Staat versus markt – zware weekendkost

Met een zware week nog in de voeten en veel te weinig nachtrust genoten, worstel ik me op zaterdag door ten minste twee kranten. En de tweede, het NRC, bevatte vandaag een stuk van Dorien Pessers. Zij had een lezing gehouden bij de Raad voor Openbaar Bestuur (altijd interessant). En dat kostte toch echt wel drie koppen koffie voor ik door de eerste paar alinea’s was. Hoe zij in staat is zoveel informatie en (veronder)stellingen te proppen in zo weinig tekst is me een raadsel. Maar het zette wel lekker aan tot denken.
Daar de hele tekst nog niet online staat bij RvOB en de NRC niet voor iedereen toegankelijk is, hier in ieder geval de inleiding:

Vertrouwen van burgers is verkwanseld, want de vorm wordt belangrijker dan de norm

Het evenwicht tussen de rechtsorde en de economische orde is verschouven. Wat publiek is, blijft een zaak van de politiek. Maar bij de vraag hoe de publieke belangen moeten worden behartigd, wordt te veel vertrouwd op de markt. Zo stimuleert de overheid het wantrouwen van de burger.

Elke samenleving kent grosso modo twee grote morele registers, beide gebaseerd op het wederkerigheidsbeginsel, maar in uiteenlopende varianten. Reciprociteit is de moraal van de duurzame bindingen en de solidariteit – zoals in de sfeer van de liefde en sociale verwantschap – waarin over en weer onbepaalde verplichtingen worden nagekomen in het vertrouwen dat te zijner tijd verevend zal worden.
Vertrouwen is hier het sleutelbegrip.

Mutualiteit daarentegen is de moraal van de kortstondige bindingen van de martk, waarin tussen vreemden naar tijd en inhoud contractueel strikt bepaalde prestaties worden geleverd.
Hier is wantrouwen het sleutelbegrip.

De grote opgave van de rechtstaat is om ook tussen vreemden sociaal vertrouwen en daardoor een bepaalde mate van reciprociteit en solidariteit te verwezenlijken. Het historisch mechanisme daartoe is de heilzame fictie van het Sociaal Contract. Daarin spreken vreemde en vijandige partijen af dat zij elkaars grenzen niet meer zullen overschrijden en elkaars vrijheden zullen respecteren. Zij stellen de rechtstaat in , die de taak krijgt erop toe te zien dat het Sociaal Contract wordt nageleefd. Kern van de rechtstaatsidee is dat in beginsel vijandige partijen van elkaar worden gescheiden en in één beweging door met elkaar worden verbonden binnen een fiduciaire rechtgemeenschap.
….

Stof voor een stevige discussie!

Update (24-9-06): Link naar de volledige (open) versie van haar lezing (dank Hiram)

  1. 4

    Mwah, veel cliché’s over de werking van de vrije markt:

    Mutualiteit daarentegen is de moraal van de kortstondige bindingen van de martk, waarin tussen vreemden naar tijd en inhoud contractueel strikt bepaalde prestaties worden geleverd.
    Hier is wantrouwen het sleutelbegrip.

    De markt creert zijn eigen moraliteit omdat de ‘prestaties die geleverd worden tussen vreemden’ niet contractueel vastgelegd kunnen worden. Je stelt géén contract op als je brood koopt of als je naar de bioscoop gaat. En tóch heeft niemand in Nederland problemen met het bemachtigen van voedsel of het bezoeken van een bioscoop.

    De reden waarom jij een lekker brood van de bakker kan ruilen voor een paar metalen schijfjes (zonder dat je een notaris erbij hoeft te halen die een contract opstelt tussen de partijen) is tweeledig: jij vertrouwt erop dat het brood geen zaagsel of asbest bevat en hij (de bakker) vertrouwt erop dat die ‘metalen schijfjes’ een grotere waarde hebben dan het metaal zelf (namelijk een deel van jouw arbeid).

    Dit vertrouwen is gebaseerd op 1. stevige instituties aan de kant van de overheid (een degelijk monetair stelsel, straffen op ondeugdelijk brood) en 2. een welbegrepen eigenbelang van de producent: de bakker begrijpt dat hij meer klanten kan vasthouden als hij zijn brood niet vergiftigt.

    Kortom, tot op zekere hoogte zorgt de markt voor goed gedrag: je maakt meer winst op die manier.

  2. 5

    ‘Contract’ is hier natuurlijk een veel breder begrip dat niet perse een papier met letters vereist. Waar het in dit onderscheid om gaat is:
    – bij economische activiteiten zijn de prestatie en tegenprestatie strikt en tot in details bekend. Na afloop van de transactie is geen enkele verplichting overgebleven, daarom een kortstondig contact.
    – bij vriendschap/liefdes relaties zijn prestaties en tegenprestaties niet precies bekend, en ook niet kortstondig. De tegenprestatie kan op een veel later moment komen en is ook niet noodzakelijkerwijs gespecificeerd en op voorhand bekend.

    Dit laatste type relatie vereist veel vertrouwen, nu is het de kunst hoe je tenminste een deel van dit type vertrouwen kunt kweken/ondersteunen tussen mensen die geen vriendschap/liefders relatie hebben. Iets van een dergelijk vertrouwen is namelijk vereist om een samenleving te vormen.

    De filosoof Hobbes bedacht daarvoor het begrip ‘Sociaal Contract’. Deze heeft als taak om wantrouwige vreemden van een vertrouwensbasis te voorzien.

    Tot zover, een uitleg van de inleiding.
    De geciteerde inleiding is niet meer en minder dan een korte samenvatting van een alombekende sociaalfilosofische analyse.

    Wat zijn nu de stellingen waar die stevige discussie over gevoerd moet worden?

    Het is immers wel duidelijk dat dit onderscheid ‘grosso modo’ wel recht doet aan de problematiek. Of toch niet?

  3. 6

    @JSK: “En tóch heeft niemand in Nederland problemen met het bemachtigen van voedsel of het bezoeken van een bioscoop”, zeg je.

    Dus (in nood verkerende) voedselbanken bestaan niet.

  4. 7

    Dit vertrouwen is gebaseerd op 1. stevige instituties aan de kant van de overheid (een degelijk monetair stelsel, straffen op ondeugdelijk brood) en 2. een welbegrepen eigenbelang van de producent: de bakker begrijpt dat hij meer klanten kan vasthouden als hij zijn brood niet vergiftigt.

    Dit is volgens die analyse nu juist onderdeel van het sociaal contract dat het wantrouwen inperkt. Dit leidt inderdaad (ook volgens de schrijfster) tot een vorm moraliteit, maar alleen dankzij het sociaal contract, dat in feite steunt op het eerste morele register.

    Het eerste morele register is dus primair, zonder dat is de tweede (en daarmee een samenleving/markt/economie) onmogelijk. Het zou wel eens fataal kunnen zijn om dit te vergeten en te doen als of het tweede morele register (kort door de bocht: dat van de markt) op zichzelf staat.

    Hmmm… Breng ik nu een conclusie naar voren, die ook verder in het stuk te berde wordt gebracht?

  5. 8

    @jb:

    ’Contract’ is hier natuurlijk een veel breder begrip dat niet perse een papier met letters vereist. Waar het in dit onderscheid om gaat is:
    – bij economische activiteiten zijn de prestatie en tegenprestatie strikt en tot in details bekend. Na afloop van de transactie is geen enkele verplichting overgebleven,

    Ohja? Dus als jij naar een bioscoop gaat weet je precies wat je gaat krijgen? Van de inhoud van de film tot aan het introducerende praatje van het bioscooppersoneel? Kom nou… ik neem aan dat er met ‘contract’ bedoeld wordt wat wij in het dagelijks leven met een contract bedoelen: een expliciete overeenkomst tussen twee (of meer) partijen.

    In verreweg de meeste transacties op de markt is er géén sprake van een expliciete overeenkomst, dus geen sprake van een contract.

    bij vriendschap/liefdes relaties zijn prestaties en tegenprestaties niet precies bekend, en ook niet kortstondig.

    Nooit een meisje uit het café meer naar huis genomen? Alsof elke relatie buiten het domein van de markt ‘duurzaam is’ en elke relatie op de markt ‘kortstondig’. Dat is meer ideologie dan observatie.

    Beide vriendschappelijke en marktrelaties werken pas als er sprake is van vertrouwen. Het is niet alsof iedereen op de markt elkaar intens wantrouwt, en het is niet alsof iedereen in een liefdesrelatie, gezin of gemeenschap het groots mogelijke vertrouwen in elkaar heeft.

  6. 9

    @JSK: Het citaat doet de diepte van haar rede tekort. Ze komt wel degelijk ook met voorbeelden van “vertrouwen” in de marktwerking en van “wantrouwen” in de publieke ruimte.
    Ik hoop dat ze het snel online zetten. Ik kan de tekst niet van NRC kopieren helaas.

    @jb: voor sommigen (zoals ik) is dit deels nieuw spul. Maar wat me vooral raakte was de compacte manier van het neerzetten. En de zin “

    Kern van de rechtstaatsidee is dat in beginsel vijandige partijen van elkaar worden gescheiden en in één beweging door met elkaar worden verbonden binnen een fiduciaire rechtgemeenschap.


    Hoe relevant die zin ook in de actuele situatie eigenlijk is. Waarin er sprake is van “vijandige” elementen in de samenleving die toch op de een of andere manier binnen het geheel gebracht worden. Maar als die vijandige elementen niet het basisbeginsel van een sociaal contract erkennen, wordt dat lastig natuurlijk. Wat doe je dan.
    Het hele mechanisme gaat er natuurlijk wel vanuit dat iedereen (een overgrote meerderheid) er in gelooft.

    En dan heb ik nog niet over de discussie die je kan voeren over de toegenomen invloed van de markt met zijn eigen wederkerigheid. Het lange termijn indirecte vertrouwen in de wederkerigheid zit niet echt in de markt. Dat blijft korte termijn en concreet.

    @Dolby, floorjan en jb: Fascinerende aan het sociale contract is dat het eigenlijk niet bestaat.

  7. 10

    @jb:
    Het Sociaal Contract waarnaar jij refereert is dat van Hobbes, het Contract tussen burger en staat. Het contract waar de schijfster het over heeft is van een compleet andere orde, namelijk dat tussen verschillende groepen burgers.

    Aldus:

    De grote opgave van de rechtstaat is om ook tussen vreemden sociaal vertrouwen en daardoor een bepaalde mate van reciprociteit en solidariteit te verwezenlijken. Het historisch mechanisme daartoe is de heilzame fictie van het Sociaal Contract.

    Die reciprociteit en solidariteit bestaat niet omdat de rechtsstaat die af zou dwingen, de rechtsstaat maakt enkel regels voor een eerlijk spel. Reciprociteit en solidariteit bestaat omdat ten eerste het een deugd is in het christendom, en omdat het ten tweede lonend is, ook in marktrelaties.

    Wederom, ‘wantrouwen’ is evenmin een essentieel onderdeel van marktrelaties (wantrouw jij je bakker jb), net zoals ‘vertrouwen’ evenmin per definitie een onderdeel is van relaties buiten de markt.

  8. 11

    Het citaat doet de diepte van haar rede tekort. Ze komt wel degelijk ook met voorbeelden van “vertrouwen” in de marktwerking en van “wantrouwen” in de publieke ruimte.

    Wat is haar (of jouw, voor hetzelfde geldt) punt dan?

  9. 12

    @Steeph: Bedoel je nou het Sociaal Contract of wat je letterlijk zegt, het sociale contract.
    En in reactie 3 had ik het over sociale contacten, zonder ‘r’.
    Sorry, ik zit er doorheen, val zowat om.

  10. 13

    Dat het voor mij bekend is, is vermoedelijk beroepsdeformatie.
    @JSK: de term contract is hier wel verwant aan de gebruikelijke, maar niet identiek. Als je een kaartje voor de bioscoop koopt, weet je precies wat je kunt verwachten: je kunt een film kijken met die en die titel, acteurs etc.
    Het punt is helemaal niet dat in de economie alleen maar sprake is van wantrouwen, welnee, dan was een samenleving en economie onnodig.
    Het punt is dat je ‘grosso modo’ twee morele registers kunt onderscheiden waarbij de een, op zichzelf genomen, gedomineerd wordt door vertrouwen, en de ander door wantrouwen. In de praktijk lopen beide door elkaar heen, doordat aan beide registers tegelijk getrokken wordt.

    Op het niveau van een samenleving wordt aan het ‘vertrouwenregister’ getrokken door middel van een sociaalcontract, concreet terug te vinden in de vorm van een rechtsstaat.

    @Steeph over vijandigheden in 1 gemeenschap: een dergelijk sociaal contract is niet statisch, maar dynamisch, of tewel moet telkens weer hernieuwd en hervonden worden.

    Concrete conclusie: Dat doe je volgens mij niet door andersdenken het land uit te zetten. Daarmee creeer je juist meer vijandigheden en zet je andersdenkenden volledig buiten de mogelijkheid van een sociaal contract. Je moet personen die zich op alle mogelijke manieren tegen het sociaal contract (maatschappij/rechtsstaat/democratie etc.) (op extreme wijze) verzetten juist aanpakken met de middelen van het sociaal contract die deze persoon daarbinnen tot verantwoording roepen, b.v. middels strafrecht/civielrecht, zodat deze personen en hun denkbeelden een plaats blijven innemen binnen het domein waarin het sociaal contract zijn werking uitoefent.

  11. 14

    @jb:

    Het punt is dat je ‘grosso modo’ twee morele registers kunt onderscheiden waarbij de een, op zichzelf genomen, gedomineerd wordt door vertrouwen, en de ander door wantrouwen. In de praktijk lopen beide door elkaar heen, doordat aan beide registers tegelijk getrokken wordt.

    Ah okee.

    Als je een kaartje voor de bioscoop koopt, weet je precies wat je kunt verwachten: je kunt een film kijken met die en die titel, acteurs etc.

    Je hebt weinig garantie dat de bioscoop die je in wandelt niet tsjokvol met mensen zit zodat je niet kunt zitten/dat wél de juiste film wordt gedraaid maar in het zwart-wit/dat de stoelen kraken zodat je de dialogen niet kan volgen/etc. Het uitblijven van deze ongemakken tijdens het film kijken zijn op géén expliciete manier vastgelegd door wat voor’n ‘contract’ dan ook, en toch kan je erop vertrouwen dat je bij negen uit de tien bioscopen rustig een film in kleurenbeeld, zonder het geluid van krakende bioscoopstoelen kunt kijken.

    Als de markt ‘grosso modo’ gedomineerd is door wantrouwen, waarom kunnen we consequent op zoveel dingen die door de markt worden geproduceerd vertrouwen? Zonder dat je een contract hoeft te tekenen, of dat er een expliciete wettelijke verplichting bestaat aan de kant van de producenten. Uitbaters van bioscopen zijn geenzins wettelijk verplicht om fijne, geluidstechnisch correcte ruimten te bouwen. Toch kan je er op vertrouwen dat verreweg de meeste bioscopen zo zijn.

    Beantwoord die vraag eens.

    Op het niveau van een samenleving wordt aan het ‘vertrouwenregister’ getrokken door middel van een sociaalcontract, concreet terug te vinden in de vorm van een rechtsstaat.

    Die snap ik niet. Het sociaal contract verplicht op geen manier mensen vriendelijk tegenover wildvreemden te zijn.

  12. 15

    @dolby: Had ik even over het hoofd gezien. Je hebt gelijk, zonder r is een goed begin.

    @JSK: Er hoeft niet altijd een punt te zijn. Haar stuk is, zover ik nu kan beschouwen, een gebalanceerde overweging. Die zet aan tot denken. Zaken weer eens in een ander daglicht zien. En daar hoeft niet noodzakelijk een duidelijke conclusie uit te komen.
    Het is delen in een proces dat hiermee aangezet wordt.

    @JSK #13: Ben er nog niet helemaal over uit over het wantrouwen/vertrouwen aspect van de voorbeelden die je aandracht. Je kan het ook omgekeerd beschouwen namelijk. Een constant wantrouwen houdt de producent/leverancier scherp om dat te bieden wat het wantrouwen niet verergert.
    Maar omgekeerd houdt een constant wantrouwen een “samenleving” misschien ook allert.

    @jb: Risico van webloggen met duizenden lezers. Met enige regelmaat kom je lezers tegen die beduidend meer van een onderwerp weten dan jezelf en die dus de verwondering even niet begrijpen. Gelukkig word ik daardoor niet tegengehouden. Er zijn immers velen die nog niet die kennis hebben.

  13. 16

    (helaas geen toegang tot het artkel)
    Is het niet zo, dat de afgelopen generaties (zeg sinds WOII), een verschuiving is opgetreden van vertrouwen – en geborgenheid binnen relaties – naar wantrouwen en een ongeborgenheid in individualiteit? Het gewicht van beide morele registers in de sociale relaties verandert.

    Het aantal huishoudens van alleenstaanden, het aantal scheidingen – en daarmee de zakelijkheid die in het huwelijk zit – zijn daarvan een uiting (of oorzaak). Evenzo de toename van cultuurvreemde elementen die in de directe omgeving kwamen leven.

    Met die verschuiving is natuurlijk ook een wijziging van het sociale contract aan de gang en daarmee legt Dorien Pessers dan een vinger op een mechanisme waarmee de fricties in de samenleving kunnen worden geanalyseerd.

    De historie van het historisch mechanisme van de heilzame fictie van het Sociaal Contract is nog niet zo oud en je kunt je afvragen of de frictie waar de samenleving zich momenteel in bevind een frictie is binnen de context van het contrat social of dat het een frictie is die die context overstijgt.

    Anders gezegd: de frictie in de samenleving is wellicht geen frictie tussen twee morele registers maar een frictie a.g.v. een terugkeer naar de sociale verhoudingen van voor het sociale contract (of een nieuwe verhouding).

    Een restauratie dus (of een nieuwe situatie).

    Overigens is de zin Het historisch mechanisme daartoe is de heilzame fictie van het Sociaal Contract in mijn beleving uiterst complex.

    1) Een historisch mechanisme geeft de tijdelijkheid van het sociaal contract aan;
    2) Heilzame fictie is een nekslag voor een sociaal contract: de heilzaamheid is niet bestaand, een illusie. De Franse revolutie (en de Amerikaanse) en de daaraan ten grondslag liggende rationaliteit in een pennestreek tot illusie verwerkt. Ik weet niet of ik het daarmee eens ben. Wat moet dan de basis van de samenleving zijn? De Evangelische kerk?

    Even de koffie opdrinken…

  14. 17

    @JSK
    De voorbeelden die jij aandraagt zijn consumentenvoorbeelden. Het werkelijke sociale contract gaat over echt ondernemen: verhoudingen tussen macht en geld en personen die dat bezitten.

    Een kaartje voor de bioscoop en een brood vallen daar niet onder, dat is een verkoop van een goed aan een machteloze. Geen verhouding om bij de rechter voor te leggen dus.

  15. 19

    Wat een lezing!

    Het heeft geen zin natuurlijk om van alles te gaan quoten maar de volgende passage trof mij wel heel erg diep:

    Maar in de toneelwereld van schijn en impression management wordt de bureaucratie een imaginair universum binnengeleid. Kennis van feiten, vakkennis en professionaliteit zijn niet meer belangrijk, maar slechts de competentie om competent te lijken. De enorm groei van de communicatieafdelingen binnen de publieke sector is symbolisch voor deze ontwikkeling. Marketing, presentatie en public relations worden belangrijker dan de diensten die geleverd moeten worden. De vorm wordt belangrijker dan de norm. Misleiding van het publiek door aan de reclame ontleende beeldtaal belangrijker dan betrouwbare dienstverlening. De woorden van Marshall over het zo belangrijke verschil tussen het vertrouwen in een ambtenaar of professional enerzijds en een koopman anderzijds, verliezen aan gelding. De grenzen tussen het ambt en de persoon van de ondernemende ambtenaar vervagen, zo ook die tussen staat en markt, tussen publieke en private belangen, tussen rationele sturing en irrationele sturing. Alleen de onderste laag van de professionele werkvloer kent nog de reële condities waarin burgers leven: de wijkagenten, de onderwijzers, de artsen, de hulpverleners. Maar inmiddels liggen daar demotivatie, cynisme en opportunisme op de loer. Met het gezonde verstand heeft het openbaar bestuur ook zijn goede trouw verloren.

    Dorien Pessers, als je het zo kunt beschrijven ben je geweldig.
    Een wereldwijf!

    (Steeph en Hiram: dank voor onderwerp en link)

  16. 20

    “Kern van de rechtstaatsidee is dat in beginsel vijandige partijen van elkaar worden gescheiden en in één beweging door met elkaar worden verbonden binnen een fiduciaire rechtgemeenschap.”

    Wat nu als blijkt dat de onderlinge relatie tussen beide partijen, die ene beweging, een ongelijke is. En wat nu als de posities van deze vijandige partijen een ongelijke is? Dat de ene partij altijd in een afhankelijke relatie tot de ander staat?

    Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar die ene beweging? Want wat houdt dat precies in?

  17. 21

    @steeph: ik vind het ontzettend leuk om een dergelijk stuk hier op een weblog tegen te komen! Het is fantastisch als een veel bredere groep mensen in aanraking komt met concepten uit de wijsbegeerte.

    @JSK

    Uitbaters van bioscopen zijn geenzins wettelijk verplicht om fijne, geluidstechnisch correcte ruimten te bouwen. Toch kan je er op vertrouwen dat verreweg de meeste bioscopen zo zijn.

    Op basis van dit soort voorbeelden zou je kunnen concluderen dat de markt (het tweede morele register) zelf vertrouwen opbouwt en dat wantrouwen dan dus ten onrechte het sleutelwoord is, en het eerste morele register niet primair is.
    Ik zou echter willen verdedigen dat dit toch niet zo is. Die uitbater van de bioscoop zorgt voor een fijne, geluidstechnisch correcte ruimte etc. omdat hij anders niet zeker is dat zijn bezoekers nog komen (wantrouwen is dus het motief om de prestatie te leveren). Hij voldoet immers niet aan de prestatie, en alleen op die voorwaarde kan hij zijn bezoekers vertrouwen. Hij levert de prestatie omdat hij zijn bezoekers niet zodanig kan vertrouwen dat zij toch wel op komen dagen.
    Bij het eerste morele register, neem een huwelijk (waar overigens het tweede morele register ook vaak een rol kan spelen), als het goed zit kom je opdagen, ook al is het in een uithoek ergens in een modderig weiland.

    Iets van dit laatste heb je nodig om solidariteit rond bijvoorbeeld uitkeringen in stand te houden: je moet er op vertrouwen dat men (in het algemeen) serieus probeert weer aan het werk te komen als men daartoe in staat is. Dit is een algemeen vertrouwen, zonder specifieke prestatie/tegenprestatie.

    Je zou ook kunnen zeggen: bij het eerste morele register is vertrouwen de grondtoon waarbij wantrouwen deze kan aantasten, bij het tweede morele register is wantrouwen de grondtoon die binnen de perken gehouden wordt door vertrouwen.

  18. 22

    @HansR Ook ik! Geweldige lezing, al duurde het even voordat ik het begreep …
    (In sociale interacties staan vertrouwen en wantrouwen tegenover elkaar. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven maar volgens Pessers is de balans tussen die twee de laatste jaren verstoord. Dat zou weer te maken hebben met de politiek die marktmechanismen inzet als reguleringsmechanismen in allerlei gebieden. Relaties worden op die manier steeds vaker gekenmerkt door mutualiteit in plaats van reciprociteit, wantrouwen in plaats van vertrouwen, economische orde in plaats van rechtsorde. Volgens haar een fatale ontwikkeling … en dat ben ik zo ontzettend met haar eens …..)

  19. 23

    @jb
    Dus als voor het aanvragen van een paspoort een uur op een hard bankje moet zitten wachten in het gemeentehuis, dan noemen we dat vertrouwen. De gemeente vertrouwt er namelijk op dat je na 5 jaar toch wel weer terug komt omdat dat kreng (paspoort, niet muts achter balie/ambtenaar) dan weer verlopen is…

    Fijne definitie van vertrouwen/wantrouwen heb je dan.

  20. 24

    Om hier wat minder geborneerd, misschien zelfs enigzins inhoudelijk over te kunnen discussieren zou het simplistische, vrije markt strijdertje JSK op de echte markt het NRCH van gisteren moeten kopen. In een instelling als een bibliotheek zijn kranten overigens gratis te lezen.

  21. 25

    ‘Simplistisch’? Van iemand die geen elke bijdrage heeft geleverd naast het benoemen van andersmans bijdrage als ‘simplistisch’? Laat me niet lachen. Anders doe je even alsof je volwassen bent.

    En wat is het ‘NRCH’ in hemelsnaam?

  22. 29

    Ik heb het stuk in de krant gelezen en vond het prima.
    In JSK’s sofistische discussiebijdragen op Sargasso erger ik me aan
    -zijn bokkiwokki Nederlands (“in een op winstbelust cafe” betekent “in een winstbelust café”), symptomatisch voor zijn gedachten.
    -de hetzerige toon (kletskoek verkondigt hij graag& zonder verve over Marokkanen in de Baarsjes (waar ik woon) of het Kanaleneiland in Utrecht)
    -aan z’n beschuldiging van antisemitisme en stormfrontlidmaarschap doordat ik joden niet met (of juist wel met) een hoofdletter schreef.
    Sinds die laatste opmerking scheld ik hem af en toe een beetje uit, als er geen andere onbenul voorhanden is.

  23. 30

    Boeiend verhaal. Ik blijf alleen een beetje zitten met vragen over oorzaak en gevolg. Ik krijg het gevoel dat de overgang van “rechtsstaat-staat” naar “marktstaat” (om het maar even simpel te zeggen) hier beschreven wordt als een autonoom proces en alle veranderingen in de maatschappij als gevolg daarvan. De realiteit lijkt me gecompliceerder. Of snap ik het niet helemaal?

  24. 31

    @Oplawaai
    Misschien de begrippen vertrouwen, wantrouwen en reciprociteit gewoon hanteren op een ander historische gebeurtenis en kijken of je dan tot een – eigen – verklaring van gebeurtenissen kunt komen (b.v. de Franse revolutie: overgang van onderdrukking door kerk en adel naar individuele vrijheid en rechtstaat).

    Dat maakt de begrippen los van de context zoals die hier gegeven wordt en geeft meteen wat historische beweging ipv een statische autonomie. En het is een aardige oefening natuurlijk :)

    Los daarvan is het hanteren van de begrippen door Pessers inderdaad ook behoorlijk dwingend. Dat maakt het lastig om de begrippen wat abstracter te zien. Maar wat doet ze dat prachtig.

  25. 32

    @Oplawaai
    Misschien de begrippen vertrouwen, wantrouwen en reciprociteit gewoon hanteren op een ander historische gebeurtenis en kijken of je dan tot een – eigen – verklaring van gebeurtenissen kunt komen (b.v. de Franse revolutie: overgang van onderdrukking door kerk en adel naar individuele vrijheid en rechtstaat).

    Dat maakt de begrippen los van de context zoals die hier gegeven wordt en geeft meteen wat historische beweging ipv een statische autonomie. En het is een aardige oefening natuurlijk :)

    Los daarvan is het hanteren van de begrippen door Pessers inderdaad ook behoorlijk dwingend. Dat maakt het lastig om de begrippen wat abstracter te zien. Maar wat doet ze dat prachtig.

  26. 34

    Vertrouwen en wantrouwen.

    Net eens even geluisterd naar een interview met WFH, hij zegt daar wel iets dat hier op lijkt. (Dank PF)

    “In de 19e eeuw had je nog geen sociale wetten. En als dokter kon je op zondag twee dingen doen, iets geven in het kerkezakje of voor niets op bezoek gaan bij de armen, dat kwam op hetzelfde neer. Maar nu, je gaat naar een professionele arts, of naar een ziekenhuis, het persoonlijke is nu wel verdwenen. Vroeger kon je een dokter aan je bed krijgen en dat kon een goede man zijn. Of een slechte. Dat kon ook.”

    Of neem de nieuwe ANP fotosite (dank PF) en zoek eens op Deventer in 1907 en bekijk dan de 3e foto van de karrenploeg van het gesticht “Brinkgreven”. Dit zijn zgn. onhandelbare gekken die op de foto moeten. Driekwart wendt zich van de fotograaf af.

  27. 36

    @ HansR: Mijn opmerking kwam geloof ik vooral voort uit de behoeft om, na het lezen van zo’n stuk, alles maar meteen te willen gaan toepassen. In de huidige maatschappij, bedoel ik. Misschien moet ik die neiging af en toe maar eens een beetje onderdrukken…

  28. 37

    @Oplawaai: Dit is nou net zo’n stuk dat je gewoon tot je moet nemen. En misschien nog een keer of twee, drie. En dan in de loop van de tijd zijn invloed laten gelden bij afwegingen.

  29. 38

    Dat is inmiddels ook tot me doorgedrongen, Steeph. Al valt het niet helemaal mee om me daar bij neer te leggen: ongeduldig karakter.
    Overigens: ik plaatste die opmerking ook wel in de hoop dat hij nog wat reacties, of een discussie, uit zou lokken van mensen die wat meer thuis zijn in deze materie dan ik. Maar ja, om een zinnige discussie uit te lokken moet je natuurlijk wel eerst een zinnige opmerking plaatsen….

  30. 39

    Eigenlijk ben ik het alleen met het eerste citaat eens:

    We have today the technical and material resources to meet man’s animal needs. We have not developed the cultural and moral resources or the democratic forms of social organization that make possible the humane and rational use of our material wealth and power.

    Conceivably, the classical liberal ideals as expressed and developed in their libertarian socialist form are achievable. But if so, only by a popular revolutionary movement, rooted in wide strata of the population and committed to the elimination of repressive and authoritarian institutions, state and private. To create such a movement is a challenge we face and must meet if there is to be an escape from contemporary barbarism.

    – Noam Chomsky, Government in the Future

  31. 40

    @mescaline:

    Ik kan mij ok wel vinden in de tweede citaat. Maargoed, daarin stelt hij danook dat anarchisme haalbaar is en zelfs noodzaak is om de huidige malaise te ontstijgen.

  32. 41

    @troebel:

    In JSK’s sofistische discussiebijdragen op Sargasso erger ik me aan
    -zijn bokkiwokki Nederlands (“in een op winstbelust cafe” betekent “in een winstbelust café”), symptomatisch voor zijn gedachten.

    Pff.. na 200 zinnen weet je één taalfout van mij te vinden. Terwijl jij na één zin (in 24) al enigszins fout schrijft. ‘B*tch, why you so stupid’, vraag ik mij dan af.

  33. 42

    @JSK
    Wat kan je van iemand verwachten die in de hele discussie + na het artikel gelezen te hebben niet verder komt dan:

    Ik heb het stuk in de krant gelezen en vond het prima.

    Zeg dan direct dat het je leek alsof er at random een aantal woorden achter elkaar waren gezet.

  34. 44

    Ik zie het al helemaal voor me:

    ===================

    Dames en Heren!

    Ze zijn er weer! De nieuwe Bokki-Wokki’s!

    Koop ze nu, ze liggen in de winkel, vers van het land!

    De BokkiWokki weken zijn aangebroken!

    BokkiWokki’s, mooie BokkiWokki’s! Twee voor de prijs van een!

  35. 45

    @su Volgens mij hebben we in het eerste citaat iets te pakken wat je ook het menselijk tekort zou kunnen noemen. Ik weet wel dat die term al bestaat (Malraux, ben te lui om het te vergelijken).

    En je (Chomsky) kunt met de juistwillenden in een land op een tijdstip proberen revolutie te maken, daarin slagen, de idealen zelfs instellen met een beetje geluk, maar na 20 jaar heeft die maatschappij op allerlei fronten zich op tientallen fronten alweer aan de imperfecte (luie, gierige, onverschillige, etc.) mens aangepast.

  36. 46

    @mescaline:

    Ik heb niet het idee dat Chomsky een eenmalige revolutie predikt, eerder een duurzame revolutionaire gedachtengoed. Het imperfecte is eerder een gegeven dan een te nemen horde. Ieder maatschappelijke beweging zal daar mee om moeten gaan.

  37. 47

    JSK
    Het hele punt van ‘wantrouwen’ (in de definitie van mutualiteit) zit hem precies in de ‘voor wat hoort wat’-norm, precies in het feit dat het om een ogenblikkelijke transactie gaat van precies overeengekomen equivalenten; in het feit dat uitwisseling met wildvreemden kan plaatsvinden en het de bedoeling is dat je vervolgens ‘van elkaar af bent’–de essentie van markteconomische transacties. Dat je vervolgens een kat in de zak gekocht kunt hebben doet voor het conceptuele onderscheid niet ter zake.

    Bij reciprociteit is het juist uitdrukkelijk niet de bedoeling dat je van elkaar af bent omdat je dan de relatie hebt opgeheven. Het is ook niet de bedoeling dat je een ogenblikkelijke transactie voltrekt, en precieze kwantificatie van waarde is dan ook een heikel punt. Je hebt dan veel meer de mentaliteit van ‘voortdurend bij elkaar in het krijt staan’. Je nodigt je buren een keer te eten uit; zij lenen je een keer een auto. Je geeft iemand een kado; ooit krijg je ook een keer een (heel ander) kado terug. Etc. etc.

    Ik heb de laatste jaren in de NRC zelden zo’n helder en intelligent stuk gelezen als dat van Pessers. Haar proefschrift is trouwens ook erg boeiend.