COLUMN - Er zijn woorden die je kunt uitspreken zonder ooit te hoeven uitleggen wie je bedoelt. “Fatbike” is er zo een geworden. Ja, de SUV onder de fietsen geeft overlast, maar als ik mensen erover hoor is de opmerking ‘en het zijn altijd dezelfden die er op zitten’ vaak niet ver weg. Niet het object alleen is het probleem, maar ook wie er op zit. Het gaat over jongeren van niet-westerse komaf die te luid zijn, te zichtbaar, te ongegeneerd aanwezig in de openbare ruimte. Dat ze toevallig een fatbike besturen is vooral handig. Je kunt er een hele bevolkingsgroep mee aanspreken zonder die ooit te benoemen. Zo blijft het gesprek netjes. Of liever gezegd, sociaal geaccepteerd.
De kapperszaak als symptoom
De kapsalon is een ander dankbaar symbool. Niet omdat er te veel haar wordt geknipt, maar omdat sommige kapperszaken te veel op elkaar lijken, en er te veel van zijn. Ze hebben dezelfde neonletters, dezelfde open deuren, dezelfde klanten die te lang blijven hangen. De klacht luidt dan dat het straatbeeld verloederd raakt. Dat de buurt zijn karakter verliest. Alsof dat karakter ooit neutraal was.
Geluidsoverlast
Ook geluidsoverlast is een klassieker. Muziek die te hard staat, gesprekken die niet fluisterend verlopen, lachen dat te veel ruimte inneemt. Het probleem zijn niet alleen de decibellen, maar vaak vooral ook wie die produceert. Dat het geluid niet herkend wordt als eigen, op de momenten dat je het verwacht. Wie klaagt over herrie bedoelt vaak dat hij zich niet aangesproken voelt door de bron ervan. Dat het geen achtergrondruis is, maar een signaal dat iemand anders hier ook leeft. En dat is lastig, zeker als je gewend bent dat de stad zich aanpast aan jouw ritme en gebruiken.
Wat er niet gezegd mag worden, of juist wél
En ja, in de basis mag je deze ergernissen natuurlijk gewoon hebben, ik erger me ook wel eens aan een fatbike, of aan een teveel aan geluid. Maar de ergernissen worden allemaal wel veel meer geproblematiseerd en gepolitiseerd dan als de veroorzakers witte mensen van de correcte klasse zouden zijn. En vooral politiek werken deze proxies goed omdat ze sociaal veilig zijn. Je kunt je boos maken zonder je racisme bloot te geven en je kunt verontwaardigd zijn zonder ooit te hoeven uitleggen waar die verontwaardiging vandaan komt. Het gesprek blijft hangen op objecten, geluiden en gedragingen. Ondertussen blijft de echte vraag zorgvuldig buiten beeld. Wie mag hier zijn zonder zich te verontschuldigen. Wie mag opvallen zonder meteen verdacht te worden.