Kreeftenscrabble

NIEUWS - Weet u wat een peur is? Een gebbe? Een aalhoekwant? Aaldogger? Aalzegen? Kruisnet? Of een ankerkuil, een aaskuil of een spieringtuig? Bij staand net, aalfuik of aalkistje begint er misschien wat te dagen. Pas als we visfuik, hengel, electrovisapparaat of kreeftenkorf erin gooien, dringt door dat het gaat om vistuigen: technieken om vis of schaaldieren te vangen.

En wie het rijtje even op zich in laat werken beseft hoe (over-)gereguleerd ons landje soms is. Want bovenstaande scrabble-lijst komt uit een recente uitspraak van de Raad van State over kreeftenvangst in het kanaal door Zuid-Beveland.

Onderwerp van het geschil: welke beperkingen mogen worden gesteld aan deze vangst? Een Zeeuwse kreeftenvisser was het er niet mee eens dat hij niet onbeperkt met kreeftenkorven mag vissen. Aanvankelijk kreeg de visser geen toestemming voor inzet van dit werktuig. Later mocht het wel, maar tot een maximum van 180 korven en slechts tussen 1 april en 15 juli. Wéér later en een volgende bezwaarprocedure verder werd ook de beperking van 180 korven ingetrokken. Maar de tijdslimiet bleef in stand: volgens de staatssecretaris van Economische Zaken is die grens nodig om de kreeftenstand te beschermen.

Volgens de visser is de beperking onnodig. Hij is de enige huurder van het visrecht in het betreffende kanaal. De ‘visrechthebbende’ is de ambachtsheer van de ambachtsheerlijkheid Wemeldinge – klinkt tamelijk middeleeuws maar hij bestaat kennelijk echt. Bovendien, zo betoogt de ondernemer, heeft hij er belang bij om ook kreeften te mogen vangen in periodes dat de prijzen hoog zijn.

De Raad van State heeft zich er in verdiept en concludeert dat het instellen van een kreeftenseizoen te verdedigen valt, gelet op de voortplantingscyclus van de vrouwelijke kreeft en de periode waarin zij eidragend zijn. En omdat de hoeveelheid zeekreeften in het kanaal volgens alle betrokkenen beperkt is, is een tijdslimiet voor de vangst verdedigbaar, aldus de hoogste bestuursrechter.

  1. 3

    @2: De auteur doet de zaak voorkomen als een voorbeeld van overregulering (hoewel ik zelf het vermoeden heb dat het hele visjargon dat hij ter argumentatie opdreunt ook al bestond voor er van enige regulering sprake was).