Hoe woke zijn de opleidingen Nederlands?

In het reactiepaneel onder de stukken op deze site verschijnt de laatste tijd af en toe een gewaardeerde medewerker van dit tijdschrift die met een probleem worstelt. De letterkunde, vindt hij kennelijk, gaat nog maar over één ding: gender. Hij zou, schrijft hij, jonge mensen niet meer aanraden om zo’n door en door ideologisch vak, doordrenkt van identiteitsdenken, te gaan studeren. Als dat zo is, moeten we het ook kunnen kwantificeren. Het is per slot van rekening een empirische vraag: wordt het curriculum overspoeld door (adem inhouden) woke? Dat is daarnaast ook nog eens een vraag die niet alleen deze medewerker bezighoudt, maar ook allerlei mensen buiten het vak: oh, geesteswetenschappen! Politiek correct! Dus ik ben maar eens gaan turven. Laten we vooropstellen dat het niet zo verrassend is dat de Neerlandistiek een vak is dat over identiteit gaat. Het is van oudsher gegrondvest op identiteit – er is het idee dat je de Nederlandse taal en literatuur kunt afbakenen van andere talen en literaturen, en dat is een kwestie van identiteit (Nederlandstaligen zijn anders dan andere mensen). Bovendien is gender op dit moment het onderwerp van allerlei maatschappelijke discussie, dus het is ook niet gek dat mensen die beroepsmatig nadenken over identiteit, zich met dit onderwerp bezig houden. Maar misschien loopt het nu wel uit de hand? Voordat je één vinkje kunt zetten moet je bepalen wát je telt, en dat is natuurlijk minstens deels een kwestie van arbitraire keuzes. Is een college waarin Anton de Kom wordt gelezen een college over kolonialisme? Is een cursus met “identiteit” in de titel een cursus identiteitspolitiek? Ik besloot dat het thema in de titel of in de leerdoelen moest staan, en dat het lezen van een vrouwelijke, zwarte of homoseksuele auteur niet vanzelf meetelt. Wie Hadewijch op de lijst zet, doet nog niet aan genderstudies. Vakken in het curriculum Hoeveel zelfstandige, verplichte kernvakken over gender heb ik in de betrouwbaar te reconstrueren academische bachelors Nederlands van 2025–2026 gevonden? Nul. Niet in Leiden, niet in Groningen, niet in Utrecht, niet bij de Radboud Universiteit; en aan Vlaamse kant niet in de Nederlandse modules van KU Leuven, Gent, Antwerpen of de VUB. (Bij de UvA kon ik de data voor 2025-26 niet meer vinden. Wel dat voor 2026-27 en dat geeft geen aanleiding te denken dat het daar vorig jaar anders was dan elders.) Het Groningse toetsplan is het een duidelijk voorbeeld, omdat het het hele programma in één tabel legt. Syntaxis, semantiek, fonetiek, gespreksanalyse, retorica, argumentatie, taalverwerving, middeleeuwse letterkunde, zeventiende-eeuwse letterkunde, verlichtingsliteratuur, literaire canon I en II, methodologie, statistiek, scriptie. Dat lijkt me nu niet erg woke. Er zijn een paar gevallen op het randje. Utrecht heeft een verplicht vak Visies op Nederlandse identiteit: van Bataaf tot regenboogpiet; maar dat gaat dus vooral over Nederlandse identiteit en dat is altijd een onderwerp in de Neerlandistiek geweest. In Antwerpen behandelt het verplichte vak algemene literatuurwetenschap naast deconstructie ook feminisme, queer studies en postkolonialisme – als één perspectief van meerdere. En in Nijmegen bestond (tot vorig jaar) een minor Diversity, Inclusion and Gender van veertig studiepunten. Alleen: het is een minor, een keuzemogelijkheid. (Ik gaf zelf een cursus in die minor, het vak Sociolinguïstiek.) De lerarenopleidingen zijn het meest met diversiteit bezig. In de HAN-studiegids staan interculturele gespreksvoering, NT2-didactiek, differentiatie en internationale jeugdliteratuur. Het woord gender komt er niet in voor, en de reden waarom die andere onderwerpen er wel op staan lijkt me eerder voorbereiding op de beroepspraktijk dan ideologie. Wie voor de klas gaat staan heeft nu eenmaal leerlingen met verschillende thuistalen en -culturen, en dan is het praktisch nuttig om te weten wat je daarmee moet. Tijdschriften Hoe zit het met publicaties? Ik heb acht van de belangrijkste wetenschappelijke bladen genomen — TNTLNederlandse LetterkundeNederlandse TaalkundeTijdschrift voor TaalbeheersingQueesteInternationale NeerlandistiekTaal en Tongval en het Britse Dutch Crossing — en daaruit alles geteld wat over 2020–2025 als artikel geregistreerd stond: 772 artikelen (en recensies en zo voort). Zoek je daarin naar een paar zoektermen zoals gender, in titel én samenvatting, dan kom je op 23 procent. Kijk je die treffers vervolgens één voor één na, dan blijkt er grammaticaal geslacht bij te zitten, en taalvariatie die “diversiteit” wordt genoemd, en onderzoek waarin gender alleen een controlevariabele is: de vraag of jongens en meisjes even goed lezen. Bewaar je alleen wat bij enige inhoudelijke controle werkelijk gaat over gender, ras, kolonialisme, migratie of identiteit, dan blijven er 46 artikelen over. Dat is 6 procent van het totaal. En van die 46 gaan er 16 over gender of seksualiteit: 2,1 procent. 16 artikelen, in 6 jaar, in 8 tijdschriften, waaronder artikelen als Neurologe of liever neuroloog? over het effect van vrouwelijke functiebenamingen op de geloofwaardigheid van medisch specialisten; Seks, dwang en instemming in het Antwerps Liedboek; en een studie over het genderneutrale voornaamwoord die. Dat lijkt me alles bij elkaar niet bepaald een vijandige overname van het vak. Voor de zekerheid heb ik het nog van de andere kant benaderd: niet via de tijdschriften maar via de mensen. Van 34 stafleden van de opleidingen die ik in OpenAlex kon terugvinden, verzamelde ik met een scriptje alles wat ze tussen 2020 en 2025 publiceerden — samen zo’n 268 artikelen. Twaalf daarvan gaan zo te zien werkelijk over gender, ras, kolonialisme of identiteit: 4,5 procent. Het is wel waar dat de kwestie vooral in de letterkunde speelt, de meest culturele van de drie subdisciplines. In de bladen over (alleen) taalkunde of taalbeheersing — Nederlandse TaalkundeTaal en TongvalTijdschrift voor Taalbeheersing — vond ik samen 3 van de 246 artikelen: 1,2 procent. In de zuiver letterkundige, Nederlandse Letterkunde en Queeste, 11 van de 180: 6,1 procent. Vijf keer zoveel, zij het nog altijd niet erg indrukwekkend. Het Engelstalige (en in het Verenigd Koninkrijk uitgegeven) Dutch Crossing is een uitschieter met ruim 21 procent — maar dat komt vooral door een themanummer uit 2022 over witheid, ras en kolonialisme in. Ik neem aan dat niemand zou willen dat dit onderwerp helemaal niet behandeld wordt, en ondertussen wordt er dus ook aandacht besteed aan narratologie, rederijkers, late stijl, literaire kritiek, boekgeschiedenis, poëzie, de instituties van het literaire bedrijf en wat al niet. Bovendien worden de getallen nog minimaler als we ons beperken tot gender. Verreweg het meeste van wat in de letterkundige neerlandistiek over identiteit handelt, gaat over de kolonie: Suriname, Indië, slavernij, Anton de Kom, Multatuli, de nawerking van het rijk in de Nederlandse literatuur. Van de 46 artikelen gingen er 30 over iets anders dan gender. Tot slot nog een nuance: er is verschil tussen een tijdschrift dat queertheorie tot programma maakt en een tijdschrift dat een nummer aan Jacob Israël de Haan wijdt. Bij De Haan hóren seksualiteit, joodse identiteit, zionisme en antizionisme; je kunt ze niet weglaten zonder een ander mens te beschrijven. Wie dat nummer als bewijs van ideologische sturing telt (wat ik hierboven voor de transparantie heb gedaan), verwart het onderwerp met de bril. Maar dit soort keuzes kun je volgens mij ook makkelijk anders maken, dan komen de getallen nog anders uit. (Tegelijkertijd kun je natuurlijk ook volhouden dat in een andere tijd De Haan misschien niet tot onderwerp van studie was gemaakt.) Leeslijsten Dan de leeslijsten; die zijn meestal niet openbaar (en staan volgens mij ook helemaal niet zo vast). Een paar jaar geleden konden we op Neerlandistiek de Groningse leeslijst plaatsen, opgesteld in 2020, van de middeleeuwen tot de twintigste eeuw. Van de 84 met name genoemde auteurs zijn er 19 vrouw, ongeveer 23 procent. Dat lijkt me nu niet bepaald overdreven veel. Vondel, Hooft, Bredero, Bilderdijk, Multatuli, Couperus, Gorter, Nijhoff, Reve, Hermans, Mulisch en Claus staan er gewoon op, naast Hadewijch, Anna Bijns, Wolff en Deken, Vasalis, Blaman, Minco en Roemer. De Gentse leesbrochure is nog explicieter. In het eerste jaar lezen studenten OeroegBintHet gezin Van PaemelReinhartDe Spaanse BrabanderElckerlijc en Van den vos Reynaerde, en bij de middeleeuwen BeatrijsMariken van NieumeghenKarel ende Elegast en Maerlant. Anton de Kom en Petronella Moens komen ook aan de orde, maar niet in plaats van Vondel of Claus. Dit is natuurlijk maar een momentopname: alleen het afgelopen studiejaar. Ik kan dus niet zeggen of het is toegenomen, al zou me dat verbazen, met deze kleine aantallen. De focus ligt in het vak heel ergens anders: op laaggeletterdheid, meertaligheid, overheidscommunicatie, het publieke debat, “belangrijke maatschappelijke problemen”. De vakken erachter behoren voor een belangrijk deel bij de traditie, al is de vitrine een beetje verbouwd. Je kunt op basis van dit soort feiten minstens even goed de omgekeerde conclusie trekken: dat er in de neerlandistiek best wat meer aandacht zou kunnen worden besteed aan gender, een onderwerp dat goed ligt in de internationale wetenschap én bij studenten. (Er is als ik het goed tel in heel Nederland en Vlaanderen bovendien momenteel maar één (1) vrouwelijke hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde.) De neerlandistiek is een vak dat bij alle opleidingen nog steeds overwegend uit een gedegen pakket met onder meer syntaxis, taalgeschiedenis, retorica, middeleeuwen en canon bestaat, met daarin een kleine, zichtbare, volstrekt legitieme hoek waar over de kolonie wordt nagedacht en, veel zeldzamer, over gender. Wie beweert dat het tegenwoordig alleen nog maar over gender gaat, heeft hooguit 2,1 procent van de tijd gelijk.

Foto: Rotterdam monument Erasmus, Ziko van Dijk, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons.

De neerlandistiek in tijden van Wilders

COLUMN - Als we nu opportunistisch zijn, slepen wij neerlandici grote sommen gelds uit alle onheil die nu op ons af komt gestormd. De universiteiten moeten toch weer Nederlands worden? Nou, wij zijn er klaar voor, kom bij ons! De neerlandistiek zijn de Henk-en-Ingrid-studies bij uitstek.

Er zijn allerlei aanwijzingen dat de draconische bezuinigingen op de universiteiten (bijna een miljard euro) bovenaan het lijstje van de toekomstige regering staan. De beuk erin! De protesten die wij dan gaan voeren, zullen alleen duidelijk maken dat de elite extreem links is, of zoiets: haha, moet je die lui nou eens zien strijden voor hun eigen hachie. Want degenen die op die regering gestemd hebben, zullen de komende jaren niets krijgen dat ze echt vooruithelpt, geen verlichting van hun problemen, geen hulp in hun nood. Dus wordt het leedvermaak alvast georganiseerd: de grappige filmpjes van huilende hoofddocenten, de verontwaardigde commentaren in bepaalde kranten dat we allemaal nu eenmaal moeten inleveren. Bakje popcorn erbij, heerlijk. De opstand der intellectuelen

Maar wij neerlandici kunnen ons dus redden, mits we ons goed aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid. Weg met het Engels in het hoger onderwijs! Wat u zegt, hebben wij even een mooie taal in de aanbieding. Geld voor woke onderzoek naar de geschiedenis van het kolonialisme of naar ‘woestijntalen’ zoals het Arabisch kan beter aan onze noeste studie van de gouden eeuw, het Gotisch en de Limburgse dialecten worden besteed.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Shaylor (cc)

De toekomst is aan de Britse hoogleraar Nederlands

COLUMN - We naderen het eind van de maand, en dus het eind van de augustusoverwegingen. Septemberoverwegingen komen er niet meer, in september gaan we gewoon weer lekker beuken met de dagelijkse stroom aan toestanden, dus we moeten ons richten op het belangrijkste.

En dit heb ik nog niet voldoende duidelijk gezegd: de neerlandistiek zal internationaal zijn of ze zal niet zijn. De toekomst is aan de Britse hoogleraar Nederlands aan een Nederlandse of Vlaamse universiteit.

Wanneer je denkt dat de kern van het vak bestaat uit verwondering over het alledaagse, heb je niets zo hard nodig als een blik van buiten de Lage Landen. Iemand die een aantal aannames niet deelt, die de Nederlandse literatuur is gaan lezen zonder in zijn jeugd Pluk van de Petteflet en/of Dolfje Weerwolfje te hebben gelezen, iemand die naar het Nederlands luistert als een taal die toch net nooit de eigen taal zal worden.

Er gebeuren in de internationale neerlandistiek nu al mooie dingen. Het afgelopen jaar heb ik hier onder andere een Italiaanse literatuurgeschiedenis en een Duitse inleiding in de taalkunde mogen bespreken. Kwantitatief beginnen de zogeheten extramuralen de zogeheten intramuralen te overschaduwen, en dat kwantitatieve slaat nu mogelijk langzaam om in een kwalitatief verschil. Dat moet dan natuurlijk niet alleen een negatieve reden hebben – de kaalslag binnen het taalgebied –, maar ook een positieve.

Foto: De Toren van Babel. De koning linksonder moet waarschijnlijk Nimrod voorstellen. Artiest: Pieter Breughel de Oude. copyright ok. Gecheckt 03-03-2022

Leer geen trucjes, zing een ode

ACHTERGROND, OPINIE - Fijn van mens zijn is dat je niet alles zelf hoeft te bedenken. Dat we een manier hebben gevonden om onze gedachten met elkaar te delen. Geen andere diersoort lukt dat. Een hond kan misschien de gemoedstoestand van een kompaan aanvoelen, een bij kan uitleggen aan haar medebijen waar geurige bloemen staan, maar wat de mens kan – de ideeën van allerlei andere mensen aanhoren en die combineren tot een geheel nieuwe gedachte – dat kan geen ander dier. Alleen ons lukt dat, dankzij de taal.

Mensen hebben grotere hersenen zodat ieder mens op zich ook redelijk goed kan denken in vergelijking met andere dieren. Maar wat ons bijzonder maakt is dat onze gedachtewerelden nog veel groter zijn dan onze hersenpan, en ook gebruik maken van het geestesleven van anderen – zelfs van mensen die al heel lang dood zijn. Dat lukt ons dankzij het feit dat we gedachten tot zinnen weten om te vormen, die zinnen kunnen onthouden en met elkaar kunnen delen. Dankzij de taal hebben we continu de ideeën en de observaties van andere mensen tot onze beschikking.

Taal is gratis

De menselijke geest is een machine die permanent is aangesloten op het internet, een apparaat waarop voortdurend nieuwe apps worden geïnstalleerd. Er is meer. Omdat mensen zinnen kunnen formuleren kunnen ze ook nadenken over hun eigen gedachten: waarom denk ik dat? Is dat wel een logische conclusie? Doe die gedachte me niet ergens anders aan denken? Omdat je gedachten tot zinnen kunt maken, worden die gedachten een soort dingen die je ook buiten jezelf kunt plaatsen om er zo van een afstandje naar te kijken. We maken daardoor niet alleen gebruik van de ideeën van anderen, maar ook van die van onszelf. Bovendien kunnen mensen al die zinnen ook nog eens aaneenrijgen, tot gedichten, tot verhalen, tot betogen. Ze kunnen zo hele werelden maken van taal, voor zichzelf en voor anderen. Werelden die niets kosten, want taal is gratis; werelden die grootser en dieper zijn dan welke andere wereld ook, want taal grijpt meteen in je gedachten in. Die werelden noemen we literatuur.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.