De stad als permanent militair project

zwaarbewapende politiemanDe stad wordt steeds meer het terrein van permanente militaire bemoeienis. Niet alleen in ondemocratische ontwikkelingslanden worden steden in toenemende mate volgens de militaire logica bestuurd, ook het rijke Noorden en in de financiële centra raken de steden doordesemd met het New Militairy Urbanism, zegt de Britse socioloog/geograaf Stephen Graham in zijn nieuwe boek Cities under siege: the new military urbanism (via bol.com). Een ontwikkeling die ook in Nederland speelt.

Nu meer dan de helft van de wereldbevolking in steden, en in het bijzonder metropolen woont, hoeft aan het economische, strategische en culturele belang van steden niet meer getwijfeld te worden. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de legers wereldwijd zich steeds meer bekwamen in urban warfare, vanuit de gedachte dat wie de steden controleert, de toekomst beheerst.

Maar het gaat niet alleen om militaire strategie en geopolitiek. De militarisering van steden verloopt ook volgens een minder opzichtige lijn. Volgens Graham is beheersing het toverwoord van de 21ste eeuw. Het valt hem op dat als het om steden gaat, de traditionele scheidslijnen tussen politie en leger, lokaal en (inter)nationaal bestuur, burgers en opstandelingen vervagen. Dat is natuurlijk een uitkomst van globalisering.

De politie gedraagt zich steeds meer als leger. Ze maakt in toenemende mate gebruik van intelligence en materieel dat voor op het slagveld is ontworpen. Denk bijvoorbeeld aan de UAV die afgelopen oudejaarsavond boven een Brabants veendorp cirkelde. Denk bijvoorbeeld aan de politie die in toenemende mate ‘non-lethal weapons’ gebruikt zoals sonic guns, lijmkanonnen, etc. die je eerder op een slagveld verwacht. Denk bijvoorbeeld aan de defensiesector die zich met overgave op de civiele markt heeft gestort – een markt die sinds 9/11 jaarlijks met dubbele cijfers groeit en die zich niets aantrekt van crisis en calamiteit – integendeel. Denk bijvoorbeeld aan de nutsvoorzieningen (zoals openbaar vervoer) die steeds meer vanuit ‘command and control’ centra worden aangestuurd en ingezet voor veiligheidsdoeleinden inlcusief camera’s, biometrische systemen en volautomatische toegangscontroles.

Steden opereren steeds meer als internationale spelers. Ze hebben hun eigen lobbyisten in Brussel, Washington en Peking. Of ze hebben hun eigen vooruitgeschoven veiligheidsposten, zoals New York. Graham meldt in zijn boek dat het New York Police Department tien vestigingen heeft buiten de VS waar informatie wordt verzameld, drugs- en terreurnetwerken in de gaten worden gehouden en internationale samenwerking tot stand wordt gebracht. Dit is naast het legertje aan drieletterige veiligheidsdiensten die de Amerikaanse Homeland Security rijk is.

Ook het verschil tussen burger en opstandeling vervaagt. De eigen burger wordt dikwijls als opstandeling, radicaal of terrorist gelabeld als hij buiten een maatschappelijk aanvaarde norm valt. Of als hij van zijn recht op demonstreren gebruik maakt. Tijdens grote evenementen zoals de Olympische Spelen of bijeenkomsten van het IMF en de Wereldbank veranderen steden in tijdelijke vestingen. Democratische rechten worden tijdelijk opgeschort, alsof de vijand aan de poorten van de stad staan. Straaljagers staan paraat, kruisers wachten buitengaats op problemen. Demonstranten worden preventief tegen gehouden, gefilmd, opgesloten. De juridische afwikkeling (en schade) is voor later.

Graham vertelt boeiend over hoe militaire kennis, opgedaan in conflictzones, wordt overgeplaatst naar de Westerse steden. Volgens hem vertoont het veiligheidsplan van de Green Zone in Bagdad erg veel overeenkomsten met de veiligheidszones die nu op Manhattan worden ingericht rondom Wall Street en Midtown. De Israeliërs doen goede zaken wereldwijd om ambassades, financiële centra en grenzen te beveiligen volgens de technieken die op harde wijze in Gaza en de West-Bank zijn ontwikkeld. Het werkt ook andersom. In Bagdad zijn hele wijken gesegregeerd en afgesloten volgens de kennis die is opgedaan in de gated communities van Florida en Californië.

Graham heeft kritiek op deze vermenging van militaire en civiele controle. ,,Er ontstaat een complexe politieke economie die high tech probeert te verkopen om sociaal-economische problemen mee op te lossen.’’ Het valt hem op dat de stad steeds meer als een ‘devious space’ wordt gezien, een plek waar de mensen gecontroleerd en tegen zichzelf en elkaar in bescherming moeten worden genomen. Opdat de burger tevreden blijft en de economie blijft ronken. Er is een droom, zegt hij, van totale controle met behulp van technologie. Maar hij ziet in die droom vooral een nachtmerrie.

Hier is een interessante lezing (video) van Graham te vinden over dit onderwerp, uitgesproken aan de London School of Economics. De kwaliteit is matig en vooral het eerste driekwartier is interessant.

  1. 1

    Kent die gozer ook onze vestingwet?
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Vestingwet

    Klinkt me allemaal bekend in de oren:

    -Steden opereren (steeds meer) als internationale spelers.
    -De eigen burger wordt dikwijls als opstandeling, radicaal of terrorist gelabeld als hij buiten een maatschappelijk aanvaarde norm valt.
    -dat de stad steeds meer als een ‘devious space’ wordt gezien, een plek waar de mensen gecontroleerd en tegen zichzelf en elkaar in bescherming moeten worden genomen.

    Een soort history rebound.

  2. 5

    Oud nieuws, dat was in 1994 toen ik als Dipli opkwam al bekend, oorlogen draaien om steden, de strijdkracht die de steden beheerst wint de oorlog.

    De tijd dat legers fier en netjes gekleed elkaar te lijf gingen op een of andere vlakte ligt al 20 jaar achter ons.

  3. 7

    Department of homeland security
    Ministerie van binnenlandse veiligheidMinisterium für Staatssicherheit

    Gaat er een lampje branden?

  4. 8

    Sprooksprekers – De civitate dei

    In deze stad die schudt van emotie
    waar de kunst van het vergrijp
    die van de liefde evenaart
    zie ik de obers draven,
    werklui tussen bielzen graven
    gedachten eisen, liefdes kapseizen,
    lichamen zwenken en elkaar krenken
    raamhoeren paaien, engelen
    naar monsters zwaaien
    spoken die dronken van valiumslaap
    en prozacdromen tevoorschijn komen
    die zich mengen in de riolen van het verkeer
    die zich snellen en versnellen
    naar wat niet meer te tellen
    te bezoeken is, wat gebouwd moet
    wat kapot moet met sloperskogels
    bulldozers en heipalen
    in opengebroken straten
    op braakliggende velden
    in woongraven, erfhoven
    kerkhoven en woonerven
    voor mensen waarvan in zand
    en grauwe steen de naamloze naam
    geschreven staat – in deze stad
    besmeurd met vogelexcrementen
    met hiëroglivische graffiti experimenten
    met voor de deur in wielklemmen
    verstrikte wagens inparkerende auto’s,
    kakkende honden, giftige gronden,
    met publieke wc’s, sickbuildingemployees
    metrocrackers, computerhackers en
    alle anderen die zich eender afvragen
    welke zone men is ingeslagen
    in deze stad waar men zonder
    onderscheid der dagen en der uren
    de bedelfauna langs de ruiten
    kan zien schuren –
    maar kan men ook het visioen ontwaren
    het goddelijke en éénmalig bestemmingsplan:
    de stad als koopavond die blijft
    en ook zal blijven duren

    Door: Serge van Duijnhoven
    Afkomstig van het album: Sprooksprekers – Eindhalte Fantoomstad (1997)

    Sorry, kon het niet laten!