Red een managementlaag!

“Het ritselt overal,” schreef Sofokles in het fragmentarisch overgeleverde toneelstuk Akrisios, “voor wie bang is.” Al duizenden jaren is het een beproefde techniek om de paniek aan te wakkeren: zorgen dat ze omslaat in paranoia, zodat je als boeman alleen hoeft toe te kijken hoe de angst om zich heen grijpt.

Het laatste anderhalf jaar zijn de Nederlandse cultuur en de Nederlandse wetenschap in rep en roer. Van alle kanten dreigt gevaar, al is dat ‘gevaar’ alleen financieel. De ene subsidiekraan na de andere wordt dichtgedraaid: orkesten, bibliotheken en theatergezelschappen verkeren al in zwaar weer en ook de universiteiten hebben het moeilijk. Dat is allemaal ernstig, zou je zeggen, maar voor sommigen kennelijk nog niet ernstig genoeg.

Zo voerde NRC Handelsblad de afgelopen week een systematische campagne om de lezer te doen geloven dat de opleidingen Frans, Italiaans en Duits in Leiden zonder enige twijfel worden opgeheven. Na een nieuwsartikel in de krant van maandag 27 februari, verscheen er donderdag een column van Christiaan Weijts (‘Wie een taal wil studeren, zal naar het buitenland moeten’) en zaterdag waarschuwde de taalkundige Rens Bod op de voorpagina van de opiniebijlage dat de Nederlandse opleidingen zo verworden tot ‘middelmatige talenstudies die niet uitstijgen boven het niveau van een cursus Frans aan een volksuniversiteit’. (Dat stuk stond gisterenavond op Sargasso; eergisteren was er al een reactie van Jona Lendering.)

Voor wie de letteren liefheeft, is er genoeg om je zorgen om te maken. Nederland wordt een land dat zijn talen steeds minder goed beheerst: de gemiddelde Nederlander denkt inmiddels dat hij met een mondje Engels de hele wereld kan begrijpen en de gemiddelde Nederlandse universiteitsbestuurder denkt niet anders, dus wordt er inderdaad her en der ingehakt op waardevolle instituties. Maar in dat kader zou je je juist geen zorgen moeten maken om wat er in Leiden gebeurt: dat is hooguit een bliksemafleider van de echte problemen.

Wie de openbare stukken van de universiteit bestudeert (zie bijvoorbeeld deze pagina), ziet dat er eigenlijk niet zoveel aan de hand is. Het ‘samenvoegen’ van de drie opleidingen waar de NRC moord en brand over schreeuwt, is vooral een administratieve handeling. Als je de voorlichting goed bestudeert zie je dat de opleidingen zelfs in het duisterste scenario ieder voor zich blijven bestaan, als het even meezit met een volledig programma. Er komen alleen wat minder baasjes: in plaats van drie ‘opleidingsbesturen’ is er voortaan één. Daarnaast wordt het voor studenten die dat willen en die voldoende ambitie hebben mogelijk om de opleidingen te combineren en bijvoorbeeld Frans én Italiaans te studeren. In de huidige structuur kost het de student veel geld om twee bachelors te doen; dat probleem wordt hiermee omzeild.

Je zou de universiteit eventueel kunnen verwijten dat ze dit soort voordelen niet duidelijk naar buiten brengt, maar wie een en ander leest, ziet dat er nou net in dit ene geval weinig aanleiding is tot paniek. Tegelijkertijd is dit precies het soort bezuiniging dat iedereen zou wensen: een managementlaag wordt afgeschaft en slimme studenten kunnen met dezelfde administratieve handeling over de grenzen van hun eigen opleiding kijken. Daar als krant stampij over maken, is alleen maar gevaarlijk, althans als je tegen de bezuinigingen bent. Een willekeurige talenstudie op een willekeurige plaats in Nederland kan over een paar jaar makkelijker worden afgeschaft; omdat iedereen dan zal denken dat dit allang gebeurd is, kun je je afvragen of de goegemeente, onder aanvoering van NRC Handelsblad, dan nog eens op de bres springt.

(Voor de transparantie: ik ben voorzitter van de onderzoeksmaster Taalwetenschap in Leiden, een master-programma waarin al jarenlang heel veel talenstudies samengaan, maar zal met de voorgestelde nieuwe opleiding van mijn levensdagen nooit iets te maken hebben.)

  1. 1

    In de breedte is onze talenkennis vrij slecht en het verbetert ook niet echt. Het Duits wordt redelijk rap ingewisseld voor het Engels en dat kunnen we inmiddels ook relatief goed. Drietaligheid is echter al best bijzonder.

  2. 2

    Drietaligheid is echter al best bijzonder.

    Krijgen HAVO/VWO kids tegenwoordig niet minimaal drie jaar drie vreemde talen verplicht dan? In mijn regio is onder mijn leeftijdgenoten (dertigers) die VWO gehad hebben gedaan 4-5 taligheid de normaalste zaak.

  3. 3

    Dat lijkt me een bijzondere regio waar je woont. Maastricht toch? Van geen enkele Nederlander die ik persoonlijk ken weet ik dat hij of zij Frans spreekt. Die lessen Frans en Duits op de middelbare school worden graag vergeten. De Nederlander spreekt een aardig woordje Engels, maar als ik het zo inschat is het zelfs daarbij een ruime minderheid die mogen zeggen dat ze de taal enigszins beheersen.

  4. 5

    Maastricht inderdaad. Ik tel uiteraard onze eigen taal ook mee (Nederlands is echt de 2e, soms zelfs 3e taal van de overgrote meerderheid van de geboren Limburgers en sommige ouderen spreken het zelfs helemaal niet). Duits spreekt vrijwel elke Limburger, ook als hij niet meer dan lagere school gehad heeft en onder de 50 spreken de meesten ook verstaanbaar Engels (bij ouderen valt daar niet standaard op te rekenen). Frans blijft niet bij iedereen even goed hangen inderdaad, maar zeker hier in Maastricht onder de hogere sociale kringen (die graag in Luik gaan shoppen en in de zomer vooral Frankrijk als vakantiebestemming hebben) wel.

  5. 6

    Maastricht is, denk ik, ook wel een bijzondere regio. Zo dicht bij twee anderen talen te wonen heeft zijn invloed. Ik denk wel dat jij de capaciteit om een andere taal te spreken ietsje soepeler beschouwt dan ik, daarbij zou ik de taal van de regio zelf niet hebben meegeteld.

    Maarre, waarom zou iemand überhaupt graag in Luik shoppen? Dat is toch een beetje het afvoerputje van Franstalig België.

  6. 7

    @6: Moet je misschien toch een een weekendje Luik doen. Het is fraai opgeknapt de afgelopen 10 jaar. Daarnaast is er traditioneel al de tweemaal wekelijkse vlooienmarkt en de zondagmarkt, waar men van heinde en verre op af komt. Overigens is het Frans als taal van communicatie in Maastricht inmiddels uitgestorven (afgezien van onder Francofone migranten en forenzen).

    Ik denk wel dat jij de capaciteit om een andere taal te spreken ietsje soepeler beschouwt dan ik, daarbij zou ik de taal van de regio zelf niet hebben meegeteld.

    Hier kom ik toch niet uit. De eigen moedertaal zou ik niet een andere taal noemen. En de eigen moedertaal van het gros van de Limburgers is Limburgs.

    @Redactie: Excuses voor gierend off topic.

  7. 8

    @Redactie: ook mijn excuses (maar ik ga toch nog even door)

    @Bismarck: Over de talen zei ik twee dingen:
    1: ‘Ik denk wel dat jij de capaciteit om een andere taal te spreken ietsje soepeler beschouwt dan ik,’ waarmee ik bedoel dat jij wat milder bent in jouw oordeel over wanneer iemand bijvoorbeeld de Engelse taal spreekt.

    2: ‘daarbij zou ik de taal van de regio zelf niet hebben meegeteld,’ waarmee ik bedoel dat ik regionale talen (of dialecten) zelf niet zou meetellen in een opsomming van het aantal talen dat iemand kan spreken (misschien uitgezonderd het Fries).

  8. 9

    Volgens mij is dit maar één aspect van het stuk van Rens Bod. Het is een beetje flauw het erbij te halen. De kern van zijn betoog is, als ik het goed zie, in feite dezelfde als die van het betoog van Lendering: dat het denkbaar aan het worden is dat de geesteswetenschappen aan de universiteit hun beste tijd hebben gehad. Dat is een zinvolle vraag.

    Dat er een vakgroep of twee worden opgeheven dan wel samengevoegd, is eigenlijk maar een detail. Een beetje jammer om Bod op een detail aan te spreken en de hoofdlijn te negeren. Splinter. Balk.

  9. 10

    Rob, Luik is een redelijk grote stad met meerdere gezichten. Er is daar voor iedereen wel wat te vinden.

    Als afvoerputje komt Charleroi eerder in aanmerking.

  10. 12

    Het is waar dat de kwestie bij Bod slechts een detail is – al is het wel het detail waar hij het stuk aan heeft ‘opgehangen’, het is de ‘actuele aanleiding’. Ik onderschrijf het betoog van Bod verder op grote lijnen ook wel. Maar het gaat me niet om Bod: dat splintertje dat bij hem opduikt, duikt ook elders een aantal keer op. En samen vormen die splintertjes een balk, in mijn ogen.

  11. 14

    “Nederlands is echt de 2e, soms zelfs 3e taal van de overgrote meerderheid van de geboren Limburgers en sommige ouderen spreken het zelfs helemaal niet”

    ???

    Wat is dan de 1e of 2e taal van die mensen? Frans, Duits?

    Limburgs is geen taal, het is een dialect.

  12. 16

    Beetje kwestie van gradaties. Fries wijkt meer af van het Nederlands dan het Limburgs dat doet (is mijn beleving althans). En wanneer ik denk aan meertaligheid dan denk ik aan talen die wat meer op zichzelf staan.

  13. 17

    Het ligt toch echt wat ingewikkelder. Wat een taal is en wat een dialect is is vooral een kwestie van etiketten plakken. Nederlands en Limburgs hebben wel dezelfde oorsprong maar zijn toch grotendeels onafhankelijk van elkaar geëvolueerd.

    Natuurlijk is het Limburgs in de loop van de tijd wel meer beïnvloed door het Standaardnederlands dan andersom.