Closing Time | Death of a Party
Depri jaren negentig Britpop, daar vrolijkt een mens van op.
De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders
Depri jaren negentig Britpop, daar vrolijkt een mens van op.
De jongens en meisje van The Damn Truth hebben goed naar Janice Joplin geluisterd. Zangeres Lee-La Baum schreeuwt ‘r stembanden wel kapot, maar ach, wat zou ’t?
In Frankrijk wereldberoemd, daarbuiten slechts een negentiende plek op het Eurovisiesongfestival van 2008. Toch zet Sébastien Tellier af en toe lekkere deuntjes neer.
Zwitserse folk met melodische death metal, of melodische death metal met folk. Net wat u wilt. Lekker nummer dit.
Wat een ontdekking! Imelda May heeft het uiterlijk van een rockchick maar zingt soul, gospel en meer van dat soort genres of het niets is. Ze stond voorheen vooral bekend met rockabilly, maar met haar laatste album laat ze een hele nieuwe kant van zichzelf zien. En die mag gezien worden. Vooral dit nummer Sixth Sense heeft mijn hart gestolen en kan ik inmiddels dromen, wegens veelvuldige herhaling. Dat dromen is overigens letterlijk; het nummer dat ik het laatst heb gehoord voor het slapen gaan, zingt in mijn hoofd tot ik de volgende morgen de radio aan zet en iets anders te horen krijg. Dat is met dit nummer geen straf.
Het leuke van Bowie-covers is dat je er alle kanten mee op kunt. Anna Calvi is er best wel goed in.
Kate Bush meets folk; liedjesmaker Martin Newnham – afkomstig van The Isle of Wight voor ’t geval dat u zich afvroeg waar dat accent toch vandaan komt – flikt het gewoon.
Zelf dacht ik, naar aanleiding van de fraaie clip waarin Donald Sutherland een eigenzinnige uitvinder speelt, dat Bush een soort kinderverhaaltje had bedacht, maar dat blijkt niet zo te zijn.
De tekst is geïnspireerd door Peter Reich’s memoire A Book of Dreams uit 1973, over zijn tijd op Orgonon, het onderzoekscentrum van notoire kwakzalver Wilhelm Reich.
Wat je ook moge vinden van singer-songwriter Andrew Bird, hij blinkt in ieder geval uit in publiciteit. Zijn wikipediapagina leest als een promotiefolder en zijn videoclip zit vol lovende blurbs (van hemzelf).
De man heeft blijkbaar nog humor ook.
Syreeta is duidelijk verveeld bij haar optreden in het legendarische TV-programma TopPop, maar dat mag voor ons de pret niet drukken. Zij en Billy Preston hadden in 1980 een leuke hit in Nederland en België, “It will come in time”. Ik herinner me dat ik het liedje met een klasgenoot besprak tijdens de wiskundeles en dat mijn docent eigenlijk mee wilde kletsen maar besloot dat de lesstof van die dag toch urgenter was.
Thom Yorke met een piano en een mengpaneel. Wat wil een mens nog meer op de zondagmiddag?
Ik had nog niet eerder van deze Lizzo gehoord, maar ik word er wel bijzonder vrolijk van.
Het gebeurt me helaas zelden meer dat ik live een (voor mij) nieuw bandje zie, en dat ik compleet word weggeblazen.* Gelukkig was daar het Oekraïense Jinjer, dat ik recent mocht bewonderen op tour met Amorphis en Soilwork. Lomp hard, ontzettend mooi gevoelig, en alles er tussen in, in een vage mix van weet ik hoeveel verschillende (metal)stijlen. Met geweldige muzikanten, en een zanger die zo gevarieerd zingt (van bruut gebrul tot zwoel jazzy), dat het lijkt alsof er minstens twee zangers aan het werk zijn. Maar het is er toch echt maar ééntje. Volgens hun Wiki spelen ze metalcore, en hell, daar hou ik niet eens van. Maar toch vind ik dit een fantastische band. Ik heb ter plekke hun meest recente EP ‘Micro’ gekocht en kan die iedereen van harte aanbevelen.