Tweetaligheid in onderwijs voor alle leerlingen?

ANALYSE - Afgelopen maandag stond er een ingezonden brief van Jaap Dronkers in De Volkskrant. Hij maakt zich zorgen over nieuwe plannen van Dekkers om Engels al vanaf de kleuterklas in te voeren. Dronkers vindt dat een bedreiging voor de samenleving: taal is het bindende element van een natie.
De reacties en ingezonden brieven waren stevig. Nederland heeft open grenzen, globalisering is niet te stoppen, en het zijn de ouders die dit terecht willen, om een paar reacties te noemen.

In het voortgezet onderwijs in het Tweetalig onderwijs (tto) sterk in opkomst: in 2011 waren er in totaal 152 scholen voor Tweetalig onderwijs met naar schatting 27.000 leerlingen. Dat is nog “slechts” 3% van de leerlingen, zou je kunnen zeggen. In het basisonderwijs is de groei in “vroeg vreemdetalen onderwijs” ook fors: in 2011 kregen 64.500 leerlingen vanaf groep 1 een vreemde taal aangeboden, op 645 scholen (2,5% van totaal aantal leerlingen in po). Gaat dit onderwijs niet ten koste van de inhoudelijke kwaliteit? We weten het niet.

Bron: Kerncijfers OCW 2007-2011

Ik vind het een ingewikkeld thema en heb er geen eenduidige mening over. Hoewel ik sommige reacties op het artikel van Dronkers ijzersterk vond, vind ik dat we zijn betoog serieus moeten nemen.  Het is makkelijk om er klakkeloos vanuit te gaan dat het zo vroeg mogelijk aanleren van een tweede taal, goed is voor onze kinderen. Maar het is nog iets anders om dat tot standaard te verheffen in het hele onderwijs. Ik heb er geen sluitend betoog tégen, maar er is ook geen sluitend betoog vóór. Wel wat “losse” gedachten en observaties.

Alles van waarde is weerloos: hoe waardevol is onze eigen taal?
Allereerst is taal verbonden met diepe emoties. Als ik bij het Meertens Instituut een geluidsopname beluister van een Achterhoeks dialect (opgenomen in Varsseveld in 1974), dan hoor ik mijn opa, en alle goede herinneringen uit mijn jeugd.  Dialect was op school not done en velen hebben hun streekdialect verleerd onder invloed van het onderwijs. Of dat goed of slecht is weet ik niet, maar het laat zien dat het helemaal niet ondenkbaar is dat onze (achter)kleinkinderen geen Nederlands meer spreken. Dat gaat in andere landen ook soms heel snel. In het Amerikaanse onderwijssysteem is het Engels geen beschermde taal. In de zuidelijke staten rukt het Spaans snel op: in sommige staten zijn er scholen die feitelijk volledig Spaanstalig zijn geworden.

Grote veranderingen in het onderwijs soms achteloos ingevoerd: wat weten we van effecten?
In het betoog van Dronkers valt op dat hij geen empirisch bewijs presenteert waaruit blijkt dat tweetaligheid slecht zou zijn. Dat zou je gezien zijn reputatie wel verwachten. Maar het feit dat er geen empirisch bewijs is, vind ik juist in dit soort gevallen zo zorgelijk. Eerder schreef ik over enkele grote veranderingen in het onderwijs, die “vanuit het niets” of vanuit verschillende belangen ontstaan: het continue rooster en tweetalig onderwijs zijn daar beiden voorbeelden van. En in beide gevallen is er weinig echt bekend over de effecten op de leerresultaten of de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Leidt aanbieden van zaakvakken in andere taal tot niveauverlaging?
De OESO doet al jaren onderzoek naar de mate van integratie van tweede generatie immigranten, en de verschillen tussen landen. Nederland doet het daarbij zeer matig. In landen waar kinderen van immigranten schoolvakken in de eigen taal krijgen aangeboden, en de nieuwe taal als apart vak, zijn de resultaten beter. Met andere woorden: als ze zaakvakken in de eigen moedertaal worden aangeboden, is de cognitieve belasting lager, waardoor ze meer uit het vak halen. Het zou dus ook best zo kunnen zijn dat het aanbieden van zaakvakken zoals wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde in een tweede taal, leidt tot een vervlakking en verlaging van het niveau. Ik ken daar nog geen goed onderzoek naar.

Eerder onderzoek naar TTO waarschijnlijk niet representatief
In een eerdere blog over TTO schreef ik over het onderzoek dat wel is gedaan naar de effecten van TTO. Dat onderzoek was positief. Maar daar zijn wel wat kanttekeningen bij te plaatsen. Het ging om onderzoek onder scholen die als “pioniers” beschouwd kunnen worden. Die scholen hadden een grote motivatie om het goed te doen, en mogelijk ook de betere docenten die echt tweetalig zijn. Daarnaast is dergelijk onderzoek mogelijk ook bedoeld geweest om belangenorganisaties te helpen bij het enthousiasmeren van scholen om TTO in te voeren, of om zorgen weg te nemen. Het is gevaarlijk om op basis van zo’n onderzoek te concluderen dat het voor alle scholen die daarna kwamen ook een goed idee is om tweetaligheid in te voeren.

Veel werknemers komen nooit in aanraking met het buitenland
Het argument dat we steeds internationaler worden, kan ook genuanceerd worden. Minder dan 1 op de 10 MKB-bedrijven in Europa haalt omzet uit export (bron: ENSR). Uit onderzoek naar het Europese MKB  blijkt dat meer dan 80% van de medewerkers nooit in aanraking komt met bedrijven in een ander land . Het MKB is nog steeds de motor van onze economie en werkgever van het grootste deel van de bevolking. In het FD vandaag leggen twee onderneemsters uit dat het ontbreken van één Europese interne markt een groot probleem is en het FD noemt een aantal bedrijven die om die reden naar de US is verhuisd. Het ontbreken van een interne markt heeft waarschijnlijk meer te maken met diverse juridische en administratieve regels, dan met onderlinge communicatieproblemen. Of tweetaligheid gaat bijdragen aan een betere werking van de Europese markt is maar de vraag: daarvoor moeten vooral de regeringsleiders en overheden beter gaan samenwerken. Daar speelt taal zeker een rol, maar ook cultuur. En niemand zal beweren dat we naar 1 Europese cultuur moeten: juist de diversiteit maakt ons krachtig.

“Eurokids” die zijn opgegroeid in internationale context missen soms eigen identiteit
In het boek “De Europeanen, Leven en werken in de hoofdstad van  Europa” van NRC-correspondent Caroline de Gruyter beschrijft ze hoe kinderen van Brusselse EU ambtenaren en diplomaten, die in Brussel naar een internationale school gaan, vaak “los raken” van hun eigen land. Ze hebben geen moedertaal of land waarmee ze een sterke binding hebben, of op terug kunnen valllen. Deze “eurokids” lijken soms echt last te hebben van het gebrek aan een duidelijke identiteit. Na lezing van het boek krijg ik niet het idee dat ze helemaal ontspoord raken, maar echt vrolijk werd ik er ook niet van.

Niveau van discussies in tweede taal mogelijk lager
In het hoger onderwijs zien we een toenemende trend om vakken in het Engels aan te bieden. Vaak ook om internationale studenten mee te kunnen laten doen aan de colleges. De paar ervaringen die ik zelf heb als gastdocent bij dergelijke groepen zijn niet echt goed. Vaak is het taalniveau van zowel de Nederlandse als de buitenlandse studenten te beperkt, zo dat diepgaande discussies niet mogelijk zijn. Het casusmateriaal dat in het Nederlands rijk is aan informatie, werd in de vertaling sterk versimpeld. Dat zou ook een argument kunnen zijn voor méér onderwijs in het Engels in het po en vo, maar het blijft toch een tweede taal waarin we ons minder makkelijk en rijk uitdrukken.

Hoge vlucht TTO misschien ook wel door onderlinge concurrentie?
Tot slot vraag ik me af waarom TTO zo’n hoge vlucht heeft genomen. Ik geloof helemaal niet dat ouders zo’n sterke drijvende kracht zijn. Het is veeleer een combinatie van factoren, en ik denk dat de onderlinge concurrentie om de leerlingen ook een grote rol speelt. Zoals digiboarden ook massaal zijn aangeschaft om te laten zien dat scholen mee gaan met de tijd, zo zijn vo-scholen massaal tweetalige cursussen en sportklassen gaan aanbieden. Ouders die bang zijn dat we als Nederland de boot missen, en vooral bang dat hun kinderen de boot missen, zijn dan snel geneigd om kinderen die dat aankunnen naar TTO-klassen te sturen.

Nogmaals, ik ben niet tégen deze ontwikkeling, en ben in het algemeen groot voorstander van méér internationalisering. Maar ik denk wel dat we grootschalige veranderingen zorgvuldig moeten volgen, en ons steeds moeten blijven afvragen wat de  effecten zijn: zowel positief als negatief. De sociale gevolgen, waar Dronkers terecht aandacht voor vraagt, blijven onzichtbaar als we er klakkeloos vanuit gaan dat meertaligheid per definitie beter is.

Via Onderwijs in Grafieken.

  1. 2

    Opmerkelijk dat “men” altijd kan oordelen dat er stof / vakken bij moeten in het primair onderwijs. Enerzijds keurt men de kwaliteit van onderwijs tot op de grond toe af, niets deugt, geen niveau is goed genoeg, anderzijds roept men dat er een tweede taal moet worden ingevoerd vanaf groep één, dat techniek moet worden uitgebreid in verplichte uren, dat er meer uren sport bij moeten komen. Allemaal waardevolle ideeën. Allemaal nobele plannen. Tegelijkertijd kunnen alle kinderen met hulpvragen beter begeleid worden op de reguliere basisschool, dienen er per kind individuele handelingsplannen geschreven te worden waardoor de leerkracht nog beter in kan gaan op de individuele behoefte van het kind, dienen er meer toetsen te worden afgenomen, moeten er meer verslagen vanaf de eerste dag van toetreding geschreven worden die kunnen dienen als bewijslast om toch vooral aan te tonen dat je “er alles uit gehaald hebt”, en mogen er van velen ook best wat meer kinderen in één groep zitten. Heeft iemand zich weleens afgevraagd waar de tijd vandaan moet komen om dit alles tot stand te brengen, of gaat de basisschool leerling binnenkort 7 dagen per week naar school, heffen we de vakantie op en verlengen we de werkdag voor de leerkracht tot zestien uur?

  2. 4

    Welk probleem lost dat tweetalig onderwijs eigenlijk op? Spreken Nederlanders onvoldoende Engels? In de praktijk waar ik zelf rondloop (bedrijfsleven) kom ik zelden Nederlanders tegen die het Engels onvoldoende beheersen. Het klinkt misschien niet altijd helemaal zoals bij de BBC, maar dat lijkt me ook niet nodig. Als je in NY rondloopt merk je dat iedereen daar zo’n beetje zijn eigen accent heeft en fouten maakt. En die mensen leven en werken daar. Het lijkt me nuttiger om het niveau van het Frans en Duits wat op te krikken.

  3. 5

    ” Ik geloof helemaal niet dat ouders zo’n sterke drijvende kracht zijn. Het is veeleer een combinatie van factoren, en ik denk dat de onderlinge concurrentie om de leerlingen ook een grote rol speelt”

    Op de voorlichtingsavond van een lagere school hier in de buurt was een van de centrale vragen wat het niveau van de citotoets was ten opzichte van andere scholen en hoe omgegaan werd met extra slimme kinderen. Het feit dat engels gegeven werd vanaf groep 3 werd instemmend ontvangen. Op de kleuterschool vindt tegenwoordig een cito-toets plaats waarin op basis van multiple choice een kleuter moet aangeven wat het juiste schaduwpatroon van een getekend mannetje is.

    Het lijkt een door ouders, school en overheid gecreerde ratrace richting intelectuele / cognitieve ontwikkeling. Waarbij je al snel een slechte ouder bent wanneer je die focus op cognitieve ontwikkeling wat overdreven vindt. Want als ouder moet je natuurlijk het beste toekomstperspectief voor je kind nastreven.

    Aanbod creert vraag. TTO aanbieden betekent dat je als ouder erin mee gaat of bewust kiest voor een school die minder nadruk op cognitieve ontwikkling legt. Een expliciete keuze voor een vermeende achterstand van je eigen kind t.o.v. De buurkinderen. Wie durft?

  4. 6

    Er is een veel betere methode: alle Engelstalige films in het oorspronkelijk Engels laten spreken en niet meer ondertitelen.

  5. 7

    “Met andere woorden: als ze zaakvakken in de eigen moedertaal worden aangeboden, is de cognitieve belasting lager, waardoor ze meer uit het vak halen.”

    Toen ik direct na mijn studie informatica les gaf aan de universiteit, had ik voor het vak ‘inleiding in databases’ (gegevensbestanden) besloten voor alle Engelse termen een Nederlandse vertaling te verzinnen en die te gebruiken naast de Engelse termen. De informatica staat bol van de Engelse termen. Na afloop vroeg ik studenten wat ze ervan vonden. De informatica studenten vonden het verschrikkelijk, de bijvakstudenten daarentegen waren er zeer blij mee, omdat de concepten door het gebruik van Nederlandse woorden veel meer tot hun verbeelding spraken.

    Ik denk dat de intellectuele globalisering als gevolg van het internet (weer zo een) onvermijdelijk lijdt tot een gemeenschappelijke taal en ik ben bang dat dit het Engels wordt, hoewel dat van alle talen eigenlijk de slechtste keuze is omdat de relatie tussen spelling en uitspraak in het Engels zo klein is.

  6. 8

    @6:
    Daar leren nu niet bepaald goed van schrijven.

    Verder:
    Sinds de tijd van de “Franse gouvernantes” is toch al bekend, dat jonge kinderen uitstekend 2-talig kunnen worden.

    Mijn kinderen hebben als “import” op Friestalig dorpsschooltje zowel het Fries als Nederlands uitstekend leren beheersen.
    Als daar ook nog een 3e taal bijgekomen was, zou dat voor het gros van de kinderen absoluut geen probleem zijn.

    Hier is trouwens wel wat aardigs aan de gang:
    http://www.thuisinonderwijs.nl/woorden-leren-in-engels-fries-en-nederlands/

  7. 11

    @8 Ich bin ausgezeignet zweisprachig, alles gelernt vom Deutschen Fernsehen. Was ich @6 schieb ist doch das Beste das ich Ihnen empfehlen kann. Für das Erlernen der Grammatik und des Schreibens ist die Schule von 12-, 14-jährige gut genug.
    Der Wortschatz wird so gross wie das IQ ist. Mehr kann man auch nicht verlangen.

  8. 12

    @11:
    Voor een grote woordenschat is op zich is het IQ niet direct van belang.
    Ik heb ooit bij een bedrijf gewerkt dat een telefoniste had, die 9 talen goed sprak.
    Bij haar sollicitatietest was een IQ van net boven de honderd vastgesteld.
    Het inprentings- en reproductie-vermogen is van meer belang.
    Verder is het voor het leren van meerdere talen handig om over een goed associatie te beschikken; veel woorden zijn min of meer uitwisselbaar.

    @9
    commercieel bekeken een goed idee.

  9. 13

    Voor mij kwam Engels pas op de middelbare school. En het onderwijs was matig. Ik kwam na 6 jaar van school met een hele berg idioom in mijn hoofd, maar kon de taal niet echt goed spreken. In de jaren daarna heb ik veel Engels gelezen en moeten spreken en schrijven, en dat bleek redelijk goed te gaan. Dus hoewel het onderwijs in het Engels wel wat beter had gekund, was het voldoende om mij (en ik heb ben geen talenknobbel) op weg te helpen. Als we dat vast kunnen houden, lijkt het mij goed genoeg.

    Tegen extra Engels in het basisonderwijs pleit dat het ten koste moet gaan van andere vakken, dat de docenten de Nederlandse taal soms nauwelijks machtig zijn, laat staan het Engels goed beheersen en dat een of twee uur in de week geen effect heeft.

  10. 14

    Leer de kindertjes eerst maar eens Nederlands.

    Want de taalbeheersing is ronduit bedroevend te noemen, ik hoor dagelijks:

    de brood, deze paard, die boek, enzovoorts

    En laat de kleutertjes eens gewoon kleuter zijn en lekker spelen op de kleuterschool.

  11. 16

    Als we nu eens ophouden kinderen zogenaamde “belangrijke” talen verplicht op te dringen op de middelbare school (frans en duits, waar je wereldwijd hoever?? mee komt)
    En leerlingen die daarvoor totaal geen aanleg hebben toch af te reken op deze 2 vakken. (je kan 9’ens en 10’en hebben op je exacte vakken, maar wordt alsnog afgerekend op die 2 voor het vast zeer nuttige Duits en Frans)

    Uit mijn eigen historie geschreven, ik ga naar een school voor vakken die mij interesseren, en waarin ik me wil specialiseren,
    niet voor “verplichte” eigenlijk verder niet ter zake doende dingen.

    Zo ging ik vele jaren geleden heel enthousiast naar de HTS elektro.
    Mijn toenmalige hobby…maar een complete teleurstelling….
    Toen ik na een half jaar bouwtekeningen van bouten en moeren maken, en aanleg van-220 V schema’s voor huizen,
    nog steeds niet iets van de fundamenten van halfgeleiders had gehoord heb ik maar een boekje gekocht.
    Dat was veel leerzamer, en vooral veel goedkoper…

  12. 18

    @4:
    Het is deel van de aanpak van het probleem natiestaat.
    In de Groot Europese Heilstaat dient er één taal te zijn.