Goed volk | Het zomersolstitium en Sint-Jan

De volkeren uit de oertijd hadden uiteraard geen enkel weet van astrologie, meteorologie en fysische geografie in de wetenschappelijke zin des woords, maar ze kwamen er al gauw achter dat er regelmaat zat in de natuurverschijnselen. Zo viel het op dat het na wat wij 21 december noemen langer licht bleef en dat het na 21 juni met het zonlicht weer bergafwaarts ging.

Dat gebeurde elk jaar weer, al hield men een slag om de arm: om zeker te zijn dat de dagen echt weer gingen lengen, werden er offers aan de goden gebracht (lees: aan de gepersonifieerde krachten die deze schommelingen teweeg brachten), zoals vuuroffers.

21 december en 21 juni staan nu bekend als de winter- respectievelijk zomerzonnewende of -solstitium. Door astrologische en kalendertechnische mutaties schommelen de data tussen de 21e en de 24e van de maand.


De heidense offers, rituelen en midzomerfeesten bleven tot ver na de geboorte van Christus bestaan, vooral op plaatsen waar men erg afhankelijk was van ‘de terugkeer van de zon’. De oorsprong van deze feesten gaat uiteraard verloren in de diepten der geschiedenis, waardoor we weinig meer weten dan het betere maar onbevredigende giswerk, waardoor de nodige verzinsels zijn ontstaan.

Dante ziet ht zomersolstitium; vijftiende-eeuwse miniatuur van Giovanni da Paolo (British Library)

Na de kerstening probeerde de kerk vaak de midzomerfeesten te verbieden, maar dit lukte niet: ze waren gewoon te diep geworteld in het leven. Men moet hebben gedacht: we hebben het altijd zo gedaan en baat het niet, dan schaadt het niet. Het volk liet bovendien zich zijn feestjes niet afpakken.

De geestelijken lieten het dus maar zo. Onder het motto ‘if you can’t beat them, join them’, probeerde de kerk wel om de aandacht te verleggen naar de feestdag van Johannes de Doper op 24 juni. Zo werden de midzomerfeesten opgehangen aan de datum van Sint-Jan.

Daarover valt nogal wat te vertellen, dus licht ik noodgedwongen twee verschijnselen uit: de midzomervuren en de christelijke Sint-Jansprocessie, plus nog een paar opmerkingen over volks- en bijgeloof tijdens Sint-Jan.

Midzomervuren

De grote vuren die sedert oeroude tijden (en tot op de huidige dag) worden aangestoken in de nacht vóór de eigenlijk zonnewende, vallen onder categorie ‘vreugdevuren’, maar je kunt beslist niet alle vreugdevuren op één hoop gooien. Zo hebben bijvoorbeeld de paasvuren een andere oorsprong en functie dan de midzomervuren.

Zoals gezegd valt er over de oorsprong van deze riten nauwelijks iets met zekerheid te zeggen. Het gaat immers om schriftloze volken. Er kan van een feestelement sprake zijn geweest, maar in tegenstelling tot later hoeft dat niet. Het meest voor de hand liggend is dat de vuren dienden als afweer tegen kwade geesten en ziekten. Om die reden werd vaak het vee door het vuur gedreven. Uit laatmiddeleeuwse bronnen is bekend dat in die tijd het midzomervuur een rol speelde bij de afweer van heksen.

De vuren hebben waarschijnlijk ook een rol gespeeld bij vruchtbaarheid, al hoewel niet zo sterk als bij het lichtfeest op 2 februari, halverwege de zomerzonnewende (lente-equinox). De gewassen stonden in juni nog op het veld en de vuren moesten een goede oogst bewerkstelligen. Het feestelement van de midzomervuren kwam onder andere naar voren doordat de dorpsgemeenschap rond het vuur danste en met name jongeren, die hun moed toonden door door de vlammen te rennen.

Midzomervuren komen bijna overal ter wereld voor, alleen in Afrika ben ik ze niet tegengekomen. Uit folkloristische en toeristische overwegingen worden ze nog steeds aangestoken, nu Sint-Jansvuren genoemd. Zo wordt in Huissen (Gelderland) op de maandag na Sint-Jan bij het spiegelgevecht tussen de gilden het vuur nog altijd ontstoken. Vaak verwijst in Nederland en België de naam Sint-Jansberg naar een heuvel waar vroeger Sint-Jansvuren gebrand werden.

Russische ikoon van Sint-Jan (1551)

De Sint-Jansprocessie

Johannes, bijgenaamd de Doper, is één van de belangrijkste christelijke heiligen. In het oosten wordt hij ‘De Voorloper’ (Prodromos) genoemd aangezien hij de achterneef en in zekere zin de voorloper van Jezus Christus was. Zijn bijnaam ‘De Doper’ dankt hij aan het feit dat hij Jezus van Nazareth gedoopt heeft. Johannes is vrijwel zeker een historische figuur. Hij komt niet alleen voor in het Nieuwe Testament, maar ook bij de Joodse historicus Flavius Josephus.

Johannes is nogal vervelend aan zijn einde gekomen. In opdracht van Herodias, de religieus gezien onwettige vrouw van Herodus Antipas, vroeg haar dochter Salomé het hoofd van Johannes op een schaal. En zo geschiedde.

Zoals gezegd legde de kerk de nadruk op 24 juni op de viering van de feestdag van Johannes de Doper, Sint-Jan. Dit ging soms gepaard met processies. In Rome kende men reeds vroeg bid- en boeteprocessies, gericht op de bescherming van de stad of het welslagen van de oogst. Ook in de bijbel komen in zekere zin processies voor, zoals de gebeurtenis waarbij Jozua c.s. zeven maal rond de door hen belegerde stad Jericho trokken waarna onder of na bulderend gejuich door het hele volk Israël de muren van de stad instortten. Processies hebben dus een magische oorsprong die nooit helemaal verloren is gegaan: zie het meevoeren van relieken of iconen van heiligen om iets af te smeken.

De bekendste Sint-Janprocessie in de Lage Landen is die van Laren, die op een manier gevierd wordt waar men beneden de rivieren alleen maar van kan dromen. Zelfs in de periode dat de protestantse kerk in Nederland de Rooms-Katholieke processies had verboden, vond die in Laren vrolijk doorgang.

De Larense processie in 1916

De geschiedenis van deze processie is nogal warrig inclusief de bewuste verwisseling in 1546 met een kerk die eigenlijk aan Sint Vitus was gewijd en niet aan Sint Jan, maar het aardigste zijn de legendes waarop deze processie gebaseerd is.

De oudste dateert uit de Late Middeleeuwen en wordt vermeld in een gedicht van de Naarder rector van de Latijnse school, Lambertus Hortensius van Montfoort, dezelfde persoon die de genoemde kerkverwisseling op zijn geweten heeft. Deze legende gaat over drie zusjes uit Laren die door rovers werden vermoord en waarbij de borsten werden afgesneden. Naar aanleiding daarvan wilde men in het dorp een gedachteniskapel oprichten. De fundamenten werden echter minstens driemaal ’s nachts spontaan verplaatst naar een heuveltje buiten Laren: een goddelijk teken dat daar de Janskapel of -kerk moest worden gebouwd, op het huidige kerkhof.

De tweede en bekendere legende, daterend uit de achttiende eeuw, luidt als volgt: in 893 keerde een monnik terug van een bedevaart naar het Heilige Land met een waardevolle schat: een zilveren kistje met daarin beenderen (en misschien ook het hoofd) van Johannes de Doper. Als de monnik bij Laren verdwaalt wordt hij beroofd en vermoord op de heuvel van het huidige kerkhof. De rovers begraven het lijk, gaan er met het zilveren kistje vandoor en gooien de beenderen weg. Schapen vinden de botjes en blijven als versteend staan, terwijl de botjes door de schaapherder niet los zijn te wrikken. Pas toen de pastoor de H. Mis opdroeg lieten ze los. Nadat een paar dagen later ook het lijk van de pelgrim op de heuvel was gevonden, werd daar het (huidige) het kerkhof gesticht. Het keerpunt van de huidige processie ligt bij de inmiddels neogotische kapel op dit op een heuveltje liggende kerkhof.

Volkswijsheden

Tot slot nog een paar losse volkswijsheden en bijgeloof inzake de dag van Sint-Jan.

Men geloofde vroeger dat uien een voorspellende werking hadden. Op Sint-Jan werden twee uienstengels op gelijke hoogte afgesneden en ‘geluk’ respectievelijk ‘ongeluk’ genoemd. De stengel die het hoogst zou groeien voorspelde wat men het komende jaar kon verwachten.

Het plantje Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) dat bloeit rond 24 juni, speelt een belangrijke rol in het volksgeloof. Met het zaad van deze plant kun je net zo veel lopen zonder dat je moe wordt, leuk voor deelnemers aan de Vierdaagse van Nijmegen of Apeldoorn. Het plantje werd ook als afweermiddel gebruikt, zoals knoflook. Het werd daarom ook wel ‘Jaagt de duivel’ genoemd. Een ander geneeskrachtig plantje is het ‘duizendguldenkruid’ (Centaurium umbellatum). Om de werking te garanderen moest dit kruid ook tijdens Sint-Jan worden geplukt.
De geluksbrenger ‘klavertje vier’ is algemeen bekend. Om de geluk brengende kracht te versterken moet het op Sint-Jan geplukt worden door een maagd onder het zingen van het Ave Maria.

Voor wie één dezer dagen wil gaan barbecueën: een spies met vlees in een Sint-Jansvuur roosteren zal ongetwijfeld de smaak ten goede komen.

  1. 1

    Prachtig weer, vooral nog eens het Sint Janskruid erbij. Er is ook een gedachte dat de dagen korten, de planten minder snel groeien, dus minder onkruid wieden in de tuin. Maar straks warm weer met eventueel wat nattigheid, daar houden plantjes wel van.