De grootste drogredenen om op kunstsubsidies te bezuinigen (2)

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. De komende dagen is dat Robbert van Heuven met een serie over de grootste drogredenen om te bezuinigen op kunstsubsidies. De stukken verschenen eerder op zijn eigen weblog, maar hij herschreef ze voor GeenCommentaar.

Nederlands Dans Theater (foto: flickr/Haags Uitburo)

Niet alleen kabinet PVC 1 dat er aan zit te komen, wil flink schrappen in de kunstsubsidies. Vorige week bleek dat ook het demissionaire kabinet in kunst een mooie pot ziet om financiële gaten mee te dichten. Los van de vraag of dat verstandig is en of de bestuursrechter zulk onbehoorlijk bestuur toe zal laten – de huidige afspraken liggen voor het grootste deel tot 2012 vast – is het een zorgwekkende voorsortering op een culturele kaalslag de komende jaren. Op nieuwssites lopen de reactieboxjes alweer vol met allerhande voorspelbare reacties als: Frans Bauer kan het ook zonder subsidie, kunst is alleen voor rijken dus waarom betaal ik er aan mee en andere onzin. De opmerkingen zijn zelden gebaseerd op cijfermatige onderbouwing of op kennis van de sector. Natuurlijk moeten we discussiëren over het waarom van kunstsubsidies, maar dan wel graag op basis van feiten, in plaats van via de onderbuik of makkelijke oneliners. Daarom: de zes grootste drogredenen op een rij en waarom ze onzin zijn. Deel 1 verscheen eerder. Hieronder deel 2.

(3) Kunst steelt van de armen en geeft aan de rijken

Deze drogredenering komt vaak terug. Het suggereert ten eerste en ten onrechte dat alleen rijke mensen gebruik maken van culturele instellingen. Loop eens een keer rond in het Rijksmuseum of ga naar de Schouwburg en je ziet dat dat niet waar is. Het is wel zo dat de meeste kunstliefhebbers hoog opgeleid zijn. Maar dat betekent nog niet meteen dat ze ook rijk zijn. Denk aan leraren of verplegend personeel. Dat zijn geen beroepen waarmee je een fortuin verdient. Dat voor lager opgeleiden de drempel naar kunst hoog is, is inderdaad een probleem.

Maar die drempel is niet per se financieel. Een van de redenen om kunst te subsidiëren is immers om het voor iedereen toegankelijk te houden en niet alleen voor de rijkste Nederlanders. De Nederlandse kunst wordt inderdaad door iedereen betaald en hoort dan ook voor iedereen te zijn. Maar als je de kunstsubsidies af zou schaffen, dan zou kunst inderdaad alleen nog maar voor rijke mensen zijn. En daar was je, getuige de redenering, nu juist tegen.?

Die drempel bij het publiek dat nu nog niet bereikt wordt, slecht je vooral door het (kunst)onderwijs op de basis- en middelbare school te verbeteren en te investeren in een doorgaande culturele leerlijn. Niet door de kunsten dan maar af te schaffen. Overigens wordt het meerendeel van de instellingen waar belastinggeld naar toe gaat, gebruikt door zowel hoger- als lageropgeleiden. Denk bijvoorbeeld aan de bibliotheek, aan poppodia en aan amateurkunstinstellingen, zoals de harmonie of de muziekschool.

Maar stel dat het wel waar zou zijn. Dat er alleen rijke mensen van kunst- en cultuurinstellingen gebruik zouden maken (wat dus niet zo is), dan nog blijft bovenstaande een drogredenering. Want rijke mensen betalen ook meer belasting, dus dragen zij ook meer bij aan de kunstensubsidies dan mensen met een lager inkomen. De ‘Jan met de Pet’, die volgens Wilders aan al die graaiende kunstenaars mee betaalt, is verantwoordelijk voor slechts een vijfde van de Nederlandse belastingafdracht. Daarbij gaan we er van uit dat die Jan modaal of minder verdient.?Daarbij, bovenstaande drogredenering hoor je nooit als het gaat over de hypotheekrenteaftrek, waar dat effect nog veel sterker is. Ook mensen met een laag inkomen in een sociale huurwoning betalen mee aan die villa van drie miljoen, hoewel die villa geen enkel algemeen belang dient.

Je zou kunnen verdedigen dat hypotheekrenteaftrek geen subsidie is, maar zorgt voor koopkrachtbehoud van de individuele burger. Dat kan zo zijn, maar dan nog leveren lage inkomens inkomen in voor het inkomensbehoud van die villaeigenaar. Terwijl je van je bijdrage aan kunstsubsidies nog met zijn allen naar de schouwburg kan, zal die villa-eigenaar het minder waarderen als wij gezamenlijk in zijn zwembad zouden komen liggen.

(Bron: Ministerie van Financiën)

(4) Waarom zou ik meebetalen aan iets wat ik niet gebruik?

In Nederland betalen we constant mee aan dingen waarvan we geen gebruik maken. Dat heet het algemeen belang. Als jongere betaal je mee aan de steunkousen en de luiers van bejaarden, als bewust kinderloze aan kinderbijslag, als gereformeerd Christen aan abortussen en als sporthater aan sportsubsidies. Over dat laatste gesproken: ook het betaalde voetbal wordt gesteund met subsidiegeld. Niet alleen de stadions worden vaak door de gemeentes betaald, maar nu blijkt dat de helft van de betaalde clubs in het profvoetbal op omvallen staan, zullen gemeentes waarschijnlijk met miljoenen bijspringen, zoals dat recent ook al een paar keer gebeurde. Als we in 2018 het WK gaan organiseren kost dat de staatskas 1 miljard euro, waarvan maar de vraag is of je dat er ook weer uithaalt. En daar betalen we allemaal aan mee, of je nu van voetbal houdt of niet.

Maar uiteindelijk zou iedereen natuurlijk van kunst en cultuur moeten kunnen genieten. Ook de mensen die er tot nu toe nog geen gebruik van maakten en daaraan wel mee betaalden. Dat bereik je, zoals gezegd, vooral door kunstonderwijs op school. Niet door de toegang tot kunst te beperken tot de rijkste Nederlanders.?Toch heeft iedereen profijt van culturele instellingen in zijn stad, ook als hij er geen gebruik van maakt. Uit onderzoek blijkt dat een kwalitatief hoogstaand cultureel aanbod een stad aantrekkelijker maakt als vestigingsplaats voor bedrijven (zie ook: Bij bezuinigingen mag kunst niet buiten schot blijven). Ook stijgen de huizenprijzen en trekt het hoger opgeleiden en toeristen aan. Daar profiteren uiteindelijk ook mensen van die niets met kunst hebben. Mensen begrijpen dat prima. Uit onderzoek van KPMG bleek dat 87% van de Amsterdammers trots was op het grote culturele aanbod van de hoofdstad.?

Daarnaast leveren culturele activiteiten ook op andere manieren economische spin off. Decors moeten gebouwd, koffie ingeschonken, vrachtautootjes moeten van het ene naar het andere theater rijden of van galerie naar kunstkoper, de ramen moeten gezeemd, de vloer gepoetst enzovoort. Als je kijkt naar de amateurkunsten dan moeten al die schilders een ezel en verf hebben, die danseres een danspakje en spitzen, die pianist een piano en dat koor moet met de bus naar een uitvoering. Amateurkunstenaars geven vaak meer geld uit aan hun hobby dan de overheid er aan subsidie in stopt.?

De Nederlandse kunst heeft een hoge kwaliteit die ook in buitenland wordt herkend. Nederlandse culturele instellingen, zoals het Nederlands Danstheater en het Residentieorkest zijn wereldvermaard. Zowel jonge kunstenaars als grotere kunstinstellingen reizen naar het buitenland en verbazen iedereen daar met hun hoogwaardige producten, zoals onlangs Toneelgroep Amsterdam. Dutch Design is nog steeds hot. Dat is goed voor het imago van Nederland en voor onze internationale contacten. De Nederlandse economie draait op het buitenland en kunst en cultuur kunnen daarbij smeermiddelen zijn.

(Bronnen: Atlas Nederlandse Gemeenten, Fonds voor Cultuurparticipatie, www.waaromcultuur.nl)

  1. 1

    Ik vind punt 4 een erg zwak punt. “U betaald al an zoveel dingen mee, dus dan kunt u hier ook best wel aan mee betalen” er word hier mee aangenoment dat de mensen die kunst subsidie niet steunen het wel prima vinden dat er geld naar bijvoorbeeld voetbal clubs gaat.

    Subsidie zou alleen gegeven moeten worden aan wat echt belangrijk is voor de samenleving. Hoe pretentieus sommige mensen ook over kunst mogen denken, uiteindelijk is het niks meer dan entertainment. Een voorstelling is entertainment, een orkest is entertainment en een musea is entertainment. Entertainment is geen noodzaak voor de samenleving. Als deze voorstellingen echt zo gewild zijn als u beweert, dan kunnen deze best als commerciele diensten draaien.