In de schaduw van Sartre

Die zaterdag 19 april 1980 zochten duizenden een weg naar de begraafplaats van Montparnasse. Ze volgden de lijkwagen met daarin Jean Paul Sartre. Zijn lichaam werd vergezeld door vier vrouwen: zijn vriendinnen Arlette Elkaïm en Simone de Beauvoir, diens zuster Hélène en Simone’s vriendin Sylvie le Bon. Eenmaal bij het graf vroeg Simone om een stoel. ‘Ze zag niets. Ze kon haar tranen niet bedwingen ondanks de valium en whisky die ze had genomen,’ schrijft Kate Kirkpatrick in haar biografie. De Beauvoir zou zich achteraf ook niets van de begrafenis herinneren.

Foto: © OT Rotterdam Leven zonder Sartre, foto Pepijn Lutgerink

Het demasqué van Jean-Paul Sartre

RECENSIE - De grote filosoof van de linkse opstanden van 1968 was zowel privé als in zijn filosofie onbetrouwbaar. Z’n muze Simone de Beauvoir werd ook slachtoffer.

In bijna anderhalf uur voltrekt zich in Leven zonder Sartre bij het OT Rotterdam de ontluistering bij De Beauvoir in een schitterende rol van José Kuipers, tegenover Tim Linde als ex-studentenleider Benny Lévy en vertrouweling van Sartre.

Stukje bij beetje moet De Beauvoir gewaar worden dat haar grote ‘essentiële liefde’ Sartre onder de hoede van Benny Lévy (niet verwarren met latere geestverwant BHL) in zijn laatste levensjaren zijn veren van het existentialisme min of meer heeft afgeschud, in ruil voor religieus geïnspireerde opvattingen vanuit het Messiaans-Joodse denken en de kabbala.

Lévy publiceerde de weerslag van hun gesprekken in Le Nouvel Observateur drie weken voor de dood van Sartre in april 1980. Aanvankelijk heerste ongeloof en werd Lévy misleiding verweten vanuit z’n eigen opvattingen, maar Sartre bevestigde de inhoud en teneur. De dialoog is uitgegeven onder de titel ‘L’espoir maintenant, ou le mythe d’une rupture’, in het Nederlands als ‘Wat blijft is de hoop – de gesprekken van 1980’.

Het leek erop alsof Sartre, de grote filosoof van het naoorlogse atheïsme en marxisme, zich min of meer bekeerde. Zoals veel a-religieuze Joden was hij zich op latere leeftijd gaan interesseren voor de religieuze kanten van het Jodendom, aangezet door medestrijder en latere secretaris Benny Lévy die zijn Maoïstisch denken al eerder had verlaten en later nog een orthodoxe rabbijn zou worden. Lévy las Sartre ‘Difficile Liberte – Essais Sur Le Judaisme’ van de eveneens Franse Emmanuel Levinas voor.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: thierry ehrmann (cc)

Terug in de tijd met… Simone de Beauvoir

RECENSIE - In 1949 publiceerde Simone de Beauvoir haar baanbrekende boek ‘De tweede sekse’ dat met name vanaf de jaren zestig een belangrijke inspiratiebron zou worden voor de Tweede feministische golf. Wat blijft er nu, 64 jaar later, nog over van dit boek?

Om met een een open deur te beginnen: een boek van 64 jaar oud is vanzelfsprekend op bepaalde punten achterhaald. De maatschappij is inmiddels veranderd – niet in het minst omdat gedurende de afgelopen decennia natuurlijk heel veel vooruitgang is geboekt op het gebied van vrouwenrechten. Verder blijkt de gedateerdheid van De tweede sekse bijvoorbeeld uit het gegeven dat De Beauvoir – ook al is ze het lang niet altijd eens met de beoefenaren van deze discipline – zoiets als psychoanalyse nog serieus neemt.

Daarbij is het overigens opvallend hoe bizar weinig de wetenschappelijke wereld toen afwist van toch tamelijk banale zaken als menselijke seksuele activiteit en, specifiek, orgasmes. Zo merkt De Beauvoir, in navolging van Freud, op:

[De vrouw] moet overgaan van clitoraal op vaginaal genot. […] ze loopt dus meer risico haar seksuele ontwikkeling niet te voltooien en in een infantiel stadium te blijven steken en daardoor weer neurosen te ontwikkelen. (p. 64)

Topvrouw gewenst

Het Europees parlement pleit voor meer topvrouwen. Uit oogpunt van eerlijkheid is dat logisch, maar leidt dit ook tot beter, ethischer bestuur?

Het Europees Parlement maakt serieus werk van de ambitie meer vrouwen in topfuncties te benoemen, zo meldde het dagblad Trouw onlangs. De benoeming van de Luxemburger Yves Mersch tot directielid van de Europese Centrale Bank werd dan ook door het Europarlement vooralsnog tegengehouden. Reden: hij is een man.

Nu valt het niet te ontkennen dat er aanzienlijk minder vrouwen in topfuncties werkzaam zijn dan mannen. Volgens cijfers van de Europese Unie is op dit moment 13,7 procent van de leden van de raden van bestuur in de 27 lidstaten vrouw. Dat percentage is absurd laag.

Behalve uit een streven naar meer gelijkheid komt de wens een groter aantal topfuncties door vrouwen te laten bezetten ook voort uit het idee dat vrouwen minder gemakkelijk zijn over te halen tot onethisch handelen. Eurocommissaris Viviane Reding schreef vorig jaar in een EU-nieuwsbrief dat de financiële crisis er mogelijk heel anders had uitgezien ‘als er meer Lehman sisters in plaats van brothers waren geweest’.

Redings uitspraak wordt op het eerste gezicht ondersteund door een tweetal recente onderzoeken van Amerikaanse wetenschappers. Volgens het eerste onderzoek (pdf) zijn vrouwen minder snel dan mannen geneigd hun morele principes op te offeren voor status of geldelijk gewin. Volgens een tweede onderzoek (pdf) zouden mannen bovendien ‘pragmatischer’ zijn in het rechtvaardigen van hun (zelfzuchtige) gedrag aan de onderhandelingstafel.