Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
ACTA en SOPA zijn geweldig!

Maatschappelijke betrokken mensen zijn erg goed in morele verontwaardiging, vaak terecht, maar even zo vaak van een aandoenlijke naïviteit. Zo kijk ik al weken met enige verbazing naar Amerikaanse occupy-activisten die geschokt (geschokt zeg ik u!) zijn als een politieagent (of de rent-a-cop van een universiteit) ze zonder aanleiding slaat met wapenstok of met pepperspray bespuit.
Dat deze ambtenaren zo veel geweld gebruiken is op zich inderdaad niet netjes. Maar wie daar anno 2011 nog van schrikt roept toch de vraag op of men de afgelopen 10 jaar een beetje het nieuws heeft gevolgd. Je dacht toch niet dat je gestolen verkiezingen, illegale aanvalsoorlogen, kleuters beschieten met anti-tank wapens en het martelen van onschuldige burgers jarenlang kon laten gebeuren, zonder dat uiteindelijk de consequenties van zo’n overheid bij jezelf in de straat zouden belanden?
Net zoals de naïve verontwaardiging van sommige occupy-activisten over hun regering en haar gewapende arm heeft de boze verbazing waarmee in de IT-pers over ACTA en SOPA wordt geschreven iets kinderlijks. De copyrightindustrie is al decennia bezig om de lengte van het auteursrecht op te rekken tot het-eind-der-tijden-plus-een-dag-extra.
Sony heeft er geen problemen mee om de computers van hun klanten aan inbraken bloot te stellen. Vanuit de kantoren van auteursrechthandhavers wordt flink getorrent. Kleuters en bejaarden zonder PC, overleden personen en zelfs een HP-laserprinter worden valselijk beschuldigd van auteursrechtinbreuk (door de advocaten van de industrie structureel gelabeld als “Diefstal”). We weten met z’n allen nu toch wel waar we mee te maken hebben?
Daarom ben ik wel blij met de totale Kafka-combo die ACTA/SOPA aan het worden is. Nu ACTA en SOPA er bijna doorgedrukt zijn, weten we met z’n allen waar we staan. De wolven hebben hun schaapskleren afgegooid en tonen zich voor wat zij zijn. Roofdieren zonder interesse in ons welzijn. Wij hoeven dus niet meer quasi-geschokeerd te zijn over het feit dat bepaalde grote bedrijven zich als roofdieren gedragen.
Als we vastgesteld hebben dat we met roofdieren te maken hebben kunnen we maatregelen nemen. Geschokt achteraf stampvoeten en boos zijn op de wolf die losgaat in een kleuterspeelzaal is geen effectieve maatregel. Een roofdier is wat hij is. Wil je ongelukken voorkomen, dan moet je een hek om die kleuterspeelzaal zetten, of wellicht zelfs om de wolf.
Als we willen dat ICT werkt in ons belang, moeten we dus zorgen dat de techniek ontworpen is in ons belang in plaats van in de belangen van softwareverkopers of copyright boeren. Computers en netwerkdevices die doen wat wij willen dat ze doen zelfs als dat niet in het commerciële belang is van een handvol grote bedrijven of de onwettige politieke wens van een gelobbyde overheid.
De enige organisatie dit al ruim 25 jaar roept is de Free Software Foundation. De afgelopen 15 jaar is de discussie over de principes van vrije software vrijwel volledig ondergesneeuwd door de veel zakelijkere en pragmatische benadering van het Opensource Initiative. Reden om het Opensource Initiative destijds op te richtten was letterlijk de te principiële houding van de Free Software Foundation.
Inmiddels zijn alle dingen waar de FSF al lang geleden voor waarschuwde werkelijkheid aan het worden en blijkt een gebrek aan principes in discussie over de toepassingen van technologie ons lelijk te gaan opbreken. Vrijwel alle PC’s (waaronder ik ook even Mac’s reken), telefoons en gameconsoles hebben functies aan boord die er niet zijn voor ons maar voor bedrijven die geld aan ons willen verdienen. Als je niet de baas bent over je computer, is het dan nog wel jouw computer/telefoon/console/router/enz…
Dit is een oude politieke les; als je te lang wacht met protesteren mag/kan je niet meer protesteren. Dit geldt niet alleen voor het aanspreken van overheden die stupide oorlogen beginnen of banken in de staatskas laten graaien. Dit geldt net zo goed voor de vraag wie er de baas is over de computers en netwerken waar we inmiddels totaal van afhankelijk zijn. Als we gezamenlijk niet vragen om principes, krijgen we technologie waar principes geen rol spelen.
De ideeën van de Free Software Foundation zijn nog nooit zo belangrijk geweest. Niet omdat proprietary software slechter is geworden (soms) of omdat Free Software zo veel beter is geworden (veel!) maar omdat onze eigen systemen thuis de laatste digitale plek is waar we nog iets over te zeggen hebben.
Wat meer principieel nadenken (naast het technisch-functionele) over de IT die we gebruiken houdt de wolven buiten.
Principes versus presence?
Linda Kool is onderzoeker en adviseur bij TNO. Ze ervaart grote druk om mee te doen op Twitter en Facebook, ondanks haar bezwaren op het gebied van privacy. Een nieuwe aflevering van de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.
Het web is voor velen van ons niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Het web is onze lifeline naar de wereld geworden. Vrienden, werk, uitgaan, nieuws, boodschappen, entertainment en de nieuwste hotspot in de stad – het is slechts een paar muisklikken van ons weg. En die levenslijn wordt steeds belangrijker. In 2009 gaf onderzoek al aan dat jongeren liever een dag niet eten dan een dag zonder telefoon door het leven te moeten gaan. Recenter onderzoek laat zien dat een derde van de jongeren internet tegenwoordig net zo belangrijk vindt als water, eten, lucht en een dak boven hun hoofd.
Bij mij loopt het allemaal niet zo’n vaart. Hoewel ik van diverse apparaten ben voorzien, van smartphone tot iPad, lijk ik maar geen optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die het sociale web me biedt. Waar collega’s en vrienden Facebook en Twitter continu aan hebben staan, hun nieuwsinname maximaliseren, samen online scrabble spelen en tussendoor ook nog werken, kan ik slecht wennen aan het continu onderbroken worden door de rits tweets, instant messages, krabbels etc. Mijn Facebook en Hyves-account heb ik opgezegd, ik ben niet begonnen aan locatiegebaseerde sociale netwerken zoals Foursquare en ik moet altijd mijn best doen om me te herinneren dat het weer tijd is voor een Tweet. Ik heb geen publiek Twitter-account; mijn Tweets zijn alleen zichtbaar voor mijn volgers en dat zijn er ook niet veel. Ik steek dus bleek af bij de bovengenoemde digital natives, maar trouwens ook bij vrienden en collega’s (digital native of niet).
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
De uitverkoop van Opstelten
De Europese ministers van Justitie zijn eruit: het is prima dat de Verenigde Staten uw passasiergegevens krijgen. Ze mogen die gegevens – reisinformatie, maaltijdvoorkeuren, sommige medische gegevens – vijftien jaar bewaren, onder verschillende veiligheidsdiensten verdelen en zelfs naar andere landen sturen.
De doorgifte van passenger name records (PNR) is een hoofdpijndossier. Net na 9/11 begon de VS met datazuigen met toestemming van de Raad en de Commissie, maar het Europees Parlement kwam al snel in opstand. Ook alle privacytoezichthouders in de EU vonden het buitenproportioneel. De gegevens worden namelijk erg lang bewaard, ze worden gebruikt voor profiling en de Europeaan – het datasubject – heeft geen enkele zeggenschap, laat staan controle meer over zijn gegevens. Als de VS iemand van terrorisme verdenken, dan is het wel prettig dat er enige veiligheidswaarborgen zijn opgezet.
Na jarenlangs soebatten en vooral dreigen van de VS ligt er een nieuw akkoord. De toezichthouders zijn nog steeds faliekant tegen. Een flink deel van de Nederlandse Tweede Kamer is ook tegen. De voornaamste bezwaren zijn nog niet weggenomen. Goed, de VS hebben beloofd om de PNR niet voor profiling te gebruiken, maar dat is pertinente onzin: het is de basis, de raison d’être van het hele systeem.
De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
VS voeren oorlog tegen Europese privacywet
Nominaties Big Brother Awards open
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.