De Britse klassenmaatschappij van onderaf gezien

RECENSIE - Darren McGarvey (35) is een Schotse rapper die optreedt onder de naam Loki. Voor de Schotse BBC heeft hij radioprogramma’s gemaakt over a-sociaal gedrag en deprivatie en hij is ook bekend van zijn commentaren in de media over achterstelling en ongelijkheid. McGarvey komt uit een probleemgezin in een achterstandswijk van Glasgow en had een gewelddadige, aan drugs en alcohol verslaafde moeder die in zijn tienerjaren overleed. Hij ontkwam daarna ook niet aan een periode van verslaving en afhankelijkheid van wat hij zelf noemt ‘de armoede-industrie’. In Op safari naar Armoeland reflecteert hij aan de hand van zijn eigen ervaringen wat armoede betekent, wat het met mensen doet en hoezeer hulpverleners en ambtenaren in hun omgang met de onderklasse de plank misslaan.

McGarvey’s beschouwingen in korte, tamelijk los van elkaar staande hoofdstukjes, gaan wel wat verder dan een autobiografie van iemand die alle ellende uit de jeugd te boven is gekomen. Zijn boek is een klaagzang over en ook een aanklacht tegen de nog immer aanwezige Britse klassenverhoudingen. Het bevat een schat aan waarnemingen en overpeinzingen van iemand uit de onderste lagen van de maatschappij. En ook al hebben wij in ons land dan misschien met minder scherpe tegenstellingen te maken,  McGarvey kan onze politici, ambtenaren, jeugdwerkers en hulpverleners veel leren over de omgang met gezinnen en kinderen in een achterstandsituatie.

Stress

Armoede is meer dan gebrek aan geld. Het is een complex van vele gebreken: geen werk, ongezond leven, onveiligheid, geweld, een ‘verwoestende emotionele toestand’, altijd stress. En dus ben je altijd op zoek naar verlichting, in drank en drugs bijvoorbeeld. Armoede is geen gevolg van apathie, zegt McGarvey. Het is omgekeerd. En dat hele complex wordt van generatie op generatie doorgegeven, inclusief de verslaving en de obesitas door jarenlang ongezonde voeding.

De stress van de armoede is continu. Iedereen heeft wel eens last van stress, schrijft McGarvey, en ‘in een positieve omgeving kan stress katalyserend en motiverend werken of tijdelijk ongemak veroorzaken.’

‘Maar voor mensen die in slechte sociale omstandigheden leven, en misschien opgroeien in een cultuur van agressie of misbruik, is stress allesoverheersend; het is de soep waarin iedereen continu zwemt. Stress is de bril waardoor je naar het leven kijkt.’ (p.110)

Gedesillusioneerd

Achterstandsgebieden krijgen te maken met ingrepen van het stadsbestuur dat huisvesting wil vernieuwen, de jeugd een onderdak wil geven, kinderen een speelplaats en iedereen meer kunst en cultuur. Bewoners moeten daarbij betrokken worden, maar dat lukt vaak maar moeizaam. De kloof tussen ‘wij’ aan de onderkant en ‘zij’ van daar boven blijft. En dan komen er verwijten (‘gebrek aan constructieve bijdragen’) en uiteindelijk de stoomwals. Want de nieuwe autoweg of het nieuwe winkelcentrum moeten er toch komen.

‘De instanties hebben niet geleerd om de lokale bevolking te vertrouwen en inspraak te geven. Ze voegen eerder nog een laag van managers en mentoren toe om het feit te verbergen dat het gesprek nog steeds buiten de bewoners om wordt gevoerd. Maar hoe je het ook verpakt, de mensen voelen het als ze paternalistisch worden behandeld. Ze weten wie er echt de baas is. Daarom worden zoveel mensen die eerst enthousiast wilden participeren sceptisch en passie.’ (p.137)

Dode moeder

Dat McGarvey aan dit boek begonnen is heeft ook veel te maken met zijn ervaringen in het welzijnswerk en het journalistieke milieu. Anekdotes uit zijn jeugd gingen er altijd beter in dan vragen en beschouwingen over de oorzaken en gevolgen van armoede. Het verhaal over de dood van zijn moeder wilde iedereen wel horen, maar voor wat hij te zeggen had over de meer structurele kanten van het bestaan aan de onderkant was veel minder belangstelling.

‘Het was alsof mijn mening alleen de moeite waard was omdat ik arm was geweest. Zodra ik afdwaalde van dat onderwerp (…) werd de situatie ongemakkelijk. Het leek alsof ze mijn kritiek vaak niet opbouwend genoeg vonden (…) het was duidelijk dat veel van hen alleen belangstelling hadden voor mijn ideeën als die gingen over mijn ervaringen als “arm” persoon.’ (p.163)

Kijk ook naar je zelf

Darren McGarvey wil graag dat zijn boodschap serieus genomen wordt en niet alleen aangehoord wordt als stem uit de onderklasse in een op entertainment gericht reality tv-programma. Hij is ook serieus over een uitweg. En daarvoor komt hij niet met een politiek program. Zijn ervaringen met partijen en politici zijn duidelijk niet zo inspirerend dat hij uit die hoek de oplossing verwacht (al heeft hij zijn stem wel aan Corbyn gegeven).

‘Wanneer één politieke partij de andere de schuld geeft van een probleem, creëert ze de valse indruk dat één politieke actor of groep in staat is om deze complexe kwestie aan te pakken. Dat is een gevaarlijke simplificatie. En die dwingt ons de partijen de rol te geven van helden en schurken in het langlopende feuilleton van armoede (…) Deze rivaliteit tussen de partijen is nu zo groot dat het idee om te goeder trouw rond de tafel te gaan zitten met tegenstanders bijna lachwekkend wordt gevonden.’ (p.169)

Het is een passage die over meer gaat dan alleen de armoedebestrijding. McGarvey heeft de hoop op de politiek opgegeven. Maar wat dan? Hoe verder het boek vordert, hoe dichter we komen bij het aloude, maar wel erg sleetse: verbeter de wereld, begin bij jezelf. ‘We moeten niet alleen tekeergaan tegen het systeem, maar ook onze eigen denkwijze en gedragingen onder de loep nemen.’ En als conclusie van de reflecties op zijn eigen periode van drank en drugs: ‘Soms zijn we zelf onze ergste vijand (…) Ik kon pas van de drank afblijven, ten minste voor een zekere tijd, toen ik erkende dat ik veel ellende in mijn leven zelf had veroorzaakt.’ (p.256/7) En volgens McGarvey heeft links op dit punt een blinde vlek: wat mensen zelf bijdragen aan hun levensomstandigheden komt in de analyses niet aan de orde. ‘Als ik nog één opiniestuk lees waarin staat dat het neoliberalisme de oorzaak is van al onze problemen, ga ik weer aan de drank’, schrijft hij tegen het eind van zijn verhaal.

De rapper

Op safari naar Armoeland is een mix van persoonlijke ervaringen en algemene beschouwingen. Die combinatie levert een krachtig en origineel verhaal op over de Britse klassenmaatschappij. McGarvey’s verhalen zijn confronterend en zijn manier om de problemen te verwoorden stemt absoluut tot nadenken. Soms wordt het verhaal wel wat lang. Een rapper zit niet om woorden verlegen. En hij wil ook nog wel eens wat herhalen. Maar ik kan me voorstellen dat hij dat met zijn ervaringen ook wel nodig vindt.

Darren McGarvey, Op safari naar Armoeland. Uitgeverij EPO, paperback, 297 p. € 22,50

[foto: Loki & Major Threat, Subcity Radio CC]