Het einde van de jaren nul (1) | the culture of control

Hier wederom een gastbijdrage van Dimitri Tokmetzis. Het stuk staat ook op zijn eigen blog.

De naam suggereert het al. De jaren nul brachten weinig goeds op het gebied van privacy en veiligheid. Het is mij iets te makkelijk om het over 9/11 en de nasleep te hebben. Ik kies daarom voor een andere benadering. Ik wil twee belangrijke ideeen behandelen die volgens mij in de jaren nul volwassen zijn geworden. De eerste is beschreven in het boek The Culture of Control (2001) van de Amerikaanse criminiloog David Garland. De tweede is het idee van de risicosamenleving, verwoord in Risikogesellschaft – Auf dem Weg in eine andere Moderne (1986) van Ulrich Beck. De twee schrijvers resoneren krachtig in wat misschien wel het belangrijkste Nederlandse boek van de jaren nul is: De Veiligheidsutopie van Hans Boutellier. Ik laat het oordeel aan de lezer over.

Aan het begin van The Culture of Control spreekt Garland zijn verbazing uit. ,,We quickly grow used to the way things are (…). However obvious and common-sensical our present-day arrangements may appear to us now, they seem deeply puzzling and perplexing if considered from a historical viewpoint that is still very close to us in time. The historical trajectory of (…) crime control over the last three decades has been almost exactly the contrary of that which was anticipated as recently as 1970.” De verwachting was lange tijd dat de maatschappij minder ‘punitief’ zou worden. Misdadigers moesten niet alleen bestraft worden, maar vooral begeleid en geresocialiseerd.

We hebben in de jaren nul gezien, met een lange aanloop in de jaren negentig, hoe radicaal het sentiment kan omslaan. Sentiment is een goede benaming, want volgens Garland zijn misdaad en straf niet zozeer veranderd (al blijven de misdaadcijfers permanent hoog), als wel de manier hoe we daar als samenleving mee omgaan. ,,Fear of crime has come to be regarded as a problem in and of itself, quite distinct from actual crime and victimizations, and distinctive policies have been developed that aim to reduce fear levels, rather than to reduce crime. (…) Above all, the public must be protected. In an age where crime rates were low and fear of crime was not yet a political motif, protecting the public was rarely the motivating theme of policy-making. Today, there is a new and urgent emphasis upon the need for security, the containment of danger, the identification and management of any kind of risk.”

Volgens Garland ontstaat een ‘crime complex’ dat gekenmerkt wordt door de acceptatie van hoge criminaliteitscijfers, The crime complex, grote emotionele betrokkenheid van de bevolking, politisering van criminaliteit, preoccupatie met de rol van het slachtoffer en bescherming van ‘het publiek’ als belangrijkste taak van de overheid, de ‘criminal justice state’ wordt gezien als ineffectief en ontoereikend, de opkomst van private beveiliging en de doordringing van criminaliteit in het bewustzijn van media, populaire cultuur en de gebouwde omgeving.

Politici worstelen met criminaliteit. Iedere miskleun wordt een schandaal. Daarop reageren beleidsmakers dubbelzinnig. Enerzijds willen ze een rationele onderbouwing hebben en is er een groot apparaat aan adviseurs en experts ontstaan. Anderzijds wordt wetenschappelijk inzicht net zo hard aan de kant geschoven als het de geur van sociaal beleid of kamillethee draagt. ,,There is now a distinctly populist current in penal politics that denigrates expert and professional elites and claims the authority of ‘the people’ of common sense, of ‘getting back to basics’. (…) The politicization of crime control has transformed the structure of relationships that connects the political process and the institutions of criminal justice. Legislators are becoming more ‘hands on’, more directive, more concerned to subject penal decision-making to the discipline of party politics and short-term political calculation.”

Alle actoren op het veiligheidsgebied hebben nieuwe rollen gekregen. De politie heeft als taak om het publiek tegemoet te komen, angst te bestrijden, evenals onrust, onbeschoftheid en kinderen die te lang buitenspelen. Reclassering is er vooral voor om de straf voor te zetten en de maatschappij te beschermen. Resocialisatie is naar de achtergrond verdrukt. De missie van Reclassering Nederland noemt niet voor niets als eerste: ,,Actief bijdragen aan de veiligheid van de samenleving door het voorkomen van criminaliteit en het terugdringen van recidive.”

Gevangenissen houden nog primair gevangenen binnen. Of die gevangenen daar beter uitkomen, heeft geen hoge prioriteit meer. Garland zegt hierover: ,,Today the prison is conceived much more explicitly as a mechanism of exclusion and control. (…) The prison is used today as a kind of reservation, a quarantine zone in which purportedly dangerous individuals are segregated in the name of public safety. (…) This transformation of the prison-community relationship is closely related to the transformation of work. The disappearance of entry-level jobs for young ‘underclass’ males, together with the depleted social capital of impoverished families and crime-prone neighbourhoods, has meant that the prison and parole now lack the social supports upon which their rehabilitative efforts had previously relied.”

Garland ziet ook een versmelting van commercie en de publieke veiligheidstaak. Dat op twee manieren. Ten eerste is het bedrijfsethos binnengeslopen en moeten veiligheidsorganisaties prestatiegericht werken. ,,Within specific agencies and organizations, performance indicators and management measures have narrowed professional discretion and tightly regulated working practice. Across the system as a whole, new forms of system-monitoring, information technology and financial auditing have extended centralized control over a process that was previously less well co-ordinated and highly resistant to policy management. This emphasis upon the cost-effective management of risk and resources ahs produced a system that is increasingly selective in its responses to crime and offending. There is now a well0developed practice of targeting resources (on crime hotspots, career criminals, repeat victims, and high-risk offenders); gate-keeping to exclude trivial or low-risk cases (except where these are deemed to be linked to more serous public safety issues).”

Daarnaast krijgen private partijen in toenemende mate veiligheidstaken toebedeeld die tot voor kort aan de overheid waren voorbehouden. Op veel politiebureau’s rekenen particuliere beveiligers arrestanten in. Winkeliersverenigingen en horecazaken zien toe op de bestraffing van delicten (winkel- en horecaverboden). Voglens Garland is dat niet gevaarloos. ,,This embrace of the private sector is liable to have fateful consequences, as it begins to transform the character of the crime control field, setting up new interests and incentives, creating new inequalities of access and provision, and facilitating a process of penal and security expansion that might otherwise have been more constrained.”

Hans Boutellier vat het aldus samen. Garland stelt vast dat de nieuwe criminaliteitscultuur meer gericht is op uitsluiting dan op solidariteit, meer op sociale controle dan op sociale voorzieningen, meer op de particuliere vrijheid van de markt dan op de publieke vrijheden van universeel burgerschap. Om die reden spreekt hij van een ‘culture of control’, die juist niet wordt opgelegd aan de markt, die de meeste risico’s genereert. Maar Garland stelt tevens vast dat er geen sprake is van onvrijheid. Individuele vrijheden worden gestut door een nieuwe structuur van controle en uitsluiting. In tegenstelling tot een solidaire sociale controle, waarin ieder wat van zijn persoonlijke vrijheid opgeeft ten behoeve van collectief welzijn, staat de huidige ongekende vrijheid van velen tegenover een nauwgezette controle en mogelijke uitsluiting van anderen.

Garland’s boek is aan het begin van dit decennium geschreven. Klinkt dit nog bekend en actueel?

Tot slot nog een aantal mensen aan het woord:

  1. 1

    Is het idee van begeleiding en resocialisatie niet juist de vreemde eend in de bijt? Grootste deel van onze geschiedenis is er toch juist een tough-on-crim(e)(iminals) samenleving geweest?
    Keren we daar niet gewoon naar terug, zei het met moderne middelen.

  2. 3

    Een kleine opmerking, bij mijn weten is Garland een Schot en is hij (Bestrafings)socioloog. Hij heeft echter wel onderzoek gedaan in de VS en GB. In Culture of Control vergelijkt hij ook deze twee landen en ziet veel gelijkenissen in een toenemende ControleCultuur.