Drugsoorlog: cynisch gegoochel met cijfers

President Felipe Calderon (Foto: Flickr/World Economic Forum)

Spelen met cijfers, politici zijn er erg goed in. Dat is in Mexico niet anders. In de context van de bloedige drugsoorlog krijgt het spelen met al de statistieken echter een steeds cynischer karakter. Zo beweerde president Felipe Calderón onlangs in een toespraak aan het Mexicaanse volk dat 90% van de doden in de drugsoorlog criminelen zijn. Zijn woorden klonken een beetje als ‘opgeruimd staat netjes’. Het is weer één van de statistieken die het staatshoofd uit de hoge hoed toverde om zijn gebutste imago wat op te kunnen poetsen.

Want waar die cijfers precies vandaan komen? Niemand die het weet. In Mexico zijn gegevens van overheidswege notoir onbetrouwbaar. De geloofwaardigheid van de Mexico Body Count werd deze week bovendien nog weer minder groot toen onderzoeksbureau CIDE tot de conclusie kwam dat 95% van de drugsdoden in Mexico helemaal niet wordt onderzocht. Tel daar nog eens bij op dat van naar schatting 80% van de misdaden in dit land geen aangifte wordt gedaan, en van Calderón’s woorden blijft weinig meer hangen dan een puur politieke weerklank.

Legitimatie
Wie in Nederland iets leest over de drugsoorlog in Mexico, wordt sowieso veelal getrakteerd op een veelheid aan onbetrouwbare cijfers. De drugsoorlog barstte in alle hevigheid los in 2006, vlak nadat Calderón was aangetreden als president. Zijn verkiezing was erg omstreden: tegenkandidaat Andrés Manuel López Obrador verloor nipt en bezette met zijn aanhangers wekenlang het centrum van Mexico Stad. Calderón had door dit alles een grote behoefte zijn presidentschap te legitimeren en zette duizenden militairen en federale politieagenten in tegen de drugkartels. De gevolgen zijn bekend: Ciudad Juárez is veranderd in de meest gevaarlijke stad ter wereld. In het noorden van Mexico zijn de onveiligheid en de corruptie geëscaleerd. Intussen neemt de drugshandel niet af en hebben de Mexicanen schoon genoeg van Calderón?s drugsoorlog.

De regering probeert zeer wanhopig de publieke opinie naar haar hand te zetten, onder meer door te goochelen met allerlei cijfers. Enkele maanden geleden werd het ‘officiële’ dodental plots verhoogd van iets meer dan 17.000 naar 22.700. Waar die cijfers vandaan komen, weet nog steeds niemand, maar dat ze niet kloppen is vrijwel zeker. In door drugsgeweld geteisterde steden als Tijuana, Ciudad Juárez en Culiacán wordt iedere schietpartij door de autoriteiten meteen onder de noemer ‘drugsgeweld’ geplaatst. Onderzoek wordt er nauwelijks gedaan.

Eerwraak
Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat de officiële cijfers kloppen. Mexico is een land met zeer wijdverspreid vuurwapenbezit, een relatief hoge index van huiselijk geweld en vele ‘kleine’, lokale conflicten over bijvoorbeeld land. Bovendien komt eerwraak (bijvoorbeeld het vermoorden van de verkrachter van een vrouwelijk familielid) bij tijd en wijlen ook nog wel voor. In ‘drugssteden’ als Ciudad Juárez en Culiacán, die sowieso een gewelddadige geschiedenis hebben, wordt met dergelijke zaken niet tot nauwelijks rekening gehouden als er weer ergens een slachtoffer van een schietpartij is gevonden.

Waar komen die 22.700 dan vandaan? Niemand die er uitgebreid onderzoek naar heeft gedaan. In de penibele situatie van het drugsgeweld in Mexico is dat ook praktisch onmogelijk. Nu blijkt dus dat zo’n 95% van de drugsdoden niet wordt onderzocht. En eigenlijk is het hele begrip ‘drugsdoden’ moeilijk, want het is in veel gevallen vrijwel onmogelijk vast te stellen of een dode een drugsdode is, slachtoffer van een conflict over land of een uit de hand gelopen burenruzie.

Toch blijft president Calderón volhouden dat 90% van de slachtoffers criminelen zijn. De Mexicanen weten inmiddels echt wel beter. Het enige betrouwbare cijfer over het drugsgeweld dat naar buiten is gekomen, is dat van de meest onschuldige slachtoffers: kinderen. In het kruisvuur van de afgelopen drie jaar zijn er ruim 900 om het leven gekomen. Daar kan de president met de beste wil van de wereld geen bloeddorstige drugscriminelen van maken.

Jan-Albert Hootsen is freelance correspondent in Mexico. Hij publiceert tevens op zijn eigen weblog El Pinche Holandés.

  1. 1

    Wat ik me afvraag: waarom heeft de oorlog tegen drugs in Colombia wel zoden aan de dijk gezet (in elk geval voor meer veiligheid gezorgd) en in Mexico niet?

    De nieuwe president Santos – opvolger van Uribe – heeft de verkiezingen met overmacht gewonnen, en ik begrijp dat dat wordt gezien als steun voor Uribe’s harde beleid.

    Overigens welkom op GC, Jan-Albert!

  2. 2

    @1: In Colombia wordt helemaal geen oorlog tegen drugs gevoerd. Alleen eentje tegen FARC, die weliswaar één van de, maar bij lange na niet de enige organisatie is die in drugs handelt. Andere organisaties (zoals de Black Eagles) worden veel minder hard aangepakt, mogelijk omdat ze verbonden zijn aan de politieke en economische elite van Colombia. Wel is het zo dat de strijd tegen de FARC (met enorme hulp uit de VS) gunstig verloopt, waardoor deze ver is teruggedrongen uit de buurt van steden, die daardoor inderdaad veiliger worden (al is dat daar een betrekkelijk begrip).

  3. 3

    @1: Zoals je zelf al terecht opmerkt is het in Colombia vooral veiliger, maar de drugsproduktie is niet signifikant minder. Na een piek in de produktie rond 2000, is de produktie weer redelijk stabiel op ’t nieveau van midden jaren negentig, zoals amerika zelf in 2006, maar ook de VN in datzelfde jaar vaststelden. De verbouw van coca (en papaver) heeft zich wel verplaatst naar moeilijker toegankelijke gebieden en is in de buurlanden wat toegenomen.

    Dat ’t geweld is afgenomen lijkt vooral te komen doordat Colombia een van de grootste ontvangers van amerikaanse wapens en andere militaire steun ter wereld is geworden. Paramilitairen zijn voor een groot deel gedemobiliseerd en de FARC en vergelijkbare groepen hebben veel van hun invloed verloren. Over een afnemende rol van het leger in de drugsindustrie kan ik zo snel geen cijfers vinden, maar verder lijkt de drugsproduktie en -handel vooral gedecentraliseerd te zijn, maar niet erg afgenomen.

    Mexico is in allerlei opzichten onvergelijkbaar met Colombia, zo was het land een kleine eeuw (tot zo’n tien jaar terug) de facto een een-partijstaat. Door haar ligging heeft Mexico vooral een belangrijke rol als doorvoerland, wat de problematiek al heel anders maakt dan die in Colombia (hoewel Mexico natuurlijk ook een belangrijke producent van cannabis is). In Mexico hebben de kartels een gewapende mankracht die vergelijkbaar is met die van ’t leger, maar dat leger heeft natuurlijk ook andere zorgen (denk bijv. aan de EZLN). De beste manier om ’t geweld in Mexico aan te pakken lijkt te zijn grootschalige wapenleveranties en andere militaire steun vanuit de VS, maar het is maar de vraag hoe welkom dergelijke steun in Mexico zou zijn.

  4. 4

    @2:”inderdaad veiliger worden (al is dat daar een betrekkelijk begrip)”

    Ik denk dat de colombiaanse bevolking die toegenomen veiligheid wel degelijk zo ervaart, het kon er voor de gemiddelde burger wel ’s veiliger zijn dan ooit in de afgelopen 50 a 60 jaar, en dat niet alleen in de steden.
    Al is het natuurlijk altijd de vraag of die trend doorzet,zeker in een land dat ’t grootste deel van z’n geschiedenis burgeroorlogen heeft gekend.

  5. 6

    @5: Dat ligt ook wel voor de hand, om politieke redenen.

    @4: Dat geloof ik meteen. Dat betekent echter nog niet dat Colombia ook echt veilig is (vergeleken met bijvoorbeeld Culemborg). Menselijke perceptie is een vreemd gebeuren.

  6. 7

    @6: Helemaal mee eens. Ik denk alleen dat de colombiaanse bevolking minder aan Culemborg denkt en blij is met de verbetering.

  7. 9

    @7: Ik noemde even Culemborg omdat bepaalde bevolkingsgroepen in Nederland recent meenden dat daar sprake was van een burgeroorlog.