De Polder | Wonen beneden zeeniveau

Sargasso duikt deze zomer de polder in. Per aflevering van de zomerserie vertelt een lezer over zijn of haar favoriete polder. Antoinette Roetgerink bijt de spits af door ons kennis te laten maken met de Zuid-Hollandse Prins Alexander Polder.

Ruim vijftien jaar geleden kwam in ik in de Prins Alexander (PA) polder in Rotterdam wonen, een veenpolder met een oppervlakte van 2660 hectare. Nog altijd mis ik af en toe het coulissenlandschap en de bomen van mijn geboortegebied Twente, maar de weidsheid van het polderlandschap en de lichtval maken veel goed.

Het polderlandschap is een typisch Nederlands fenomeen. Ongeveer 95% van alle Europese polders of droogmakerijen vind je in Nederland. Polders zijn doorgemalen stukken water, naar menselijk inzicht ingericht. Een polder is dan ook de meest ultieme vorm van cultuurlandschap. In het buitenland is veel belangstelling voor deze wijze van grondwinning. Door de weidsheid in het polderlandschap staat er eigenlijk altijd wel wind, hoewel dat in Ommoord, waar we eerst woonden, meeviel. Ommoord is een wat oudere wijk met veel bomen en groen. De huizen, in het deel van de wijk waar we toen woonden, waren huurhuizen. De verhuurder was z’n tijd ver vooruit en adverteerde via internet over de hele wereld. Daardoor streken er veel expats en mensen uit het buitenland neer. Onze buren kwamen onder andere uit Israel, Amerika, België, Japan en Italië.

Toen ik vijftien jaar geleden in Ommoord kwam wonen vroeg ik me af hoe een dergelijk polderlandschap kon ontstaan. Was dit altijd zo geweest? Ik ben vervolgens in de geschiedenis van de PA Polder gedoken. Deze polder is ontstaan doordat de Hollanders die in dit gebied woonden turf zijn gaan winnen uit de beschikbare veenlagen. Het winnen van turf was vanaf de vroege middeleeuwen een lucratieve bezigheid. Turf was de belangrijkste beschikbare brandstof. Het turf werd met kleine en grote bootjes vervoerd naar de bloeiende Vlaamse, Hollandse, Brabantse en Zeeuwse steden in die tijd. En door de bevolkingsgroei en opkomende nijverheid werd de vraag naar turf alleen maar groter. De Zuid-Hollandse grondeigenaren konden goed aan de grond verdienen door het af te laten graven en te verkopen. En dat honderden jaren lang. Dit heeft het landschap drastisch veranderd. Naar schatting heeft men in dit gebied in al die jaren negen meter grond (veen) afgegraven. Het landschap bestond daardoor uiteindelijk meer uit water dan uit land. Van duurzaam omgaan met de natuur was toen nog geen sprake.

In 1600 begon men in Noord-Holland met het droogmalen van meertjes, waarvoor de windmolenswerden gebruikt, om landbouwgrond te creëren. Een bekend voorbeeld hiervan is de Beemster. Deze polder staat ook op de werelderfgoedlijst van de Unesco. De techniek van het droogmalen ging men later ook toepassen op de door turfwinning ontstane veenplassen ten noordoosten van Rotterdam. Zo ontstond tussen 1865 en 1874 de PA Polder. Het gebied bestond oorspronkelijk uit vijftien veenplassen. De Noordplas, de diepste van de vijftien plassen, werd gespaard en omgedoopt tot Kralingse Plas. Het gebied werd met stoombemaling drooggemaakt. De eerste steen van het gemaal werd gelegd door Prins Alexander der Nederlanden  (1851-1884).

In 1961 besloot de Gemeente Rotterdam het gebied te gebruiken voor woningbouw. Met de bouw van de laatste wijk, Nesselande, is in 2000 begonnen. Daar wonen wij nu, ongeveer vijf tot zes meter beneden zeeniveau. In Nesselande wonen voornamelijk oorspronkelijke Rotterdammers, afkomstig uit de wijken Ommoord, Zevenkamp, Blijdorp, IJsselmonde en Centrum. Het zijn veelal jonge gezinnen, en daarom noemen ze Nesselande ook wel de Kinderwagenwijk. Wat Nesselande naar mijn mening uniek maakt, is de ligging midden in de natuur van de polder. Je ziet hier door het water ontzettend veel verschillende soorten vogels. Toen ik op een mooie zomeravond in de schemering langs het strand van de Zevenhuizerplas fietste, hoorde ik opeens een kakofonie van geluiden die ik niet kon plaatsen. Het waren duizenden watervogels die verzamelden voor de nacht.

Het vele water in de polder brengt niet alleen in de zomer maar ook in de winter veel gezelligheid met zich mee. Zomers vanwege het varen met bootjes, en in de winter natuurlijk allemaal op de schaats. Taferelen zoals op de schilderijen van Pieter Breugel en Hendrik Avercamp herleven dan.

Volgens mijn oudste zoon, die sinds kort in Wageningen studeert, is dit gebied ondanks de lage ligging volkomen veilig voor overstromingen. Zolang de stroom niet uitvalt en de gemalen blijven pompen is er niets aan de hand. We blijven genieten van de mooie natuur en alle mogelijkheden hier om te vissen, varen, zwemmen, wandelen, fietsen en schaatsen. Allemaal in dit oer-Hollandse landschap, vijf á zes meter beneden zeeniveau.

  1. 1

    leuk. Overigens wordt deze:

    “En door de bevolkingsgroei en opkomende nijverheid werd de vraag naar turf alleen maar groter.”

    in de literatuur vaak omgedraaid: de bevolking en productie konden groeien dankzij de schier oneindige hoeveelheid beschikbare brandstof zo dicht in de buurt (Ad van der Woude, meen ik, legt daar de kiem voor de stormachtige ontwikkeling van Amsterdam).

    Overigens kan ik het niet laten om een voorzet in te koppen. “De Zuid-Hollandse grondeigenaren konden goed aan de grond verdienen door het af te laten graven en te verkopen.”
    heeft natuurlijk geleid tot de zgn cope-ontginningen: Boskoop, hei- en boeikop, galecop, nieuwkoop, middelkoop, reijerskop, benschop etc. zijn alle in de naam te herkennen als cope-ontginning.

    Deze zin: Volgens mijn oudste zoon, die sinds kort in Wageningen studeert, is dit gebied ondanks de lage ligging volkomen veilig voor overstromingen. Zolang de stroom niet uitvalt en de gemalen blijven pompen is er niets aan de hand. snap ik dan weer niet. Bedoel je tegen dat er geen cruciale ringdijk oid in het geding is? Ik bedoel: het is toch overal veilig als er geen gevaar is?

  2. 2

    Mooi van de poldergeschiedenis van PA.

    Kleine correctie helemaal aan het begin: de PA is geen veenpolder (was het wel in de middeleeuwen, maar het veen is allemaal weg, schrijf je zelf) maar een droogmakerij (schrijf je zelf) tot op oude zeeklei. Daarom is die diepe PA polder ook best goede bouwgrond voor stadsuitbreiding. Beter dan de omringende echte veenpolders zoals bij Gouda. Doordat al het veen er keurig is weggehaald, hoef je in de PA minder diep bij het funderen en de bovengrond is er minder gevoelig voor bodemdaling.

  3. 3

    Dit kan ik niet laten:

    1.
    De genoemde cope-ontginningen zijn ouder dan de turfwinning, en oorspronkelijk bedoeld om van veengebied landbouwgrond te maken (in georganiseerd polderverband). In de meest venige polders werd het pas later in de Middeleeuwen voordeliger de grond als turf te verkopen dan er landbouw te blijven bedrijven. In de kleiiger randgebieden bleef het landbouw. Er zit wel wat in dat turfwinning in groene hart de opkomst van Hollandse steden mogelijk maakte (net zoals turfwinning in Zeeland en NW Noord-Brabant dat eerder had gedaan voor de Vlaamse steden). Op een gegeven moment draait het om: Holland was wel zo’n beetje uitgeveend en Amsterdam moest steeds verder weg, naar de Kop van Overijssel en nog later naar Drenthe/Groningen, om de turf te halen.

    2.
    Er is een hele serie ringdijkjes die moet falen, en dan nog is het gebied zo groot dat het dagen duurt voor het is volgelopen. Het is veilig in de zin van ‘niet levensbedreigend voor hele grote groepen mensen’. Er zijn heel veel vluchtroutes mogelijk. Als er in het slechtste geval door samenloop van pech een overstroming plaats vind, heb je flink wat economische en emotionele schade, maar geen massa’s doden.

  4. 4

    vandaar ook de keuze voor het woord kiem. Het ging me er maar om dat de relatie twee kanten op liep.

    correctie over verkoop tbv afgraven en verkoop is natuurlijk helemaal goed

  5. 5

    Volgens mijn oudste zoon, die sinds kort in Wageningen studeert, is dit gebied ondanks de lage ligging volkomen veilig voor overstromingen. Zolang de stroom niet uitvalt en de gemalen blijven pompen is er niets aan de hand.¨

    En als de stroom toch uitvalt dan gaan we met de hand pompen?

    De inzet zijn van een gevecht tussen de geprivatiseerde elektriciteitscentrale en de zwaartekracht is alles behalve ´volkomen veilig’

  6. 6

    Vraag is inderdaad: Is Nederland klaar voor de toekomst? Een groot deel van Nederland wordt leeggepompt door gemalen. Al deze gemalen hebben brandstof of energie nodig. Grondstoffen worden steeds schaarser en duurder. Vraag is of het met de toenemende grondstofprijzen in combinatie met bodemdaling en zeespiegelstijging straks nog wel rendabel is om de lager gelegen stukken van Nederland leeg te blijven pompen? Of moeten we toch gebieden op gaan geven?