Partijdiscipline volgens Jan Tromp

,

Een recordaantal mensen bekeek afgelopen week op uitzendinggemist.nl de aflevering van Koefnoen van vorige week zaterdag, waarin het CDA door de cabaretiers van het satirische programma op de hak werd genomen. De uitzending had lovende kritieken in diverse media gekregen, door de komische maar vooral herkenbare manier waarop partijprominenten Verhagen en Bleker en parttime CDA-dissidenten Koppejan en Ferrier worstelden met de kloof tussen CDA-theorie en praktijk in de zaak rond Mauro.

Het grote succes van de persiflage maakt de spagaat duidelijk waarin de christendemocraten zich bevinden: de problematische afweging tussen christendemocratisch gedachtengoed en machtspolitieke ambities en, daarmee samenhangend, de vaak nietsontziende partijdiscipline om dissidente denkers binnen de partijlijnen terug te dringen. Over dat laatste thema schreef journalist Jan Tromp een boekje: Buigen. Nederigheid en vernedering in de Nederlandse politiek.

De publicatie van de VARA-journalist past in het recente rijtje voor een breed publiek geschreven schetsen over de soms onbekende krachten in en rond de Haagse politiek. Na Joris Luyendijks Je hebt het niet van mij, maar…, waarin de invloed van lobbyisten en media in het Tweede Kamercomplex werd beschreven en Max van Weezels Haagse Fluisteraars over de invloed van de spindoctors, richt Tromp zich nu op de kringen van de parlementariërs zelf.

Het boek opent met een reeks foto’s van senaatsleider Lyndon B. Johnson, die Theodore Green, destijds voorzitter van de invloedrijke buitenlandcommissie, alleen al door zijn niet mis te verstane lichaamstaal volledig in de hoek zet. Zonder te weten wat er gezegd wordt, spreekt uit de 4 foto’s de mentale druk waaraan Green wordt blootgesteld. De beruchte, zeer intimiderende manier waarop de latere Amerikaanse president zijn politieke tegen- én medestanders onder druk zette kreeg later zelfs een aparte naam: De Johnson Treatment.

Historicus Robert A. Caro schetst in zijn biografie van Johnson de uitgekiende combinatie van vleien, stroop smeren, dreigen en sentimenteel worden, waarmee de oud-president het zijn partijgenoten praktisch onmogelijk maakte er een afwijkende politieke mening op na te houden. Wat Tromp in Buigen wil laten zien is dat deze Johnson Treatment niet uniek is voor de Amerikaanse politiek, en evenmin tot één enkele politieke stroming beperkt is.

Hij heeft gekozen voor een casuïstische benadering, waarin hij aan de hand van gesprekken met voormalige spelers in het middenveld van de Nederlandse politiek een beeld schetst van de druk van de partijdiscipline. Zo laat hij oud-CDA-Kamerlid Sytze Faber aan het woord, die naar eigen zeggen op diverse momenten door partijgenoten onaanvaardbaar geestelijk onder druk werd gezet, onder meer met dreigtelefoontjes dat zijn zoon iets ernstigs zou overkomen. Vleugellam geworden heeft hij uiteindelijk na twee termijnen in 1985 het parlement verlaten.

Ook haalt hij  Ruud Vreeman aan, oud-Kamerlid en later burgemeester van achtereenvolgens Zaanstad en Tilburg. De PvdA’er werd tot in de lengte der dagen achtervolgd door een ooit, in zijn vakbondscarrière ontstaan conflict waaraan hij jarenlang weerstand wist te bieden. Wat hier echter de link is met de partijdiscipline blijft onduidelijk. Evenmin vermeldt Tromp in de korte biografie aan het einde van het hoofdstukje hoe de carrière van Vreeman (voorlopig) ten einde kwam: in 2009 legde hij zijn burgemeesterschap van Tilburg neer vanwege verstoorde verhoudingen met de gemeenteraad en een onwerkbare situatie. Het zou interessant zijn geweest ook dat conflict te plaatsen binnen de beschrijving van de tegenwerking die Vreeman jarenlang ondervond.

Enigszins smeuïg wordt het bij het verhaal van een overigens inmiddels in vergetelheid geraakt VVD-kamerlid, dat eind jaren ’90 op uitnodiging van Frits Bolkestein ging lunchen in het ledenrestaurant. Toen echter ook partijprominenten Joris Voorhoeve en Michiel Patijn aanschoven, had ze beter moeten weten en moeten afslaan. Een veel slechtere start als Kamerlid had ze niet kunnen maken. Later kreeg ze, nota bene tijdens een partijcongres, het verwijt dat ze zich had ‘ingeneukt’ bij de fractievoorzitter en ook in het verloop van haar carrière bleef ze altijd een buitenbeentje, tot ze in 2002 de Kamer gedesillusioneerd verliet.

Maar goed. Das war einmal. Aan het woord komen overwegend vergeten of bijna vergeten politici uit de jaren zeventig, tachtig en negentig, zoals Wijnie Jabaaij, Els Meijer en Sytze Faber.  Juist de politiek van vandaag, en niet in het laatst het CDA onder Maxime Verhagen, zou echter een bijna onuitputtelijke inspiratiebron hebben kunnen vormen voor het thema van zijn boek. Heel kort haalt hij de door Verhagen op de CDA-dissidenten toegepaste Johnson Treatment aan, maar vervolgens gaat hij er weer met een grote boog omheen. Dat is een gemiste kans. Wat nu resteert, zijn wat verhalen uit de oude doos over CDA, VVD en PvdA. De andere partijen en de interessante politieke verhoudingen van de afgelopen paar jaar blijven onbesproken.

Aan een analyse of enige theorievorming komt Tromp niet toe. In korte zinnen met een nogal vervreemdend aandoende combinatie van indirecte en vrije indirecte rede en geparafraseerde citaten, passeren de oud-parlementariërs de revue. Niet zelden is volstrekt onduidelijk wiens woorden en wiens mening vertolkt worden -die van de auteur of die van de geïnterviewde. Dat levert soms tenenkrommend proza op, zoals in het hoofdstukje over VVD-kamerlid Els Meijer.

“Ze is er, zegt ze, aan onderdoor gegaan, aan die cultuur van ontkenning en minachting. In die vier jaar is ze 33 kilo afgevallen. Oké, er mocht best iets af. Maar 33 kilo! Op het laatst had ze stokjes van armen. (…) Thuis zat ze te huilen, vreselijk te huilen. Ze is er heel erg aan toe geweest. Misschien had ze beter moeten weten. Maar ze had toen ze eraan begon gewoon een andere voorstelling. Toch wel die van een vriendenclub. Misschien was dat naïef, misschien wel.”

Pas op de laatste pagina’s, in een vraaggesprek met psycholoog René Diekstra, wordt nog iets van een theoretisch kader gelegd op het thema van partijdiscipline. Onvermijdelijk komt het CDA daarin aan bod. De oud-hoogleraar constateert dat de leiding van het landelijke CDA de afwijkende denkers wil terugvoeren op psychologische of zelfs psychopatische eigenaardigheden van de persoon in kwestie. Daarmee zou zij zich schuldig maken aan communistische of zelfs nazimethoden. Dat lijkt me nogal vergezocht.

In zijn eindconclusie geeft hij nog twee tips om je als parlementariër te weer te stellen tegen de fractiediscipline. De eerste: stuur vooraf een briefje met jouw standpunt naar de fractieleider. Of dat inderdaad zo effectief is zullen we aan Ab Klink moeten vragen. En ten tweede: ga van tevoren op zoek naar een medestander. Die les hebben Koppejan en Ferrier ter harte genomen. Misschien kan er aan de volgende druk nog een derde tip worden toegevoegd: laat je niet met een kluitje in het riet sturen als het om je principes gaat.

 

Reacties (6)

#1 cor mol

Hieraan zou een vierde punt kunnen worden toegevoegd: creëer een flinke achterban binnen je partij. Maar hiertoe zou zo’n kamerlid eerst een cursus moeten volgen. Bij de selectie door de selectiecommissie zou het hebben van een achterban juist een negatief punt zijn om hoog op de kandidatenlijst te worden geplaatst. Veel te gevaarlijk voor het partij-establishment en niet passend binnen het (ongeschreven) profiel.

  • Volgende discussie
#2 about:

Maar dit kleffe gedoe is toch niet voorbehouden aan het getagde CDA alleen? De meeste partijen zijn net zo hypocriet, of zelfs nog erger: ze verketteren bij hoog en bij laag het democratisch centralisme, maar tolereren geen enkele afwijkende stem…

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#2.1 Bram Zieck - Reactie op #2

Klopt helemaal, maar het CDA slaagt er de afgelopen tijd het minst in om die ‘dissenting opinions’ de kop in te drukken. En dat maakt het de meest voor de hand liggende partij om in dit opzicht naar te verwijzen. Overigens is ook de PvdA niet helemaal waterdicht wat dat betreft, maar ik denk dat het conflict bij CDA veel meer de kern van hun politieke overtuiging raakt.

#3 Prediker

Die fotoserie van Johnson met Theodore Green circuleert ook op het internet. Voor wie ook benieuwd is hoe dat er nou uitziet: ze kan hier bewonderd worden.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#4 Ernest

De tweede tip lijkt in het geval van Ferrier en Koppejan juist niet te werken, want ze doen uiteindelijk mee met de discipline. Zo te merken moeten ze een derde medestander zoeken. En als ze die eenmaal hebben een vierde, en dan een vijfde…
Het hebben van dissidenten is bij het CDA traditie en helpt mensen over de streep die niet meer op die partij willen stemmen. Ze hebben nooit ook maar iets opgeleverd, behalve nachtelijk overwerk voor journalisten met weinig historisch besef. Als de journalisten gewoon om 5 uur zouden stoppen met posten voor deuren en uitgangen en hun camera’s niet langer op gesloten gordijnen zouden richten, zou het veel rustiger worden en kan er door de kinderen tenminste nog gewoon Sesamstraat gekeken worden. Want op de een of andere manier moeten kinderprogramma’s altijd wijken.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie