Meest nutteloze EU-instellingen: kandidaat 3

De komende weken stelt GeenCommentaar een top 5 samen van de meest nutteloze Europese instellingen. Vorige week: het Europees Voedsel en Veterinair Bureau. Deze week de derde kandidaat: de Commissie Visserij van het Europees Parlement.

Vismarkt (Foto: Flickr/pete4ducks)

Waarom is de Commissie Visserij van het Europees Parlement nutteloos? De belangrijkste reden is simpel: het Europees Parlement heeft geen biet te zeggen over visserijbeleid. Dat argument alleen zou echter niet genoeg zijn om deze club er specifiek uit te halen: het Europees parlement heeft wel meer commissies die vergaderen over zaken waar het parlement niets over te zeggen heeft. Notoire voorbeelden zijn Buitenlandse Zaken (grootste Commissie in het EP, niets te zeggen), Landbouw (bijna geen macht behalve dierenwelzijn) en Cultuur en Onderwijs (alleen een beetje te zeggen over Erasmusprogramma’s en reclamerichtlijnen). Toch is de Commissie Visserij bijzonder.

Dat zit hem er vooral in dat de leden van de Commissie Visserij het zo vaak eens zijn. De leden hebben namelijk bijna allemaal banden met de visserijlobby of komen uit lidstaten met grote visserijbelangen. Dus stemmen ze altijd allemaal voor vissersbelangen, op een enkel verdwaald Groen lid na. Ik vermoed dat er geen andere commissie in het parlement is waar rapporten zo consequent met zo’n grote meerderheid worden aangenomen als in de Commissie Visserij.

Die eensgezindheid maakt de frustratie van de commissie over haar irrelevantie des te amusanter. Die komt vaak het mooiste naar voren wanneer de EU visserijverdragen sluit met (meestal arme) derde landen. Uiteraard wordt de Commissie Visserij niet betrokken bij de onderhandelingen zelf. De Commissie krijgt het verdrag pas onder ogen als het al gesloten is en vaak zelfs pas als het al in werking getreden is. Hier ergeren de leden van de Commissie zich kapot aan, maar ze kunnen er weinig anders aan doen dan boze sneren aan de Europese Commissie geven in hun rapporten. De verdragen zélf krijgen altijd de goedkeuring van de commissie (niet dat afkeuring iets zou veranderen), aangezien ze doorgaans betekenen dat hun vissersachterban voor een prikje de zeeën van ontwikkelingslanden mag leegroven. Maar dat de Europese Commissie niet eens het fatsoen heeft om te doen alsof de mening van het parlement er toe doet, brengt de leden tot grote razernij.

Nu zullen de intelligenteren onder u waarschijnlijk vragen: “maar Eurocraat, was het niet zo dat het Verdrag van Lissabon (voorheen de Europese Grondwet) het Europees Parlement medebeslissingsrecht over visserij geeft?” Technisch gezien doet het dat inderdaad, maar de lidstaten (die niet van plan zijn een stel visgeile Europarlementariers over hun visgronden te laten beslissen) hebben een voorbehoud in de tekst opgenomen: het parlement heeft bij visserij géén medezeggenschap over: “measures on fixing prices, levies, aid and quantitative limitations and on the fixing and allocation of fishing opportunities” (zie voor de Nederlandse tekst artikel III-231 lid 3. van de oorspronkelijke EUropese Grondwet). Met andere woorden, het parlement mag alles zeggen over visserij, behalve hoeveel vis waar gevangen mag worden en hoeveel compensatie vissers kunnen krijgen. Aangezien dat de kern van het Europese Visserijbeleid is, is de vooruitgang op dit gebied miniem.

Nu kun je je natuurlijk afvragen of het werkelijk zo erg is dat een groepje europarlementariers zich bezig houdt met nutteloze zaken. Ik vind van wel. Het Europees Parlement heeft namelijk wèl een hoop te zeggen over andere zaken als de interne markt, milieubeleid, transport en burgelijke vrijheden. Het Verdrag van Lissabon geeft daar nog een hoop invloed bij (al zit daar, zoals bij visserij, geregeld een behoorlijke adder onder het gras). Op die gebieden kan het parlement een hoop nuttig werk doen, en dat gebeurt al in steeds grotere mate. Des te meer reden om geen tijd te verspillen aan zinloos geschuif met papier. Zeker als dat alleen maar frustratie oplevert.

Reacties zijn uitgeschakeld