7 wegen naar de apocalyps – 3 ziektes

weekendlogo123.jpgVan 5 september t/m 17 oktober kijkt Ippekrites de koffie dik aangaande zaken die ons voortbestaan bedreigen, daarbij terzijde getekend door Crachàt. Verwacht geen erudiete citaten of intelligente links, maar slechts wilde speculaties die haast aan science-fiction grenzen. Dat alles echter wel gebaseerd op wat Ippekrites tot nu toe over het onderwerp tot zich heeft genomen. Nogal serieuze kost dus, maar als je wilt lachen kijk je maar naar “Mock the week”. Deze derde aflevering behandelt de dreiging van nieuwe ziektes, die als een donkere kamer van Damocles boven ons hoofd hangt.

Volgens de Dikke mag “ziekten” ook, heeft misschien zelfs de voorkeur, maar op een of andere manier ligt “ziektes” mij lekkerder in het gehoor. Bedoeld zijn niet de vage klachten waarmee de spreekuren van de huisartsen tegenwoordig verstopt zitten. Die worden veroorzaakt door de stofjes uit de vorige aflevering, daar kun je vergif op innemen. Hier gaat het over ziektes veroorzaakt door virussen en bacteriën, de echte klassiekers onder de lichamelijke klachten.

Het kenmerkende van dit soort ziektes is dat zij worden overgedragen van mens op mens, hetzij door fysiek contact, hetzij door simpelweg in elkaars nabijheid te zijn, door elkaars uitwasemingen op te snuiven. Dat betekent dat ziektes zich beter kunnen verspreiden als er meer intermenselijk contact is. En dat hebben we volop tegenwoordig. Mensen reizen voor hun plezier of voor hun werk de hele wereld over. Bewoners vanachter verre einders zoeken hier al dan niet legaal onderdak, terwijl ontevreden landgenoten hun heil weer ver van hier zoeken.

Nu hoeven al die wereldwijde contacten helemaal geen probleem te zijn. Integendeel zelf, door buiten de onmiddellijke omgeving nageslacht te verwekken wordt de soort sterker. De variatie in de genen wordt groter en daarmee de kans dat er iemand tussen zit die tegen een gevaarlijke ziekte beschermd is. Men zegt dan dat de genenpoel groter wordt. De andere kant van deze medaille is dat de genenpoel steeds kleiner wordt door altijd maar in eigen kring te neuken. De gevolgen daarvan kunnen o.a. misvormde nakomelingen zijn. Maar zwart-wit ligt de werkelijkheid natuurlijk niet. Want stel dat er in een streek een levensgevaarlijke mutatie heerst, dan is het maar al te fijn dat een naar binnen gerichte conservatieve levenshouding die mutatie daar houdt en niet over de mensheid verspreidt.

Bacteriën kunnen we in principe doden terwijl zij al in ons lichaam zitten, dankzij de nazaten van de penicilline, de zogenaamde antibiotica. Een nadeel van een antibioticum is dat het een generiek middel is, het werkt met name tegen een bepaald type bacterie, bijv. vooral tegen streptokokken. In ons lichaam komen ook bacteriën voor die ons helpen, denk maar aan de darmen waar bacteriën ons helpen bij de spijsvertering. Die wil je liever niet kwijt maar die gaan er helaas ook aan. Een veel groter nadeel van antibiotica is echter dat er een kans bestaat dat bacteriën leren zich ertegen te verweren. Je krijgt dan een resistente bacteriestam. Meestal lukt het dan nog om die stam aan te pakken met een variant op het antibioticum, maar ook daartegen kan weer resistentie ontstaan. Is een bacterie overal tegen bestand dan noemt men hem multiresistent. Dit zijn de jongens die je beter niet tegen kunt komen.

Virussen zijn van een andere orde. Slechts een minderheid van de virussen kunnen wij effectief bestrijden, alhoewel op dat gebied ook voortdurend vorderingen worden gemaakt. Maar een groot probleem met virussen is dat je per virus een eigen verdelgingsmiddel moet vinden, dat dan ook nog eens de rest van de lichaamseiwitten intact moet laten. Dat de strijd tegen virussen veel moeilijker is blijkt wel uit het feit dat er nog steeds geen middel bestaat tegen het HIV-virus. Een veel groter probleem met virussen is dat zij mutagener zijn dan bacteriën, zij veranderen veel sneller van samenstelling waardoor een verdelgingsmiddel sneller verouderd zal raken. Hierdoor is het bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk om iets tegen het griepvirus te doen. Daarvan ontstaan namelijk per jaar nieuwe mutaties die “levensvatbaar” zijn binnen de menselijke soort.

Een vrij recente ontdekking maakt deze biologische nanowereld nog een tikkeltje griezeliger. Virussen blijken namelijk in staat van de ene soort drager op de andere over te stappen, bijv. van aap naar mens. Voor bacteriën is dat redelijk gewoon, zij zijn niet kieskeurig waar het hun leefmilieu betreft. Er zijn natuurlijk volop bacteriën die een specifieke habitat vereisen, maar vooral de ziekteverwekkertjes zijn weinig kieskeurig, ja zelfs kunnen zij bij de ene soort dodelijk zijn, terwijl zij bij de andere een sluimerend bestaan leiden. Van virussen dacht men echter lange tijd dat zij behoorlijk aan een bepaalde gastheer vastzitten, bijv. doordat zij soortspecifieke lichaamseiwitten gebruiken om een cel binnen te dringen. Alleen van het griepvirus was al vroeg bekend dat het in iets andere gedaante bij dieren voorkomt. Maar de lijst met overstappers is intussen langer dan goed voor ons is.

Behoren de dierlijke dragers tot het zogenaamde bushmeat, dan is het gevaar misschien niet zo groot. Want die zijn we toch al aardig aan het uitroeien. Maar kijken we naar onze veestapel dan zien we een veel gevaarlijker patroon. Door het vee te veredelen en slechts een bepaalde stam voort te kweken zijn we bezig de genenpoel te verkleinen. Er is een risico dat het vee daardoor kwetsbaarder wordt voor bacteriële en virale ziektes, te meer daar er op grote schaal misbruik wordt gemaakt van antibiotica. Dat vee zit in grote hoeveelheden op elkaar gepakt, terwijl het tegelijk op grote schaal wordt vervoerd. Die combinatie werkt snelle en grootschalige verspreiding van ziektes in de hand, zoals we gezien hebben bij uitbraken van bijv. BSE. Iedereen volgt nu wel het vogelgriepvirus met argusogen en dan met name de uitbraken daarvan in China, maar misschien is een toevallige mutatie van een virus in Neeltje Jacoba 1346 te Luttelgeest wel onze Nemesis.

Alle besproken ingrediënten blijken een voor de mens levensgevaarlijke cocktail te vormen. Mensen en dieren zitten in steeds grotere aantallen op elkaar gepakt en zij verplaatsen zich steeds intensiever over grotere afstanden. Bacteriën en virussen reizen daardoor in noodtempo de wereld rond. Door misbruik van antibiotica ontstaan er bacteriestammen die multiresistent zijn. En virussen krijgen door het intensieve contact tussen mens en dier meer kans om dankzij een mutatie succesvol op de mens over te stappen. Wie 1491 van Charles C. Mann heeft gelezen weet wat de gevolgen voor een beschaving kunnen zijn als die met een totaal onbekende ziekte wordt geconfronteerd. Ontstaan er op korte termijn verschillende nieuwe ziektes tegelijk dan zijn we echt totally fucked. Vooral als de incubatietijd lekker lang is. Van mogelijke overlevers zullen we wellicht kunnen zeggen: “it’s human life Jim, but not as we know it”.

De vraag bekruipt me nu of de lezers er al de ziekte in krijgen.

[poll=192]

  1. 2

    De vraag bekruipt me nu of de lezers er al de ziekte in krijgen.

    Mijn allereerste reactie op Sargasso, enige tijd geleden, ging over dat vogelgriepvirus dat elk jaar de kop op steekt en waar dan vijf mensen aan dood gaan.

    Tot nu kwam in de tussenliggende tijd met grote regelmaat de angstgegner vogelgriep voorbij.
    Gisteren nog.

    Dus ja, ik heb er genoeg van, ik heb er de ziekte in.
    Behoorlijk.

    Angst is waar het om gaat en als je er maar genoeg over praat wordt het vanzelf echt. De angst dan wel te verstaan. Zelfs al praat je er badinerend over.

  2. 4

    Tja poster, dank U fraai stuk werkelijk, bevlogen ook en eerlijk..De begeleidende schets is vanouds sharpas!. Echter..however zeg maar..

    Ik vraag me af of U in deze materie de nodige schoolbankervaring heeft, ik wil geen flame maar hier en daar bekruipt me een gevoel van..wiel, zwarte garen en bovenal een ietwat nauwe kijk op een paar miljard jaar evolutie. Klinkt wat vaagjes maar heb nu de tijd/zin niet om u proberen te overtuigen van de deelverzamelingen van genenpool’s, de “beslissingen” op de raakvlakken, de eigenschappen die er zijn voor de niche..de voelspriet van een als een organisme gedragende micro/nano-pool (zelf een termiet weet hoe dat moet).

    Enfin, dank U voor deze warme post, meer graag. Me mopperend in de marge is ook wat zwak.