Het Nederlands belang en de internationale rechtsorde

van Mr. Drs. Kees Homan Terwijl inkomende raketten dood en verderf zaaien onder onschuldige Iraanse burgers hield een bijzonder assertieve Tweede Kamer op 12 maart 2026 een debat, waarin onze grondwettelijke bevordering van de “internationale rechtsorde” en “internationaal recht” centraal stonden. Minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen, had eerder op 2 maart 2026 in de Tweede Kamer al laten weten wel “begrip” te kunnen opbrengen voor de aanvallen op Iran. Op de vraag of die aanvallen in strijd zijn met het internationaal recht antwoordde hij op 12 maart 2026 in de Kamer: “Dat is niet aan mij om te beoordelen,”. “Dit kabinet vindt het internationaal recht belangrijk,” voegde hij daar nog aan toe. “Tegelijkertijd wil ik ook eerlijk zijn dat het internationaal recht niet het enige kader is dat je op deze situatie kunt leggen.” We moeten een meer realistische koers varen, zei hij, en daarin is maar beperkt ruimte voor het internationaal recht. Want uiteindelijk draait het, zo zei hij, om het “Nederlands belang in het buitenland” terwijl we “door de mist van de nieuwe wereldorde varen”. Hoewel het internationaal recht cruciaal is voor het voorkomen van conflicten en het reguleren van grensoverschrijdende kwesties, staat de naleving ervan in de huidige politieke context dus vaak onder druk. De woorden van de bewindsman deden mij denken aan de overleden, oud-diplomaat, Peter van Walsum. Deze had als enig lid van de Commissie van onderzoek besluitvorming Irak (Commissie-Davids) in 2010 reeds opgemerkt, dat “Volkenrecht moet soms wijken voor een dwingende eis van de internationale politiek”. De Amsterdamse hoogleraar André Nollkaemper vindt ook dat de inhoud en toepassing van het internationaal recht vooral bepaald wordt door geopolitieke belangen. In dit verband schoten mij de volgende drie voorbeelden te binnen: 1. Het arbitragetribunaal, ingesteld onder Bijlage VII van het VN-Verdrag inzake het Recht van de Zee (UNCLOS) en zijn uitspraak op 12 juli 2016 over de zaak die de Filipijnen tegen China hadden aangespannen over de juridische status van de Chinese negenstreeplijn en historische rechten over de Zuid-Chinese Zee. Het arbitragetribunaal oordeelde overweldigend in het voordeel van de Filipijnen en verklaarde dat China's negenstreeplijn en de geclaimde historische rechten over de Zuid-Chinese Zee geen juridische basis hebben onder de UNCLOS. De meeste Zuidoost-Aziatische staten, behalve de Filipijnen, inclusief andere pretendenten in de Zuid-Chinese Zee-conflicten, zijn stil gebleven. Deze regionale terughoudendheid weerspiegelt een onuitgesproken erkenning van de beperking van het internationaal recht bij het oplossen van historisch ingebedde geopolitieke geschillen, vooral wanneer een van de belangrijkste belanghebbenden (China) de legitimiteit ervan volledig afwijst. 2. Ook de invasie van Rusland in Oekraïne is in strijd met het internationaal recht, namelijk art. 2 lid 4 van het Handvest van de VN. Zo ziet Rusland de nabije regio (near abroad) als deel van de ‘eigen invloedssfeer’ c.q. als ‘bufferzone’. In de relaties met deze landen past een doctrine van ‘beperkte soevereiniteit’, inhoudende dat in de Russische visie deze landen niet vrij zijn in hun buitenlands-politieke oriëntatie, in het bijzonder als die een sterkere band met het Westen (EU/NAVO) betekent. 3. De Amerikaanse president Donald Trump maakt het met zijn 19e-eeuwse wereldvisie echter te bont. Zo heeft hij in ‘The New York Times’ verklaard dat “zijn eigen moraliteit” het enige is wat zijn machtsvertoon kan inperken. “Ik heb het internationaal recht niet nodig”, zei hij. “Mijn eigen moraliteit. Mijn eigen verstand. Dat is het enige wat me kan stoppen”, verklaarde Trump tegen journalisten van The New York Times toen hem werd gevraagd of er een limiet stond op zijn macht. Gevraagd of zijn regering zich aan het internationaal recht moest houden, verklaarde Trump dat dat het geval is. Maar hij voegde er in een adem aan toe dat hij zou bepalen of dat recht al dan niet van toepassing was. “Het hangt ervan af wat je definitie van internationaal recht is”, zei hij. Inmiddels zijn de Amerikaanse activiteiten in Venezuela, de Caraïbische Zee en Iran ook gebaseerd op geopolitieke belangen. Zo heeft de Leidse hoogleraar internationaal recht, Larissa van den Herik, die vindt dat niet het internationaal recht tekort schiet, maar staten en politici, toch wel gelijk. Het Kamerlid, Henri Bontenbal, bleek diep te hebben nagedacht. Hij zei terecht voor een muisstille Kamer, dat waarden zonder macht leeg zijn, maar macht zonder moreel kompas gevaarlijk is. Hij pleitte daarom voor een koers van op waarden-gebaseerd realisme, waarbij men vasthoudt aan principes, maar niet mag vervallen in passiviteit nu de internationale rechtsorde onder druk staat. Volgens Bontenbal vraagt dat terecht een sterker en weerbaarder Europa, hervorming van internationale instituties (bv. hervorming Veiligheidsraad) en nauwere samenwerking met andere middelgrote machten. Nu staat Europa al jarenlang langs de zijlijn van de geopolitieke ontwikkelingen en verkondigt Bontenbal, niet als enige, de noodzaak van een sterker en weerbaarder Europa. Toch dreigt Europa hieraan weinig te veranderen. Het onderwerp ‘Europees leger’ is nog steeds taboe in Europa, want dat Brussel beslist welke militairen worden uitgezonden wordt beschouwd als een ‘non starter’. Maar meer samenwerking, standaardisatie en een stevige Europese defensie-industrie op een continent dat 178 verschillende wapensystemen heeft tegenover de VS 30, is niet alleen efficiënter maar ook noodzakelijk. Dit in plaats van de verhoogde defensiebudgetten in Europa grotendeels aan nationale voorkeuren en keuzes te besteden. Voor alle zekerheid ga ik toch maar, ter bevordering van mijn weerbaarheid, een tweede noodpakket inslaan! Dit artikel verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut. Generaal-majoor der mariniers b.d. Mr. Drs. Kees Homan is Veiligheidsdeskundige.

Door: Foto: "Non-violence" by riacale is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Individu vs. de Staat (0-1)

Een man wordt gemarteld en verkracht in opdracht van de Amerikaanse autoriteiten. Hij kan Amerika echter niet aanklagen. Filosoof en jurist Mihai Martoiu Ticu legt in deze lange, maar heldere gastbijdrage uit hoe dat kan.

Stel je voor dat je als Nederlands burger in Koeweit ontvoerd wordt – pistool in je rug – en beschuldigd van het verspreiden van videobanden met orgieën van de oh zo vrome sjeik Jaber Al-Sabah Al-Saud Al-Sabah. Geheimagenten timmeren je drie dagen in elkaar, dwingen je tot valse verklaringen en uiteindelijk smijten ze je op straat.

Eenmaal buiten grijpt de sjeik je opnieuw en geeft je een limousinetocht naar het paleis van zijn broer. De sjeik is wat excentriek in zijn hospitaliteit, zo dompelt hij je onder meer herhaaldelijk in een zwembad met lijken, bergt je in een kamertje op waar hij in olie gedrenkte matrassen in de fik steekt. Terug in Nederland lig je zes weken in het ziekenhuis, je lichaam is voor 25% verbrand en dokters noemen je een posttraumatisch stress-syndroom-geval. Dit is niet de nieuwste James Bond film, dit zijn de heuse avonturen van de Britse piloot Sulaiman Al-Adsani.

De Britse regering weigerde hem bij te staan. Zijn pogingen om de sjeik of de Koeweitse regering aan te klagen mislukten. Hij ontdekte al snel dat de sjeik diplomatieke immuniteit geniet zolang hij staatshoofd blijft en dat wil in zulke landen weleens een levenslange corvee zijn. Het principe van soevereine gelijkheid van staten verstrekt staatsimmuniteit, belet dat men een staat in een andere staat kan aanklagen; ook om te voorkomen dat staten elkaar pesten.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Irak en het taboe op Realpolitik

Balkenende & Bush (Foto: Wikimedia Commons/whitehouse.gov, Joyce N. Boghosian)

Goed, Nederland is dus de Irak-oorlog ingerommeld door Jaap de Hoop Scheffer en zijn ambtenaren, omdat zij graag een wit voetje wilden halen bij de Amerikanen. Eigenlijk wisten we dat natuurlijk al lang, maar nu de commissie Davids al de smoezen heeft ontmanteld die iets anders voorgaven, weten we het zeker. Premier Balkenende, zichtbaar boos, reageerde onhandig. Dus hebben we de poppen aan het dansen, terwijl een taboe blijft rusten op waar het eigenlijk om gaat.

Dat taboe zit vervat in een aantekening die commissielid Peter van Walsum liet maken bij het verhaal over het volkenrecht, namelijk dat “een verantwoordelijke regering zich niet alleen door de regels van het volkenrecht maar ook door de eisen van de internationale politiek laat leiden.” Dat is een waarheid als een koe, maar het is er niet een die in het parlementaire debat geaccepteerd wordt.

Zelfs de partij die het meest principieel in het Irak-dossier stond, GroenLinks, heeft wel eens enige rek in het volkenrecht gevonden om een militaire actie te rechtvaardigen, namelijk inzake Kosovo in 1999. Iedereen kan op een gegeven moment door Realpolitik bevangen worden. Alleen werd Kosovo indertijd ook realpolitisch bediscussieerd: er werden twee kwaden tegen elkaar afgewogen en het minste werd gekozen. Het kwalijke in het Irak dossier is dat er geen open kaart gespeeld werd, maar dat het kabinet Balkenende I een mistgordijn optrok en blijkens de reactie van de premier en andere betrokkenen (zoals toenmalig defensieminister Henk Kamp gisteravond in Nova) van plan is zich daarachter te blijven verschuilen.

Het gevolg is dat de discussie de komende dagen een welles-nietes spel gaat worden over de formele juridische missers die Davids gesignaleerd heeft. Terwijl we het daar eigenlijk snel over eens zouden moet zijn, en in plaats daarvan ingaan op de realpolitische factoren die ertoe leiden dat Nederland makkelijk bezwijkt onder Amerikaanse druk. De oppositie zal hier overigens net zo schuldig aan zijn als de regering. Beide zullen vermoedelijk kiezen voor millimeterwerk rondom het rapport van de commissie.