Groen liberalisme

Uitstoot in de natuur (Foto: Flickr/melancholic optimist)

Wat kunnen toekomstige generaties van ons eisen? En hoe kunnen we zulke eisen rechtvaardigen? Deze vragen spelen een centrale rol in groene politieke filosofie, onder het label intergenerationele rechtvaardigheid. Vaak wordt gesteld, bijvoorbeeld door de Leidse filosoof Marius de Geus, dat de liberale traditie onvoldoende in staat is om rekening te houden met eisen van toekomstige generaties. Immers liberalen richten zich met name op het beschermen van de rechten, in het bijzonder het recht op bezit, van toekomstige generaties. Vanuit dit perspectief zijn denkers als Locke en Mill een soort Tea-Party‘ers avant la lettre. Deze filosofen zouden geloven dat iedereen recht heeft op zijn rechtmatig verkregen bezit. Wat jij verdiend hebt, wat jezelf heb geproduceerd daarmee mag jij doen wat je zelf wilt, dat hoef je niet te delen. Dat staat geen herverdeling toe, ook niet tussen generaties.

Daarmee wordt een belangrijk element van theorie van Locke overgeslagen. Locke maakt een onderscheid tussen de rechtvaardigheid van het toe-eigenen van nieuwe grondstoffen en de rechtvaardigheid van het handelen in grondstoffen. En waar het inderdaad zo is dat alle vrijwillige handel in grondstoffen rechtvaardig is, stelt Locke een grens aan hoeveel mensen zich mogen toe-eigenen. In Locke’s tijd waren er grote continenten nog door ‘niemand’ bewoond (Locke trok zich niet zo veel aan van het bestaan van native Americans en aboriginals), en daar groeide allerlei vruchtbare natuur, lagen allerlei waardevolle grondstoffen in en vloeide allerlei zoet water door heen. Volgens Locke mocht iedereen die daar appels plukt, die daar erts opgraaft of daar water drinkt dat houden. Als hij zich aan een aantal simpele regels hield.

De belangrijkste regel die Locke voorstelt is de volgende (uit zijn Second Treatise V:33):

[The] appropriation of any parcel of land, by improving it, [is not] any prejudice to any other man, since there was still enough, and as good left; and more than the yet unprovided could use. So that, in effect, there was never the less left for others because of his enclosure for himself: for he that leaves as much as another can make use of, does as good as take nothing at all. No body could think himself injured by the drinking of another man, though he took a good draught, who had a whole river of the same water left him to quench his thirst: and the case of land and water, where there is enough of both, is perfectly the same.

Wat Locke stelt is dat als er genoeg en van even grote kwaliteit achterblijft voor anderen dat je dan mag toe-eigenen wat je wilt. Het leek in Locke’s tijd dat er een grenzeloze hoeveelheid grondstoffen was, maar fenomenen als Peak Oil laten iets anders zien. Want waar het gaat om fossiele grondstoffen is het overduidelijk dat we aan onze grenzen komen hoeveel we ons kunnen toe-eigenen zonder de fair share van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Maar dat geldt ook voor hernieuwbare grondstoffen, zoals appels of graan, en ook de hoeveelheid afval die we kunnen uitstoten is afhankelijk van het zich voortdurend hernieuwende vermogen van de aarde om vervuiling af te breken. Ook hierbij geldt dat als we niet voorzichtiger zijn op deze grondstoffen ze eindig zullen blijken.

Is het vanuit dit perspectief niet logisch, bijna impliciet in Locke dat we bij het toe-eigenen van grondstoffen rekening moeten houden, zouden moeten houden of hadden moeten houden met toekomstige generaties? Dat genoeg overlaten voor anderen betekent ook genoeg overlaten voor toekomstige generaties? Het lijkt mij een logische extrapolatie van Locke’s provisio. En die rechtvaardigt nu overheidsingrijpen, omdat mensen in het verleden en nog steeds door hun consumptie de fair share van de natuurlijke grondstoffen van anderen in gevaar brengen.

Misschien dat de eis te zwaar klinkt: genoeg overlaten voor alle toekomstige generaties. Het staat ons eigenlijk alleen maar toe om hernieuwbare grondstoffen te consumeren. Van niet hernieuwbare grondstoffen moet er genoeg en van even grote kwaliteit overblijven. Via dat ‘van even grote kwaliteit’ kunnen we echter wel sturen: als we via technologische innovatie ervoor zorgen dat datgene wat wij achterlaten voor hen een even grote kwaliteit heeft als wat er was. Als je fossiele brandstoffen als voorbeeld neemt: wat als we toestaan zoveel te nemen als we willen, zolang we ook maar in de efficientie van motoren investeren die ervoor zorgen dat er evenveel kracht uit de rest gewonnen kan worden, als uit de hele pool voor wij ons deel namen?

En zo gaan volgens mij liberalisme en duurzaamheid juist hand in hand samen. Liberalen stellen een eis bij het toe-eigenen van grondstoffen die juist groene politiek kan rechtvaardigen.

  1. 1

    Gaarne nog even editen, nu is het redelijk lastig lezen. ‘Vanuit dit perspectief zijn denkers als Locke en Mill een soort Tea-Party‘ers avant la lettre waren.’
    waren? Maar ze zijn het toch al?

    ‘Daarmee wordt een belangrijk element over van theorie van Locke’ uhm…….okee? volgens mij mist er wat

    ‘Want waar het gaat om fossiele grondstoffen is het overduidelijk dat we aan onze grenzen komen aan hoeveel we kunnen toe-eigenen zonder de fair share van toekomstige generaties in gevaar te brengen.’ Ik neem aan dat je ‘aan de grenzen komen van’ bedoelt, in plaats van ‘aan de grenzen komen aan’

    ‘en ook voor de hoeveelheid afval die we kunnen uitstoten is afhankelijk van het zich voortdurend hernieuwende vermogen van de aarde om vervuiling af te breken.’ voor hoort niet in de zin.

    Delete daarna gerust dit commentaar, had geen tijd om op een andere manier dit kenbaar te maken. Maar het leek me wel wijs om het aan te kaarten en zo de leesbaarheid van het stuk te vergroten.

  2. 2

    Hoe liberalisme hiermee te maken heeft is mij onduidelijk. Het is weinig nieuws dat je genoeg moet overlaten of als je wat eindige bronnen gebruikt dat je dit in moet zetten voor een nieuwe cyclus i.p.v. continu nieuw te ontginnen…

    Maar voor de gelovers in de nieuwe duurzaamheid:
    Ik vrees dat er meer gelovigen in deze wereld zijn die overtuigd zijn dat de wereld geschapen is voor de behoeften van de mens. Dus als 1 potje op is, er wel een ander potje deus ex machina zal verschijnen….

    Maar niet geschoten is altijd mis. En t beste wat je dan kan doen is het goede voorbeeld geven (nog zo´n bekende filosoof: `start with the man in the mirror`)

    [WORDPRESS HASHCASH] The poster sent us ‘0 which is not a hashcash value.