De professional vertrouwt op zijn ambachtelijkheid

Professionals in het sociaal werk laten zich steeds meer in een wetenschappelijk keurslijf stoppen. Dat ze dit laten gebeuren hangt samen met een gebrek aan professioneel zelfvertrouwen.  Sociale professionals vergeten dat ze als ambachtslieden ook moeten vertrouwen op hun gevoel, zegt gastredacteur en pedagogisch werkster Nathalie Grahame.

Om elk misverstand te voorkomen, ook ik vind dat de methodes en technieken van het sociaal werk wetenschappelijk onderbouwd moeten zijn. Alleen op die manier kan de professionaliteit van de beroepsuitoefening worden gewaarborgd en kan er zicht worden verkregen op het effect van gepleegde interventies. Waar het mij om gaat, is dat sociaal werk betrekking heeft op een wereld die niet of slechts ten dele maakbaar is.

Daarnaast wordt er aan het ‘verwetenschappelijkte’ sociaal werk regelmatig meer zekerheid toegeschreven dan gerechtvaardigd is. Te vaak wordt voorbijgegaan aan het feit dat hulpverlening uiteindelijk niet meer is dan een tussenkomst in een socialisatieproces. Een proces dat de hulpverlener, weliswaar zo goed en zo gefundeerd mogelijk, wil beïnvloeden, maar nooit volledig kan sturen. Deze sturing ligt per definitie buiten het bereik van de hulpverlener.

De angstige professional
Geregeld wordt aan de huidige professional gerefereerd als een angstige professional. Hij zou zich kritiekloos voegen naar de manager, de wetenschapper en de politicus en slechts doen wat hem gevraagd wordt.
Hij neemt geen initiatief en durft niet langer te vertrouwen op zijn inschattingsvermogen. Mijn ervaring is dat dit beeld vaak klopt. Ter illustratie wil ik mijn eigen beroepspraktijk aanhalen.

Ik werk als pedagogisch medewerker in een residentiële gedragstherapeutische behandelgroep voor jongeren van 14 tot en met 18 jaar. De hulpvragen van deze doelgroep zijn zo complex, dat mijn collega’s en ik ons voortdurend afvragen hoe we hiermee moeten omgaan. De onzekerheid die we hierdoor ervaren, proberen we te verminderen door onze handelingskennis te vergroten en door naar oplossingen te zoeken. Dit is enerzijds opvallend, omdat we in een veranderlijk domein werken waarin oplossing een relatief begrip is. Anderzijds is er geen aandacht voor het exploreren van die onzekerheid.

Tegenover die sterke oplossingsgerichtheid staat  een tekortschietende aandacht voor de impliciete handelingskennis, of mentale en emotionele attitude zoals Van der Laan het noemt. Hierboven noem ik dit inschattingsvermogen. Met deze term wordt een beroepshouding verondersteld waarop je als professional kunt vertrouwen. Met andere woorden: alleen de professional, uitgerust met de impliciete handelingskennis en emotionele instelling die bij het vak horen, weet zich raad met de onzekerheid die het sociaal werk karakteriseert. Wanneer hij leert omgaan met onzekerheid kan hij nieuwe betekenissen geven aan de complexiteit van het werkveld. De complexiteit wordt daardoor inzichtelijk en zelfs beïnvloedbaar. Het gaat er dus om dat professionals onzekerheid leren hanteren in plaats van beheersen.

Sociaal werk is geen beroep maar een ambacht
Van Nijnatten[1] zegt dat de agogische sector haar beroep opnieuw moet uitvinden. Dit standpunt deel ik met hem. Er is sprake van een laag professioneel zelfvertrouwen. De professional moet zich weer bewust worden van zijn eigen deskundigheid, zowel van zijn theoretische kennis als zijn inschattingsvermogen. Oftewel van zijn ambachtelijkheid. Sociaal werk is niet zozeer een beroep maar vooral een ambacht. Bij het uitoefenen daarvan zijn kennis en vaardigheden (techniek) vereist, maar met name het vermogen om met een bepaalde stijl die kennis en vaardigheden in te zetten. Het is van belang dat professionals de ambachtelijkheid van het sociaal werk onderkennen, zodat ze deze ook kunnen tonen. Voor het hanteren van onzekerheid is theoretische kennis nodig en ambachtelijkheid vereist.

Professionals beseffen dit nog te weinig. Staan voor je vak, vertrouwen op je professionele deskundigheid en inzicht hebben in je ambachtelijkheid zijn manieren om onzekerheid te hanteren. Professionaliteit fungeert in dit verband als houvast. Vooraleer professionaliteit als houvast kan dienen voor professionals is een mentaliteitsverandering nodig. Waardering voor het beroep kan alleen beginnen bij de professionals zelf. Vaak nemen ze een te afwachtende houding aan. Wanneer zij staan voor hun deskundigheid wordt het werkveld ook gedwongen hier aandacht aan te besteden.

Nathalie Grahame werkt als pedagogisch medewerkster bij een Gedragstherapeutische Behandelgroep voor jongeren van 14 tot 18 jaar bij Kompaan en de Bocht in Tilburg. Dit artikel is een ingekorte en bewerkte versie van haar artikel ‘De waarde van onzekerheid’ in de bundel ‘Meesterschap in het sociaal werk’ uitgegeven door uitgeverij SWP te Amsterdam, isbn 9789088501920.

Voetnoten:

[1] Nijnatten, C. van (2008). De angstige professional in het agogisch veld. [Bijdrage aan de studiedag ‘de angstige professional’. Associatieonderzoeksgroep Pedagogiek van het sociaal werk/ HAN]. Gent-Nijmegen.

  1. 2

    Goede observaties, gelden voor veel meer sectoren zoals onderwijs. Voorwaarde voor professioneel gedrag is dat de mensen wel genoeg geestelijke bagage hebben om zichzelf te kunnen beschouwen en kritisch te kunnen zijn tegenover verschillende eisende partijen (managers, wetenschappelijke inzichten).

  2. 3

    Te vaak wordt voorbijgegaan aan het feit dat hulpverlening uiteindelijk niet meer is dan een tussenkomst in een socialisatieproces. Een proces dat de hulpverlener, weliswaar zo goed en zo gefundeerd mogelijk, wil beïnvloeden, maar nooit volledig kan sturen. Deze sturing ligt per definitie buiten het bereik van de hulpverlener.

    Zeg je niet gewoon: politici, managers en het publiek hebben makkelijk lullen als ze het over ons hebben?

    Overigens bij ambachtelijkheid denk ik aan dingen die heel erg maakbaar zijn.

  3. 5

    Begin met de basis beginselen zoals zelfreflectie,eigen grenzen,en beperkingen erkennen. Waarnemen, en erop vertrouwen,dat je niet alles weet.

    “Waardering voor het beroep kan alleen beginnen bij de professionals zelf. Vaak nemen ze een te afwachtende houding aan. Wanneer zij staan voor hun deskundigheid wordt het werkveld ook gedwongen hier aandacht aan te besteden.”

    Dacht,dat vaak een overschatting van die deskundigheid;Zowel concreet in opleidingsniveau/kwaliteit. Als ook in de complexiteit, en versnipperingen,van betreffende ambacht. Van oudsher tot dusver,de overschatting van deskundigheid voor meer problemen en schade heeft gezorgd,dan een eventuele/vermeende/aangeleerde/geconditioneerde, overtuiging (valse) /aanname; Van zelfonderschatting.

    Wat niet alleen in ,deze discipline aan de orde is.
    Jezelf, vooral niet te serieus nemen,wil ook nog wel helpen in dit zware werkveld.
    Realistisch blijven wat haalbaar is ,situationeel bepaald, waarbij ,kennis, vergaart wordt middels subject.

    Ook binnen de gegeven context,en bedrijfsstructuur,als ook wettelijk kader. ” redders” lopen er al genoeg rond,evenals degene daar een beroep op doen.

    Waardering voor het beroep,kan blijken uit die deskundigheid ,en hoe die toegepast (kan) worden in het werkveld,en binnen welke kaders.
    Waarbij,ook van belang,of die ruimte er is/genomen wordt.En waaruit,die deskundigheid kan blijken, en hoe dat vorm kan krijgen.
    Mijn ervaring, is dat daar geen tijd,noch geld voor is/wordt vrijgemaakt.
    Als zijnde van geen prioriteit;

    En ja, daar moet je of tegen kunnen,OF verlaat het werkveld.De kennis en expertise is er wel,maar wordt veelal niet naar gehandeld.

    En naarmate,puur het drukken van de kosten; voor de winsten ergens anders ( behalve op de werkvloer,noch aan doelgroepen besteedt)
    Het enige is, men selectief op focust,lijkt me dit ook geen actueel probleem. Voor elke deskundige een 18 jarige uitzendkracht; ~Die al
    decennia in toenemende mate, onverantwoord,handelingen uitvoeren;Welke wettelijk voorbehouden aan deskundigen.
    Dat geldt voor de gehele sector,ook somatisch.

    En ook dat is idd niet maakbaar,de mens en natuur ook niet;en de omstandigheden en situatie nog minder. Accepteren,niet alles oplosbaar is En vooral jezelf overbodig maken!

  4. 6

    Ook agogen zullen het niet snel over ambachtelijkheid hebben. Voor zover ik de schrijfster begrijp is het wel zinnig om die term ook bij agogische beroepen te gebruiken. Niet alleen om tot de zelfwaardering op te krikken.

    Ambachtelijkheid doet aan gereedschappen denken en aan inzicht en vaardigheid die gereedschappen goed te gebruiken. Dankzij de wetenschap zijn er voor de agoog gereedschappen ontwikkelt. Voorbeeldje: als je iemand met een persoonlijkheidsstoornis moet aanspreken, zijn er een aantal zaken die in zo’n gesprek juist moet doen of perse moet nalaten. Wie die zaken vergeet, “verliest” het gesprek.

    Die kennis behoort tot de ambachtelijkheid. Ik zie in mijn werk (opvang dak- en thuislozen) soms collega’s onderuit gaan, als ze bij een conflict, toch in discussie gaan met iemand die een stevige persoonlijkheidsstoornis heeft. Niet doen. Daarbij helpt kennis van eigen en andermans nonverbaal gedrag ook heel goed. Nog zo’n stukje gereedschap, waar veel te weinig gebruik van wordt gemaakt.

    Je opmerking bij 001: geweldig. Ik lag meteen in een deuk. Brengt me op het idee om met een van onze “cliënten” de kermis op te gaan: doe jij effe gek, dan laat ik het publiek zien hoe ik je in 5 minuten normaal kan laten doen.

  5. 7

    Mee eens maar dan zou ik vakmanschap als term verkiezen. Over het probleem dat je schetst (hulpverlener gaat met client in discussie): of hulpverleners die de client beloven dat het allemaal goed komt terwijl de hulpverlener moet weten dat het behalen van een goed resultaat afhankelijk is van factoren die buiten zijn macht liggen. Of de hulpverlener die na verloop van tijd gaat handelen vanuit een negatieve mensvisie (elke client is erop uit om de boel te flessen). Dit soort fouten schrijf ik toe aan een gebrekkige professionele rolopvatting. Opleidingen moeten dit er beter instampen.