Quote van de Dag: Christendom en naastenliefde

[qvdd]

“Het is niet leuk om te zeggen, en zeker niet aardig, maar hoe is het toch mogelijk dat een vanouds christelijke partij zo diep in haar eigen linksigheid kan wegzakken. Wat mij betreft tot een niveau waarop je de partij eigenlijk niet meer serieus kunt nemen, en er niets anders resteert dan ergernis over de gemiste kansen.”

Bart-Jan Spruijt bespeurt teveel naastenliefde bij de Christen Unie en vindt dat kennelijk geen christelijke waarde.

  1. 1

    Net alsof de CU zou verschuiven. Bij mijn weten heeft de CU al sinds de fusie tussen GPV en RPF altijd meer het gedachtegoed van die laatste aangehouden. Dat wil zeggen christelijk sociaal (in niet-Beierse betekenis).

    Dat heeft ze electoraal ook geen windeieren gelegd, want het CDA is wel duidelijk naar rechts opgeschoven, zodat er een “gat in de markt” ontstond waar de CU de logische opvulling voor is. De enige reden dat het CU niet groter is, ligt in het feit dat ze nog altijd wordt gezien als een protestantse partij (is ze ook gezien haar grondbeginselen en statuten), waardoor (de echt wel bestaande) katholiek-socialen zich er niet bij thuis voelen.

  2. 5

    Bart-Jan Spruyt toch? Volgens zijn redenering (en die van zijn -Janmaatje Arend Boekestijn)leidt het CU-gedachtengoed tot meer zwakkeren.
    Even consequent doorgeredeneerd betekent dat dus dat de denkwijze van de VVD en aanverwante rechtsigheid, dus tot meer criminaliteit zal leiden (meer blauw, etcetera).

  3. 6

    @Peter Ik vind het een leuke manier van redeneren die je daar toepast. Je gooit een inverse over iemand’s positie en vervolgens heb je de toekomstige realiteit.

    Nu moet ik (bijna helaas) zeggen dat dit niet het achterliggende argument is aan de rechtse kant. Je kan de links-rechtse welvaart kwestie altijd als een taart beschouwen. Links zegt: we delen de taart op in gelijke stukken. Rechts zegt: we verdelen de taart niet in gelijke stukken maar zorgen dat die taart veel groter wordt zodat zelfs de kleine stukken groter zijn dan de stukken in de linkse taart.

    Oftewel: als je veel ongelijkheid in welvaart toestaat dan zal dit de absolute welvaart van de onderklasse verbeteren. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden, maar dit is in ieder geval de gedachte achter bijvoorbeeld de quote van Boekestijn.

  4. 7

    @6: ook als de kleine stukjes wat groter zouden worden dan de stukken in de linkse taart, neemt de armoede dan toe (nog even afgezien van het feit, dat we onze taart voornamelijk groter maken door stukken taart van andere landen af te pikken).

    Welvaart is een absoluut begrip.
    Armoede is een relatief begrip.
    Veel mensen in het Oostblok weten daar op dit moment alles van. Vroeger waren er lege winkels, maar konden ze alles kopen, als het beschikbaar was. Ze gingen ieder jaar 2 weken op vakantie. Nu liggen de winkels vol, maar kunnen ze bijna niets meer betalen. Voor vakanties hebben ze ook geen geld meer. De welvaart is toegenomen, maar de armoede ook.

    En of je dat nu rechtsom via jaloezie of linksom via een gelijkheidsideaal probeert te verklaren, doet er niet toe. De in verhouding steeds armer wordende onderklasse zal zich daar tegen gaan verzetten. Je kunt dat een tijd lang maskeren door zondebokken aan te wijzen, en veel mensen zullen een tijdlang geloven, dat de zondebokken de oorzaak van de eigen gevoelde armoede zijn, maar uiteindelijk gaat toch weer gewoon gelden wat Abraham Lincoln al wist: “You can fool some of the people all of the time, and all of the people some of the time, but you can not fool all of the people all of the time”.

  5. 9

    @7 Je vult de term ‘armoede’ daar toch een beetje naar eigen inzicht in. Tegenover jouw relatieve benadering zal je ook weer mensen hebben die zeggen dat het toch echt niet zo erg is om bij de onderklasse te behoren met een flatscreen in je woonkamer. Dus dan krijg je een strijd over de term armoede of er wordt gezegd dat de term op zichzelf weinig betekenis heeft.

    Ik heb ook wel eens gelezen van de filosoof Albert Borgmann dat juist de belofte van de toenemende welvaart door technologische vooruitgang, wat al te zien valt bij de buren met de grotere auto, voor stabiliteit zorgt. Ongelijkheid in die zin is dan niet meer dan de anticipatie op een beter leven.

    Maar ja, het is ook niet heel erg relevant. Ik probeerde eigenlijk gewoon te duiden hoe de rechtse visie, zoals in de quote van Boekestijn, gegrond is.

  6. 10

    @9: het gaat er niet om hoe ik het in vul. Het gaat er om wat de mensen in de onderklasse zelf als armoede ervaren. De definitie doet er deze keer volgens mij niet toe. Je kunt de ongelijkheid wel beschrijven als een anticipatie op een beter leven, maar daar heeft de buurman, die zich geen nieuwe en grotere auto kan veroorloven geen boodschap aan. Ga het maar in het land vragen wat de mensen denken van al die Marokkaantjes, die in pooierbakken rond scheuren. Zien ze dat als anticipatie op een beter leven, of denken ze dan dat misdaad loont?

  7. 11

    PS: voor de goede orde: daarmee zeg ik dus niet, dat iedere allochtoon in een nieuwe Golf een misdadiger is, maar dat is wel wat veel mensen denken. De eigenaar van mijn favoriete Turkse restaurantje heeft er ook een. Daar werkt hij ook voor, van ´s morgens 8 tot ´s avonds 12 uur.

  8. 12

    “Het gaat er om wat de mensen in de onderklasse zelf als armoede ervaren.”

    En daarmee vul je het al in als een relatieve kwestie. Daarbij, hoezo gaat het DAAROM? Ik meng mij niet in deze discussie om de enige juiste visie te laten zien, ik zeg slechts dat er meerdere zienswijzen zijn en dat armoede echt niet alleen door de ervaringen van mensen hoeft worden bekeken. Nogmaals er zijn mensen die dan ook gewoon zeggen: tja, ze kunnen zich wel arm voelen, maar leefden ze dan liever zoals koningen in de middeleeuwen zonder fatsoenlijke riolering of schoon drinkwater? Tegenover een relatieve benadering staat een absolute. Wie ben jij om te zeggen dat armoede niet meetbaar is in absolute termen?

    “Je kunt de ongelijkheid wel beschrijven als een anticipatie op een beter leven, maar daar heeft de buurman, die zich geen nieuwe en grotere auto kan veroorloven geen boodschap aan.”

    Hé, jij begon over het verzet van de onderklasse. Ik zeg alleen maar dat er denkstromen zijn die juist stabiliteit in ongelijkheid zien.

  9. 13

    @6: Mag ik erop wijzen dat je hier voetstoots ervan uit gaat dat de taart groter wordt als hij in ongelijke stukken verdeeld wordt, dan als hij in gelijke stukken verdeeld wordt. Rechts beschouwt dat weliswaar als een feit, maar daarmee is het dat nog niet.

    Los daarvan blijkt de verdeling van welvaart een veel betere voorspeller te zijn voor bijvoorbeeld gezondheid (als maat voor de kwaliteit van leven) dan de hoeveelheid welvaart.

  10. 14

    @13 Nou ja ik ga daar niet vanuit, ik zeg dat dit het argument is aan de rechtse kant van het spectrum. En ik moet ze nageven dat samenlevingen die naar zeer vergaande verdelingen streefden toch wat minder succesvol lijken te zijn.

  11. 16

    @Rob: Nou had ik het niet over de taart, maar over de redeneerwijze van Spruyt en Boekestijn, die er op neer komt: meer aandacth voor de zwakkeren, leidt tot meer zwakkeren. Dus meer aandacht voor criminaliteit leidt to meer criminaliteit.

    Wat de taart betreft: Als de taart kleiner wordt (hetgeen ook wel eens gebeurt}, hoe moet het dan met degenen die de kleinste stukjes krijgen toegewezen?
    Verder heb ik het idee dat ook bij taarttoename, er mensen een even klein stukje krijgen als bij de vorige, kleinere taart. Onder het motto: als we het zo niet verdelen stopt de groei.

  12. 17

    @Peter Ik weet dat je die redeneerwijze erin zag en volgens mij vergis jij je daarin. Je leest daarmee teveel in de uitspraak van Boekestijn.

    “Wat de taart betreft: Als de taart kleiner wordt (hetgeen ook wel eens gebeurt}, hoe moet het dan met degenen die de kleinste stukjes krijgen toegewezen?”

    Dan zullen ze gewoon zeggen dat deze taart toch nog veel groter is dan de taart onder een socialistisch/communistisch regime. Dus dan zijn de kleinste stukken toch nog groter dan in het andere geval.