Michael Moore wilde in zijn stand up show TrumpLand iemand aan het woord laten die iets aardigs zei over Hillary Clinton. Dat had ze wel verdiend, na alle haat die ze de laatste maanden over haar heen had gekregen. De lichten in de zaal dimden, het bioscoopscherm ging aan. We zagen een jonge Donald Trump die, ergens ten tijde van een schandaal rond Bill Clinton, zei dat Hillary het wel zou redden. Ze was een sterke, intelligente vrouw en een zorgzame moeder. Of woorden van soortgelijke strekking.
Donald Trump zag er doodnormaal uit. En praatte doodnormaal. Hij was ongetwijfeld de zelfingenomen narcist die hij altijd is geweest, maar het had niet de groteske trekken die het nu heeft. De vadsigheid, die hangende mond, het kapsel, het was allemaal nog in toom. Het deed me denken aan The Picture of Dorian Grey van Oscar Wilde. Waarin de hoofdpersoon een portret van zichzelf op zolder opgeborgen heeft dat in zijn plaats ouder wordt. Terwijl de hoofdpersoon jong en mooi en onberispelijk blijft, rot het portret boven weg, lijdend onder de verdorven daden van zijn geportretteerde.
Dat is Trump. Het portret van een systeem dat verrot is.