die van hun toekomstige echtgenote (uit eigen kring) verlangen dat ze maagd blijft voor het huwelijk, maar het geen probleem vinden als hun Westerse partner al meerdere relaties heeft gehad. Hypocrisie is niemand vreemd.

Bovendien was die imam waar je het over had ook echt de enige persoon die het in zijn botte hoofd haalde iets over mijn kleding te zeggen. Geen van de andere mannen deed dit. Je moet oppassen (en dit zeg ik ook tegen mezelf, want ook ik kan pessimistisch zijn) dat je die Somalische man niet voor alle mannen laat staan. Ik weet eigenlijk niet of hij imam was. Vast niet.

Dan het feminisme. Vergis je niet: ook in Nederland zijn de verhoudingen behoorlijk traditioneel. Het zijn nog altijd de vrouwen die de zorg voor de kinderen op zich nemen, die minder gaan werken, die vroeger naar huis gaan om de kinderen van de crèche of school te halen en ze thuis opvangen als ze ziek zijn.

En als een (allochtone) vrouw op televisie verschijnt – en ik spreek uit ervaring – wordt ze door blanke mannen uitgescholden voor tig variaties van hoer en slet. Een vrouw wordt beoordeeld op haar stem, uiterlijk, zelden op de inhoud. Het lijkt dan misschien wel alsof we hier zoveel verder zijn, maar dat is een superdun laagje dat je er zo af krabt. Het is allemaal niet eenduidig.’

Ik ben het met je eens dat Nederland voor vrouwen nog lang niet het progressieve paradijs is dat we zo graag pretenderen dat het is. Toch heb ik het idee dat het ‘superdunne laagje’ vrouwvriendelijkheid dat hier bestaat wel degelijk verschil maakt. Niet zozeer omdat iedereen opeens minder misogynistisch zou zijn geworden, maar omdat de samenleving als geheel vrouwenhaat minder tolereert. ‘Slet’ en ‘hoer’ roepen kan eigenlijk alleen nog maar anoniem, vanachter een computerscherm. Dat zou toch verschil moeten maken? Of ben ik nu juist weer te optimistisch?

‘Dat maakt zeer zeker verschil. En ook in juridisch opzicht hebben vrouwen het hier beter, dat klopt.

Alleen vind ik het (om op je eerdere vraag terug te komen) bijvoorbeeld geen probleem dat sommige mensen in de Arabische wereld feminisme associëren met vrouwen die als mannen willen zijn. Uiteindelijk is dat een kwestie van semantiek: het doel is gelijkheid en of je dat nu feminisme, emancipatie of gelijkwaardigheid noemt, dat zou niet veel uit hoeven maken. Als het maar lukt.’

In je boek vertel je dat je gelovig bent. Daarbij spreek je je zowel uit voor een genuanceerder, minder traditionalistische lezing van bepaalde passages uit de Koran, als voor imams met modernere, meer eigentijdse opvattingen om je medegelovigen van advies te dienen. Niets mis mee natuurlijk, maar het wringt wel een beetje met de traditie onder Nederlandse gelovigen om bepaalde teksten uit hun heilige boek simpelweg af te doen als ‘niet meer van deze tijd’ of – met een beroep op het eigen geweten – de voorschriften van meneer pastoor of de eerwaarde dominee volstrekt openlijk te negeren. Zie je een iets dergelijks ook in de (Nederlands-)Arabische wereld, of ben je daar toch nog vaak aangewezen op een sympathieke imam om je breuk met traditioneel-Islamitische waarden voor de buitenwereld te rechtvaardigen? Met andere woorden: in hoeverre bestaat er respect voor het gewetensoordeel van de individuele gelovige?

‘Ik vind helemaal niet dat mensen per se naar imams moeten voor leiding. Dat doe ik zelf ook niet. Ik ga af op mijn eigen geweten, maak de keuzes die ik belangrijk vind en plaats dingen in context. Zo doet iedereen het, ook zij die beweren strikt volgens de regels te leven of een imam raadplegen. Iedereen doet aan cherry picking. Iedereen volgt dus ook zijn eigen geweten. Alleen maken sommigen keuzes die dwingend zijn naar anderen en dan gaat het mis. Ik ben juist heel erg voor het in een persoonlijke context plaatsen van de teksten en het gebruiken van je eigen verstand.’

Uit je boek blijkt dat je regelmatig de nodige bagger over je heen krijgt, inclusief kwalificaties als ‘Marokkaanse bitch’, ‘moslimhoer’ en ‘haatsnee’ (lijkt op ‘Hassnae’, ha, ha!). Dat kan nauwelijks worden opgevat als een blije uitnodiging om eens fijn te komen integreren, toch?

‘De haat is soms verbijsterend. Er zijn bepaalde mensen nu al jaren dag in dag uit met mij (en mijn geliefde) bezig. Dat is niet te bevatten. Ze spellen alles wat je schrijft, alles wat je zegt, volgen alles wat je doet, geven daar non-stop commentaar op en proberen bij iedere gelegenheid je te beschadigen. Waarom eigenlijk?

Het erge is: inhoudelijk reageren helpt niet, hard uithalen helpt niet, en negeren helpt ook al niet. Nóg erger dan dit soort idioten vind ik mensen die zeggen dat je je niet tot hun niveau moet verlagen. Ik zou zeggen: “Onderga het eerst zelf een tijdje voordat je begint te oreren over de manier waarop ik het moet aanpakken.” De mensen die je doelbewust proberen te beschadigen beperken zich namelijk niet tot jou alleen, maar breiden hun acties uit naar je omgeving, waaronder vrienden en werkgevers.

Toch vind ik dat mensen alles moeten kunnen zeggen, zolang ik het maar niet hoef te zien. Ik google mezelf niet, ik heb vier miljoen mensen geblokkeerd op Twitter. Maar de virtuele grens oversteken naar werk of dierbaren, dat gaat te me wel te ver.

En wat het met me doet? Het maakt me radicaal. Vooral omdat ik besef dat sommigen zichzelf (en anderen) voeden met deze haat. En daar helpt geen goed gesprek tegen.’

Deze recensie/interview op Sargasso is deel van een blogtournee over “Arabieren kijken”, het nieuwe boek van Hassnae Bouazza. De volgende aflevering is morgen op het blog van Jacob Jan Voerman.

  1. 1

    Uitstekend interview, zowel over het onderwerp van het boek als over de blinde haat die ze tegenkomt door haar werk en activiteiten. Hassna Bouazza is een moedige vrouw die de vinger vaak op de zere plek legt, juist voor wat betreft de dubbelheden van de Nederlandse maatschappij. Ik hoop dat ze nog vaak van zich zal laten horen.

  2. 2

    Dan mag ze me wel heel erg vinden, maar ik blijf er gewoon bij dat je je niet moet verlagen tot het niveau van de anderen. De belangrijkste reden daarvoor is: het werkt niet. Je overtuigt niemand door hem tegen zijn schenen te schoppen. Het enige wat je ermee kunt bereiken is intimidatie.

    Verder een informatief artikel en interview.

  3. 4

    @2: dat het niet werkt, weet en zei Hassnae ook al, maar bij die anderen (niet de anderen) werkt niets. En wanneer die anderen je voortdurend beschimpen en je familie en vrienden lastig vallen, heb ik er best begrip voor, als iemand dan zelf ook eens terug scheldt. Het verschil met die anderen is, dat je met Hassnae wel een normale discussie kunt voeren, en met die anderen niet.

    @3: de enige vraag is, of ze het opportuun vinden hier te reageren. Hoe de usual suspects dan reageren is niet moeilijk te voorspellen. Die gaan op paragraaf 8 in haken.

  4. 5

    De overeenkomst tussen Hassnae Bouzza kijken en Arabieren kijken is dat ze beide altijd de schuld bij de ander leggen en geen enkele introspectie kennen.