Het is ruim een jaar geleden dat ebola uitbrak. Wat liep er allemaal fout? Hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking Paul Hoebink wijst op de pijnpunten in de internationale gemeenschap, én die van Nederland. ‘We horen in ieder geval bij de landen die hun beloftes zijn nagekomen en ons marineschip Karel Doorman vol overtuiging liet uitvaren.’
Nu de ebola-crisis in West-Afrika over zijn hoogtepunt heen lijkt en langzaam afvlakt, zou het goed zijn om even terug te kijken en te zien wat er allemaal fout gelopen is. Dat gebeurt links en rechts ook. De eerste constatering is dan meestal dat het hier om twee landen gaat die uit een burgeroorlog komen met zwakke eerstelijns gezondheidszorg. Het detecteren van een ziekte-uitbraak in een eerste fase, snel de oorzaak vaststellen en direct ingrijpen, wordt gezien als de manier om een epidemie te voorkomen van dergelijke ziektes (er waren in Afrika meer van dit soort virussen rond).
‘Dit zou nooit gebeurd zijn in Oeganda’, hoor je dan, omdat daar de eerstelijn wel functioneert en snel in actie komt en alarm slaat. Voor Guinee, het derde land in deze uitbraak, geldt dat burgeroorlog-argument natuurlijk niet, maar misschien wel de jarenlange verwaarlozing van de gezondheidszorg onder de militaire dictatuur.