Voorstellen Nationale Conventie – 6

Logo Nationale ConventieHierbij het zesde deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1)

6. Eis in de overheidsbekostiging van instellingen die publieke goederen en diensten leveren, dat zij zeggenschap regelen voor hun klanten.

Toelichting Nationale Conventie:
Mondige burgers willen meer zeggenschap over de inrichting van hun eigen leefomgeving.
Ze hoeven niet aan het roer te staan, maar willen wel dat hun belangen en inzichten serieus worden genomen. Die wens beperkt zich niet tot invloed van burgers op haar overheid in enge zin (met ambtenaren en politici). De leefomgeving van burgers wordt niet alleen bepaald door de klassieke overheidsorganen. Vaak hebben burgers meer te maken met (semi-)publieke instellingen die op een redelijke afstand staan van onze volksvertegenwoordigers. Zo zijn verpleeghuizen bepalend voor klanten (en hun kinderen) en scholen voor leerlingen (en hun ouders). Het gaat om instellingen die publieke goederen of diensten leveren, die niet elders verkrijgbaar zijn. Burgers zijn gebonden aan deze instellingen met een regionaal monopolie. Bij sommige instellingen is de zeggenschap beter, zoals in het onderwijs, dan bij andere instellingen, zoals in de zorg.

Bijna alle (semi-)publieke instellingen worden voor een groot deel of zelfs geheel bekostigd met gemeenschapsgeld. De overheid stelt bij deze financiering allerlei eisen ten aanzien van kwaliteit, toegankelijkheid en effectiviteit, maar verlangt nauwelijks zeggenschap.
De Conventie beveelt de (rijks)overheid dan ook aan om in de bekostiging van instellingen die publieke goederen en diensten leveren, eisen te stellen ten aanzien van de democratische en doelmatige bestuursvoering en zeggenschap van burgers die deze goederen en diensten af moeten nemen. De zeggenschap zal per sector verschillen en zal niets afdoen aan de eindverantwoordelijkheid van de bestuurders van deze instellingen.
Ook komt de hier bepleite zeggenschap niet in de plaats van de verantwoordelijkheid van de klassieke overheidsinstellingen om algemene afwegingen te maken en te controleren of belastinggeld goed wordt besteed.

Uitvoering:
Wetswijziging noodzakelijk.

Hier heb ik zo mijn twijfels bij. Zeker omdat een groot deel van genoemde instellingen geen structureel gebruik door burgers kent. Dat wil zeggen, dezelfde burger die meerdere keren of continu bij die instelling diensten afneemt. Zoiets is misschien bij scholen nog wel te organiseren (ouderraden), maar bij ziekenhuizen kan ik me dat al moeilijker voorstellen.
Verder ben ik bang voor een extra praatlaag die weinig gaat toevoegen. Want welke “macht” wordt aan deze inspraak toebedeeld?

[poll=25]

– Het volledige advies van de Nationale Conventie
– Voorstellen Nationale Conventie: 1, 2, 3, 4, 5

  1. 1

    Quite d’accord. Elk ontwerp van verandering zeer goed pretesten, of je verschuift het probleem dan wel maakt het onbetaalbaar. Veel oppervlakteproblemen hebben dieperliggende problemen die anders kunnen worden aangepakt dan via inspraak- en ombudsprocedures. Eerst beter managen, met meer kwaliteitszorg, en daarna pas …

  2. 2

    In plaats van zeggenschap zou het misschien een goed idee zijn om klanten op te nemen in het orgaan waar sowieso al verantwoording aan afgelegd moet worden: de raad van commissarissen. Als een deel van die raad uit een klantenafvaardiging bestaat hebben die ‘ervaringsdeskundigen’ invloed op het beleid. Al kun je je afvragen hoe je die dan weer werft.

  3. 3

    Los van de extra praatlaag – wat trouwens een goed tegenargument is: het wezenskenmerk van publieke goederen is juist dat de klanten moeilijk identificeerbaar zijn. Niet IK ben klant, maar IEDEREEN is tegelijkertijd klant. En die inspraak is al geregeld via verkiezingen en democratische controle.

    Wat misschien een goed idee zou zijn is om eens al die ZBO’s tegen het licht te houden. Praktisch oncontroleerbaar, maar wel betaald van belastinggeld.

  4. 4

    Afhankelijk van hoe je inspraak ziet moet dit niet al te lastig te organiseren zijn.

    Als het gaat om invloed op de geleverde kwaliteit van diensten, moet je het denk ik niet zoeken in traditionele vergaderingen en besturen, maar meer ad hoc en bijvoorbeeld via internet. Zoals Steeph opmerkt zijn het vaak geen structurele maar incidentele contacten. Nu hoeft dat nog geen probeleem te zijn. Als je op internet een bijvoorbeeld een reis geboekt heb krijg je na afloop vaak een mailtje met het verzoek feedback over de reis te geven. De reisorganisatie gebruikt dit dan voor de beoordeling van de hotels ed.
    Dit zou je kunnen uitwerken aan de diverse instellingen kunnen opleggen en ze hierover later rapporteren.
    En als je er heel goed over nadenkt kun je dit koppelen aan prestatieeisen voor wat betreft de dienstverlening en hier voorwaarden voor de finaciering verbinden.

  5. 6

    Ja, je moet er alleen wel bij bedenken dat klanten niet vrij zijn in hun keuze. Dus je moet hun input op de een of andere manier vertalen in een prikkel voor de instellingen.

    Naming en shaming zou kunnen. Maar je ziet bijvoorbeeld bij vergelijkingen tussen gemeenten dat de slechtst presterende hier altijd een hele goede verklaring voor op weet te lepelen.

    Dus je zou moeten nadenken over financiele of andere voelbare prikkels.