De Polder | Eerst zien, dan geloven

Sargasso duikt deze zomer de polder in. Per aflevering van de zomerserie vertelt een lezer over zijn of haar favoriete polder. Erik Honkoop is vakbladjournalist en schrijft als Perik ook af en toe op dit blog. Van Polder Hoenkoop wist hij weinig. Behalve dat zijn vroege voorvader Cors Corneliszoon er een tijdje woonde. En in 1590 – op zijn 36ste – slaagde deze Cors er in om een wijf te scoren: de pronte blonde zeventien lentes jonge Elisabet Lienaerds uit Benschop. Ze ooievaarden zeven kinderen bij elkaar, die van de weeromstuit de achternaam Honkoop kregen. Geen van de kids bleef in Hoenkoop, en dat is kenmerkend voor deze tragische plak afgewaterde rivierklei tussen Holland en Utrecht.

Bekend van TV, zou het moeten zijn. Maar ik had er tot voor kort nog nooit van gehoord, van Hoenkoop. Wie vanuit Utrecht over de provinciale weg langs de Hollandse IJssel naar Oudewater fietst, komt een bordje tegen. “Hoenkoopse Buurtweg 300 meter”. Dan ben je in wat tot 1970 de Gemeente Hoenkoop was, een gemeente die bestond uit de polders Hoenkoop, Rateles en Dijkveld. Leg je die driehonderd meter ook daadwerkelijk af – halverwege staat er een bankje langs de kant van de weg – dan kom je in Polder Hoenkoop. Tenminste, als je naar links kijkt. Rechts liggen de polders Rozendaal, Vliet en Dijkveld. Achter je ligt een weiland dat Rateles heet.

De zesde boerderij heet Watersnood. Daar woonde Gieljan Beijen, de boer uit de roman Het Wassende Water van Herman de Man. Beijen was een boer die hield van het land van zijn vaderen, aldus De Man. “Ik bin van Hoenkoop geboortig. Mijn hart trekt naar hier weerom.” De fantast.

In werkelijkheid mislukt er nogal eens iets in Polder Hoenkoop en het verloop onder de boerenbevolking was enorm. Ook op boerderij de Watersnood. Willem Veen huurde de tent in 1761 en verliet de boel na twee jaar ijlings met een huurschuld van 2863 gulden.

De volgende huurder was Gijsbert Rietveld, ook hij kon er geen winst uit halen. De pachter wilde een executieverkoop van de boedel, maar het was er zo’n enorm armetierige bende dat de leenheer boer Rietveld tien jaar extra tijd en een pachtverlaging gaf. Tegenwoordig is boerderij Watersnood een Bed&Breakfast. Kennelijk ook geen succes. Het staat te koop.

De dramaserie over het godvrezende Hoenkoopse boerderijleven was wel een enorm succes. Producent Bram van Erkel was zo slim om zijn sterren Kitty Courbois en Thom Hoffman te filmen in Bergambacht en Cabauw. Vlakbij Hoenkoop, dat wel. Maar niet in Hoenkoop zelf. Want succes moet je niet tarten.

Zo’n eerste kennismaking met Polder Hoenkoop is sowieso een treurige confrontatie. Allereerst is het een tweederangspolder. Het grenst niet stoer aan een rivier. De polders Rateles, Vliet, Dijkveld en Rozendaal liggen tenminste nog aan de Hollandse IJssel. Een armetierig watertje, maar toch: een heuse rivier. Het zijn vier kleine polders die ergens in de tiende of elfde eeuw ontgonnen zijn. Hoenkoop is daarachter geplakt. Iets later. Wanneer precies, dat weten we niet.

We wisten het ooit wel, maar tijdens de Ouderwaterse Moord in 1575 is er nogal wat historisch papierwerk verloren gegaan. In 1970 werd dat drama in Oudewater in ieder geval nog uitgebreid opgevoerd om in het voorwoord uit te leggen waarom het boekwerk ‘Hoenkoop in Heden en Verleden’ zo’n dun en matig boekje is geworden. Anderzijds, die belabberde geschiedvorsing heeft er wel weer voor gezorgd dat ik het standaardwerk over Hoenkoop voor slechts een paar euro bij De Slegte uit de restantenbak kon vissen. Waar het waarschijnlijk al sinds 1971 lag.

Ofwel, als ik iets over Polder Hoenkoop wil schrijven, dan moet ik beginnen ergens na 1575. Vanaf nu gerekend ongeveer halverwege. Qua bestaan. Ergens na het jaar duizend werden in de zompige moerassen weteringen gegraven. En als je dan geluk had, dan waterde het land in de loop van de zomer af. Dan gooide je de dijk – die je ook moest maken – dicht. En met een beetje extra geluk had je dan een jaar lang droge voeten. Nieuwe zomer, dijkje open, afwateren, dijkje dicht. Gelukkig kwam er in 1485 een molen. En dat maakte het dijkje-open-dijkje-dicht-gebeuren een stuk makkelijker. Althans, dat vermoeden we. Want de Iberische Schiereilanders hebben de archieven verbrand.

Omdat de geschiedvorser van de Gemeente Hoenkoop niet heel ijverig was – of slecht betaald werd, dat is waarschijnlijker – pakt hij de draad pas op bij omstreeks 1770. In die tussentijd is er wat gedoe geweest tussen protestanten en katholieken. In die tussentijd is Hoenkoop wat heen en weer geslingerd tussen Utrecht en Holland. En de oogsten waren soms zo slecht dat men besloot geen pacht op land meer te vragen, maar belasting op bier. Nood brengt dorst. En eenmaal zelfs is de complete bevolking door de Hollanders afgevoerd en onteigend omdat ze geen belasting betaalden. De Utrechters hebben geschikt. Tsjonge, wat een historie.

In de achttiende eeuw wordt het allemaal wat rustiger in het woelige Hoenkoop. Er komt in 1789 een nieuwe heer voor Heerlijkheid Hoenkoop, en dat is een dame. En zij stelt een burgemeester aan die zowel burgelijke als waterschapszaken regelt. Daarna komen de Fransen, die waterschap en gemeente scheiden. Na de Fransen wordt Hoenkoop een zelfstandige gemeente. Met een burgemeester die werkelijk niets te doen heeft en een waterschapsbestuur dat zowaar nog minder te doen heeft. En van niets doen wordt je lui. En conservatief.

Drinkwater bijvoorbeeld. Al in 1883 onderzoekt een technisch bureau wat de mogelijkheden zijn om de Hoenkoopse burgers van kraanwater te voorzien. Het rapport bereikt de gemeenteraad niet, om onduidelijke redenen. Pas in 1933 krijgt Hoenkoop drinkwater uit de kraan. Brandweer bijvoorbeeld. Er fikt nogal eens een boerderij af. Maar in 1828 vindt de gemeente een brandspuit overbodig. In 1878 wordt de gemeente gedwongen er één aan te schaffen. In 1931 blust een toevallig passerende gemotoriseerde brandweerwagen een boerderijbrand. De gemeente Hoenkoop gaat als één van de laatste gemeenten in Nederland over tot een gemotoriseerde brandweer. De wagen kost 2500 gulden, plus 184 gulden aan reparatiekosten wegens onoordeelkundig eerste gebruik. Om kosten te besparen wordt nog datzelfde jaar in Café F.A. Hoogenboom een vrijwillig brandweerkorps opgericht. Het is de enige actieve vereniging in Hoenkoop. Ze winnen veel prijzen en blussen prima.

Net als Gemeente Hoenkoop is ook Waterschap Hoenkoop een instituut dat op grote afstand achter de feiten aanliep. Aldus de archivaris: “Men krijgt zelfs de indruk dat men zich tot ver in deze eeuw op bestuurlijk niveau niet altijd druk maakte om bij te blijven in de zich snel ontwikkelende maatschappij.” In 1835 kreeg Waterschap Hoenkoop nieuwe statuten, en dat alleen maar omdat er bij de provincie Utrecht klachten waren binnen gekomen over de oude statuten uit 1692. De polder bemalen met een stoomgemaal? De bewoners waren tegen, in 1879. Wind is gratis. De tijd gaat traag in Polder Hoenkoop. En meestal nergens heen.

In 1970 was het afgelopen met Hoenkoop. Al vanaf 1852 hadden ze ieder vorm van samenvoeging afgewezen. Hoenkoop bleef bij provincie Utrecht, dat wel. Maar ging samen met de gemeente Oudewater. De prijs die Oudewater daarvoor betaalde was een provinciewissel: van Zuid-Holland naar Utrecht. Waterschap Hoenkoop werd ondergebracht bij Waterschap Stichtse Rijnlanden. En nog altijd wordt de Hoenkoopse sloot regelmatig gebaggerd, want veel meer agendapunten had Waterschap Hoenkoop in die paar honderd jaar niet tijdens de jaarvergaderingen in Café F.A. Hoogenboom en voorgaande herbergen.

Is er dan niks positiefs te zeggen over Hoenkoop? Jawel hoor. Het is er prachtig. Ook anno 2012 kun je in de verte silhouetten van Rotterdam zien, en van Utrecht. Maar je hoort niets. En je ruikt sloot en hooi. Het mooiste van Hoenkoop? Het heeft twee café’s gehad. Er heeft een Rechthuis gestaan. Er was een school. Het is een polder geweest, een zelfstandige gemeente en een heerlijkheid. Er staan zelfs zes rijtjeshuizen van de woningbouwvereniging. En tegenwoordig is het een stiltegebied.

Maar een kerk? Een kerk heeft er in Hoenkoop nooit gestaan. Eerst zien.

(foto’s: Erik Honkoop, kaart overgenomen uit ‘Hoenkoop uit Heden en Verleden’, J.G.M Boon, 1970)

  1. 1

    Ik heb mij vermaakt met het lezen over iets wat ik niet kende.
    Dat onbekend zijn is blijkbaar de kracht van de polder Hoenkoop.
    Ik zou dat vandaag de dag toch een bijzondere, zelfs positieve, eigenschap willen noemen. Na 10 eeuwen polder is dat toch iets als ik het goed begrijp.

    Dank voor dit levendige verslag van een blijkbaar wat dode polder :)