1. 2

    Helaas ontgaat het minister Rosenthal dat het fenomeen mensenrechtenambassadeur in feite fungeert als schaamlap voor het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Voor het herwinnen van onze geloofwaardigheid in deze, schiet het opheffen van deze (scherts-)functie echter fundamenteel tekort. Daarvoor zou Rosenthal er primair oog voor moeten krijgen dat het niet naleven van de mensenrechten door dictatoriale regimes alles te maken heeft met het disfunctioneren van de VN-Veiligheidsraad. Dit orgaan dat in het leven is geroepen voor het behoud van vrede en veiligheid in de wereld, is namelijk niet op zijn taak berekend. Begrijpelijk, omdat het dictatoriale recht van veto, waar de vijf permanente leden over beschikken, het adequaat uitvoeren van die taak blokkeert. De totstandbrenging van mondiale vrede en veiligheid is nu eenmaal alleen mogelijk op basis van consensus en niet door resoluties van de Veiligheidsraad.
    Om het VN- of vredesideaal in het vizier te krijgen zal dan ook eerst de onbruikbaarheid van het vetorecht en daarmee het bestaansrecht van de Veiligheidsraad aan de orde gesteld moeten worden in de Verenigde Naties. Bij monde van onze minister van buitenlandse zaken Uri Rosenthal, zou Nederland daar het initiatief toe kunnen nemen. Op termijn maakt dat de weg vrij voor een fundamentele reorganisatie van de VN van een ongeloofwaardige organisatie van regeringen die primair staan voor het nationaal belang, tot een gezaghebbend mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden dat primair staat voor het mondiaal of algemeen belang.. Artikel 109 van het Handvest biedt daar uitdrukkelijk de mogelijkheid toe. De broodnodige reorganisatie waarmee dictatoriale regimes tot de orde geroepen kunnen worden, zonder te dreigen met sancties of geweld. Dreigementen die geen enkele oplossing bieden, maar enkel kassa’s doen rinkelen. In het bijzonder van de lucratieve wapenindustrie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren