Het volkskapitalisme en de trots

De politiek, de ambtenarij en de regelgeving lijken bronnen te zijn voor populistische woede. De PVV heeft er weinig inhoudelijks tegen aan te voeren, maar de kracht van Wilders zit in de consistentie van zijn vorm. Hij heeft humor maar lacht niet, hij is woedend, meester in superlatieven en nieuwe grenzen overschrijden. Privé schijnt hij aardig en vriendelijk te zijn.

De vraag voor de anderen is, wat te doen? Trots zijn op de resultaten, zoals Samsom zegt?

Markt en overheid

Ben ik gevangen in een liberaal vertoog als ik denk dat de tegenstelling markt en overheid nog steeds fundamenteel is, dat die in een intensieve strijd over hun primaat verwikkeld zijn?

Buitenhof geeft voorbeelden: minister Schippers wil met de farmaceutische industrie onderhandelen over prijzen van geneesmiddelen. Dat is mooi van een marktgelovige liberaal: waarom gelooft zij nu niet in het prijsmechanisme? Alleen omdat mensen bij een harde strijd om de prijs om het leven komen? Of ziet ze de noodzaak van het marktmeesterschap?

In de discussie met Paul Witteman blijkt dat de bewindsvrouw zich druk maakt over de prijsvorming van medicijnen: zij wil zich een oordeel kunnen vormen over de kostprijs, de ontwikkelingskosten, de winstmarge. Ik zie een liberaal van haar geloof vallen, maar zij zal zeggen dat een liberaal altijd tegen te grote marktmacht moet zijn.

Al kijkend mijmer ik over de huisvestingsproblemen in onze geschiedenis. Ook hier bestonden problemen met prijzen voor consumenten: daar bedachten we tientallen subsidies voor. De meeste waren kostprijsverhogende subsidies, maar het eindresultaat van onze huisvesting is in mondiale vergelijkingen niettemin uitstekend. De bouwsector verdiende wat veel, dat was jammer.

Ook de prijs van de producenten was een probleem: dus werden aanneemsommen in een database opgeslagen, maar wat de uiteindelijk gerealiseerde aanneemsommen met sturing van de prijsvorming te maken hadden, bleef een onbeantwoorde vraag.

Ik herinner me ook de affaire met de klokkenluider Bos en de rekenmethodes van aannemers en kan een vermoeide grijns niet verklaren aan mijn vrouw.

Vervolgens komt de hooggeleerde Arnoud Boot praten over de financiële wereld en de bankiers. De crisis heeft maar weinig lessen geleerd, er is weer een dubieuze constructie aanvaard door de Minister van Financiën, reden waarom een normale aandelen uitgifte door de banken niet zal worden gevolgd en het risico van de bedrijfsvoering van banken weer bij de belastingbetaler wordt gestald.

Ook boeiend is de discussie over de hypotheekrenteaftrek: Witteman vraagt of dat niet geschrapt kan worden. Boot vindt dat ook, want met de huidige rentestanden, kan niemand daar veel pijn aan hebben. Maar wie wil de pacificatie van het H-woord opnieuw open breken?

Deze voorbeelden geven aan dat er een private sector is waar ondernemingen werken, maar ook een sector van overheidsdienaren, die geacht worden toe te zien op een eerlijke gang der dingen op de markt, “het marktmeesterschap”.

Denken over onze samenleving impliceert dat je nadenkt over de wenselijke omvang en aard van overheidsinterventies.

Robert B. Reich

Deze voormalige minister van de arbeidsmarkt onder Clinton schreef een boek, “Saving Capitalism, For the many, not the few.” Hij maakte een vergelijking van economische parameters, in de aanloop van de crisis van 1929 en die van 2007.

Hij begint zijn boek met een citaat uit 1814:

There are two modes of invading private property: the first, by which the poor plunder the rich… sudden and violent; the second, by which the rich plunder the poor, slow and legal.

De vraag of er een sinistere samenzwering van rijken is, die de armen armer willen maken – ongeveer sinds Ronald Reagan – beantwoordt hij evenwel toch ontkennend. Het betekent alleen niet dat er niets aan de hand is of niets zou moeten gebeuren.

Sprekend is een tabel waarbij de inkomens van de bovenste 10% en de 90% worden vergeleken. (p.162) ook anderen bevestigen een dramatische toename van inkomensongelijkheid, b.v. Andrew Hacker in New York Review of Books, (23 febr 2012) die de Gini indexen vergelijkt:

1972 .359

1985 .389

2010 .440

In het eerste deel van zijn boek geeft hij een boeiende analyse van de vrije markt en hoe die functioneert. Als je een vrije markt wilt hebben, moet je besluiten nemen over:

  • Property: what can be owned
  • Monopoly: what degree of market power is permissable
  • Contract: what can be bought and sold and on what terms
  • Bankruptcy: what happens when purchasers can’t pay up
  • Enforcement: how to make sure no one cheats on any of these rules.

Het is een program voor regelgeving van interventies. In de V.S. bestaat ook omvangrijke regelgeving over marktmacht en concurrentie. Een geheel vrije markt is een construct uit het “economisme\’.

In deel 2: Work and Worth gaat hij in op de ontwikkeling van de ongelijkheid en de impulsen daarvoor. Hier komen de studies over de economische parameters van pas: de groeiende ongelijkheid kon worden gecompenseerd door meer arbeid, inzetten van vrouwen voor inkomen, verhoging van schulden. Daarna kwam de schuldencrisis.

Met zijn analyses over hoe de laatste decennia in de V.S. hebben uitgepakt lijkt mij niets mis, met de verhalen over mythevorming over je waarde en wat je mag en moet verdienen evenmin.

Zijn deel 3: Countervailing Power, stelt een beetje teleur. Hij gaat in op de feedback loop tussen de extreme rijken en de politiek, over de positie van de vakorganisaties in loononderhandelingen, de automatisering en de invloed daarvan op de arbeidsmarkt.

Hij schetst in de eerste twee delen een grimmig maar vrij accuraat beeld van hoe het toe gaat, maar de verbetering moet komen van een hernieuwde kracht van de vakbonden, de vorming en herstel van een middenklasse, die is weggesmolten, van nieuwe regels over financiering van verkiezingscampagnes.

Reich’s slotwoord gaat over de uitdaging aan de democratie.

The critical debate for the future is not about the size of government; it is about whom government is for. The central choice is not between the “free market” and government; it is between a market organised for broadly based prosperity and one designed to deliver almost all the gains to a few at the top. The pertinent issue is not how much is to be taxed away from the wealthy and redistributed to those who are not; it is how to design the rules of the market so that the economy generates what most people would consider a fair distribution on its own, without necessitating large redistributions after the fact. (p.219)

Een visie?

Ik geloof dat de V.S. in een aantal opzichten nogal anders zijn dan Nederland. De ongelijkheid is bij ons minder groot, hetgeen wij ongetwijfeld te danken hebben aan linkse stromingen, de PvdA en Den Uyl voorop. Die grotere gelijkheid maakt Nederland tot een bewoonbare plek op aarde.

Maar meer reden om trots te zijn op de prestaties van de sociaaldemocratie zie ik niet.

Nou vooruit: eentje dan nog.

De decentralisaties in het sociaal domein kunnen goed uitpakken. Er is dapper geprobeerd een groot stuk van de verzorgingsstaat een slag te draaien en de verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning weer bij leefverbanden te leggen.

Dat is een goede beweging, al zijn toenemende bureaucratie en desorganisatie geen erg goede voortekens. En moet het inzicht nog groeien dat gemeenten geen uitvoeringsorganen zijn van Haagse bureaucratische normen, maar juist dragers van een lokale soevereiniteit.

Diederik Samsom slaat iedereen met een zaagje bij zijn stoelpoten vandaan. Dat mag hij doen. Maar of hij er vertrouwen van miljoenen kiezers mee kan verwerven is de vraag.

Robert B. Reich, Saving Capitalism, for the many, not the few, New York, 2015

  1. 1

    Ben ik gevangen in een liberaal vertoog als ik denk dat de tegenstelling markt en overheid nog steeds fundamenteel is, dat die in een intensieve strijd over hun primaat verwikkeld zijn?

    @Tom van Doormaal
    Waarom denken in tegenstellingen? Sommige zaken kunnen beter aan het collectief overgelaten worden, anderen beter aan de markt.

    Je geeft zelf al aan dat mevr. Schippers van haar geloof is gevallen en is er kennelijk toch marktmeesterschap nodig in de zorg. Maar we dienen er voor te waken om in tegenstellingen te denken. Op bepaalde punten pakt de marktwerking gunstig uit voor de client. Omdat mijn vrouw chronisch ziek is heb ik veel te maken met de geleverde zorg. De lijntjes zijn kort. Wij zijn zeer tevreden over die zgn marktwerking. (Wat de zorg betreft)

    Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat de marktwerking een dogma moet zijn of worden. Op bepaalde terreinen dienen we op onze schreden terug te keren.

    In Nederland zijn heel veel zaken goed geregeld. In feite omdat we een gemengde vorm kennen van markt en overheid. Na de val van de muur echter is ‘de markt’ heilig verklaard. Omdat een planeconomie niet bleek te werken. We zijn doorgeschoten in het markt-denken. Maar we moeten er voor waken om ook niet weer de andere kant op te schieten.

  2. 2

    “Die grotere gelijkheid maakt Nederland tot een bewoonbare plek op aarde.”

    In tegenstelling tot de VS, niemand zou daar ooit heen verhuizen.

  3. 4

    “Privé schijnt hij aardig en vriendelijk te zijn”.

    Sorry hoor maar als je me voor de camera afbekt en afbrandt en me een “Linkse terrorist die staatsgevaarlijk is!” noemt, dan hoef je ook privé niet bij me aan te kloppen. Dan mag je lekker stikken dat soort vieze huichelaars moet ik niet. Als je me haat dan haat je me, maar ga niet mijn vriendje worden als de rest van het schoolplein me niet moet en je mee pest als ze er bij zijn.

  4. 5

    In de medicijn branche is er vaak geen sprake van marktwerking, omdat er vaak een patent op een medicijn zit waardoor er niet op prijs en kwaliteit geconcurreerd wordt.In het geval van monopolies en kartels is het de taak van de overheid als scheidsrechter te fungeren. Daarbij is de overheid via de sociale voorzieningen deels klant van de medicijn industrie, dus is het logisch dat ze ook mee onderhandelen over de prijs.

    De huizenmarkt is ook geen compleet vrije markt. De prijs wordt grotendeels bepaald door de schaarste van bouwgrond, wat weer wordt gereguleerd door de overheid. Hier is de overheid de monopolist.

    Uiteraard zou het beter zijn als de HRA wordt afgeschaft, alleen moet dat dan gecompenseerd worden is een evenredige verlaging van de inkomstenbelasting, anders is het een ordinaire lastenverzwaring. Tegelijkertijd zullen dan de huursubsidies, eigenwoningforfait en de overdrachtsbelasting moeten worden afgeschaft. Dat is nogal en klus, waarvan nog te bezien is of dat veel op levert.

    Het risico van de banken kan makkelijk worden opgelost als de overheid de controle en de financiële reserves wat beter controleert, na de vorige crisis is daar al behoorlijk wat aan verbeterd. De kans zit er eerder is dat we een nieuwe overheidsschulden crisis krijgen, want een aantal overheden hebben hun lesje nog steeds niet geleerd. In de Zuidelijke EU landen dreigt het al weer uit de hand te lopen met regeringen die de hand niet op de knip kunnen houden.

  5. 6

    “De decentralisaties in het sociaal domein kunnen goed uitpakken. Er is dapper geprobeerd een groot stuk van de verzorgingsstaat een slag te draaien en de verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning weer bij leefverbanden te leggen.
    Dat is een goede beweging…”

    Nee, de decentralisaties in het sociale domein gaan desastreus uitpakken. Een kind kan dat voorzien. Helaas zijn de eerste voortekenen ook niet gunstig.

  6. 7

    @1: ik dacht dat ik niet zo’n denker in tegenstellingen was. Ik vind het juist heel aardig dat liberalen als Schippers en Blok de werkelijkheid tegen komen en dan willen gaan ingrijpen als echte socialisten. Maar ik weet niet of het wanorde in hun hoofd veroorzaakt.
    Ik ben over sommige marktwerking ook redelijk tevreden, ik erken het met enige terughouding.
    @2: de V.S. is een prachtig en opwindend land, maar ik ben er wel voor de inkomensverschillen wat kleiner te houden dan daar. Het feit dat dit bij ons gebeurt, maakt dit landje ook heel bewoonbaar. Je hoeft daarvoor geen quote van hans Spekman over nivellerenen feestjes uit de kast te halen.
    @3: de mededeling was en is dat de markt altijd machtsconcentraties kent. Die ontstaan door gebruik van patenten, maar ook door kartelvorming, prijsafspraken en crimineel gedrag. Bij fabricage van auto’s kun je met normering en toezicht een eind komen, maar zieken sterven op wachtlijsten.
    @4: het contrast dat ik poogde te maken was dat tussen vorm en inhoud. Ik zou met een vriendelijke afstand mijn inhoud nog eens verklaren en provocatie vermijden. Het verbale geweld neemt voortdurend toe. Ik vrees dat het een wezenstrek van populisme is: hoe houd je de Wutburger bij de les?
    @5: ik weet niet zeker of je het stuk gelezen hebt, maar je geeft redelijke samenvattingen.
    @6: ik ben geen kind, ik ben ook wel bezorgd, maar ik weet niet of het een ramp wordt. De samenleving moet groeien naar iets anders, sociale verhoudingen, volwassen burgerschap.
    Als je dan als MS patiënt geen kleren meer kunt kopen, omdat de gemeente voor een aanvraag bijzondere bijstand zo veel tijd nodig heeft, dan is dat zuur en erg fout. Maar met de social media pakken we dat wel op.