Hoe de overheid onlust verheft tot onrust

crosspost_logo_klDit artikel, van GC’s maandelijkse columnist P.J. Cokema, verschijnt tegelijkertijd op Sargasso, GeenCommentaar én Peters Pagina. Cross-posten gaat het helemaal worden in 2009.

hemelse-tanks-1988Afgelopen vrijdag stond hier een crosspost van Sargasso’s redacteur Steeph, die met behulp van de formule (kc=sw)+mi=80², wees op de mogelijkheid dat het ook buiten de jaarwisseling om wel eens onrustig op straat kan worden. En wel (zie formule) omdat de kredietcrisis een stijgende werkloosheid veroorzaakt en mede door een mislukt integratiedebat extreemrechtse tendensen zullen groeien, zoals ook in de 80‘er jaren het geval was. Onlust wordt maatschappelijke onrust, die hardhandig afgereageerd zal worden op immigranten en hun nazaten. Het is slechts een scenario, volgens Steeph.

Toegegeven: er zijn wat overeenkomsten tussen de 80’er jaren en nu. Aan het begin van dat roemruchte decennium trekt de 2e oliecrisis een aardige wissel op de economie en een beurskrach in 1987 doet menigeen huiveren. De werkloosheid steeg en de kabinetten Lubbers reageerden met stevige bezuinigingsmaatregelen. Het integratiedebat begin goed op gang te komen en extreemrechts groeide dermate dat ze in 1982 een zetel in het parlement wist te bemachtigen. Maar rellen?
Tja, in de jaren 70 waren er inderdaad heel vervelende matpartijen in Den Haag en Schiedam jegens allochtonen. Maar misschien was het aan de verkiezingswinst van Janmaat te danken dat het geschreeuw zich in de parlementaire tradities voegde. Of zouden de maatregelen van de overheid, op grond van de Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers (1979) voor rust op straat gezorgd hebben?

Mwah, het was allerminst rustig in de eerste helft der 80’er jaren.
Krakersrellen in Amsterdam, Nijmegen en Groningen, het feestje bij de kroning van Beatrix, massale demonstraties tegen kruisraketten, blokkades bij Borssele en tegen munitietransporten, een grote havenstaking en een ambtenarenprotest waardoor we dagen van de post verstoken bleven. Maar aan het einde van de 80’er jaren was het ook met die onrust wel gedaan.
Want het had allemaal niet geholpen. In 1986 ging de 2e Kamer akkoord met de stationering van de kruisraketten en de betogers tegen kernenergie bleven verdwaasd en verbaasd achter toen de regering in datzelfde jaar als enige reactie op de ramp in Tsjernobyl, een verbod op het verbouwen van rode kool afkondigde. Mede door het failliet van het communisme, dat in 1989 zijn teloorgang begon te beleven, worden die 80’er jaren nu vooral herinnerd als één grote historische vergissing.
Sindsdien kan de overheid doen wat ze wil. Na het Duyvendak-gedoe denkt men wel twee keer na voor men iets onderneemt, omdat niemand de geschiedenis in wil als politiek crimineel. En scholierenopstandjes worden gezien als nodeloze urenvulling, krakers staan alleen nog maar te boek als cliëntonvriendelijke horecaondernemers. De maatschappelijke onrust is gekanaliseerd in nieuwe parlementaire bewegingen of wordt voor de rechter uitgevochten. Op straat is het alleen onrustig bij de jaarwisseling en een enkele voetbalpartij. Maar zelfs dat neemt af.

Maar dat is allemaal niet de reden waarom ik niet snap waar Sargasso-Steeph zich zorgen om maakt. Want we hebben tenslotte altijd nog onze overheid. De overheid heeft allang een scenario voor maatschappelijke onrust. Dit kabinet meent dat polarisatie en radicalisering tot de rampen behoren, waardoor dit land getroffen kan worden. Grote kans zelfs, maar wel met kleinere gevolgen, meent het kabinet. Er wordt zelfs hard gewerkt aan de voltooiing van een Operationeel Actieplan Polarisatie en Radicalisering, die u hier kunt downloaden. We kunnen dus gerust gaan slapen, de overheid is op haar hoede.
Vergeet het maar. Niks slapen. Waakzaam zijn. De burger wordt onderdeel van het veiligheidsbeleid.
Daartoe heeft het kabinet de DSP-groep analyses laten maken (pdf-alert) van een paar brandhaarden, waaronder de rellen in Slotervaart (1998), de situatie na de moord op Van Gogh (2004) en de onlusten in Utrecht (2007).
Conform de wens van het kabinet de burger te betrekken bij het voorkomen van dat soort onrust, presenteert de DSP-groep in dit document (pdf!) een vragenlijst ontwikkeld (zie bld. 6 in link), die door actieve buurtbewoners en professionals ingevuld kan worden om te kijken of er reden voor paniek is. En verdomd, Steeph’s analyse is al lang onderkend, want de eerste vraag vist naar “problemen op het terrein inkomen en/of werkomstandigheden? Denk aan: ontslag, achteruitgang in inkomsten, armoede, arbeidsonrust, economisch zwaar weer”.

Bij vraag 5 kan aangegeven worden of er sprake is van “aantasting van fundamentele burgerrechten”. Nee, niet de inperking van uw privacy of de vrijheid van meningsuiting, maar of er mensen belaagd worden wegens hun etniciteit, geloof of seksuele geaardheid.
Mochten alle vragen een score van 7 of hoger opleveren, dan is verdieping nodig. Eén van die verdiepingsvragen is: “is er sprake van een grote nieuwswaardigheid van het (de) incident(en) en/of springen de media er sterk op in (kan ook zijn door gebrek aan ander nieuws)? Komen er veel media/journalisten op af?” Tevens is het seizoen en het weer van belang: “is het voor- of najaar (geen vakanties); is het mooi/warm weer (geen regen/kou)?”. U kunt als waakzaam burger dus uw buurt scannen.

Is dat de manier om te voorkomen dat onlust omslaat in onrust? Ik meen van niet. De irrationele onlust onderkennen is één ding, maar dat één van de peilers van het veiligheidsbeleid te maken is wat anders. De burger daarbij als instrument inzetten om zijn buurlui te observeren op verdachte elementen, voedt de gedachte dat de ander de moeite waard is in de gaten te houden. Dat soort maatregelen zal zeker tot onrust leiden. Het splijt de samenleving meer dan het nu al het geval is. De risico’s zitten dus niet zozeer in de kredietcrisis, werkloosheid en een pover integratiedebat, maar in een overheid die onbedoeld, dat geloof ik nog graag, burgers tegen elkaar opzet. Wie houdt die beweging staande?

  1. 1

    Overheid kijkt meestal naar het verleden en let daardoor op de verkeerde groepen.
    Daarnaast gaf mijn analyse aan dat er nu een groep is die in de jaren 80 niet groot genoeg was (door taboewerking) om überhaupt tot rellen te komen.

    Altijd moeilijk om vanuit gebeurtenissen in het verleden met een andere blik mogelijke nieuwe ontwikkelingen te zien.

  2. 2

    Nou, de overheid focust nu op drie groepen: radicale salafisten, extreemrechts en dierenrechten-activisten. Allen genoemd in het Actieplan Polarisering en Radicalisering.
    Het totale “linkse” spectrum is blijkbaar de moeite van het noemen niet waard. En dat zou kunnen kloppen, want zo luidruchtig is dat deel (bestaat het eigenlijk nog?) niet meer. Onkruit vergaat dus wel.

    Dat salafisme wordt genoemd als orthodoxie die de democratische rechtsstaat kan bedreigen. De overheid zegt die beweging in de smiezen te hebben, maar voegt er meteen aan toe dat ze niet oproepen tot geweld.
    Dat laatste geldt, dacht ik, ook voor orthodoxen ergens op de Veluwe.

    De groep die nu wel groot genoeg is omdat taboe’s zijn weggevallen, zal die focus op de islam, die van de scherpe kantjes moet worden verlost, als olie op hun vuurtje gebruiken.

    Mijn betoog is dan ook dat het daardoor bijdraagt aan voeding van de aanwezige onlust betreffende een deel der samenleving.
    Daarbij wordt de burger dus gezien als middel om deel te nemen aan die “afscherping” (dialogen,ontmoetingen om over “democratie” te praten)en als enkelband van bepaalde gelovigen.