Corstens vergeet feiten in bijval voor rechters

OPINIE - President Geert Corstens van de Hoge Raad voegde zich begin februari in het koor van klagende rechters dat in december het inmiddels veelbesproken manifest (pdf) presenteerde, zegt een gastredacteur van Ivoren Toga.

Corstens concentreert zich onmiddellijk op de werkdruk, hoewel het manifest dit pas noemt als laatste van de vier punten.

Het richt zich in de eerste plaats tot/tegen de Raad voor de rechtspraak, met de navolgende grieven:
– Dat men zich door die Raad niet vertegenwoordigd voelt;
– Dat de benoemingsprocedure voor nieuwe gerechtsbestuurders uitermate gebrekkig was;
– Dat de rechtspraak steeds meer lijkt op een ‘opgeschaald’ bedrijf.
Pas in het laatste punt wordt gesteld dat de productiedruk onaanvaardbaar hoog is geworden.

Op de eerste drie punten van het manifest gaat Corstens niet in. Verstandig, want dan zou hij óf de onder vuur liggende Raad voor de rechtspraak te hulp moeten schieten, óf haar moeten desavoueren. Daarom gaat het weer alleen over de relatie tussen de ervaren of gevoelde werkdruk en kwaliteit. Dit leidt tot nogal risicoloos proza.

Het probleem is de Hoge Raad al eerder opgevallen, gelet op de verwijzing van Corstens naar een passage in het jaarverslag van de Raad over 2011, van de procureur-generaal. Die schreef dat er jarenlang te weinig geld is uitgetrokken om de rechter de taken die hem worden toebedeeld naar behoren te laten uitvoeren en sprak van een situatie die nijpender wordt: te hoge werkdruk in combinatie met het gevoel dat je als rechter je werk niet kunt doen zoals je vindt dat je dat zou moeten doen.

Ik blijf hier direct al ‘hangen’ op twee punten. Allereerst het geld. Het gemak waarmee de procureur-generaal dat zegt en Corstens het citeert, ergert me even mateloos als dat waarmee bankdirecteuren hun bedrijf naar de knoppen helpen en de samenleving ervoor laten opdraaien. Ik weet niet waaraan het geld precies is uitgegeven, maar de uitgaven voor berechting zijn van 2002 tot 2010 met 70 procent gestegen, van 185 naar 315 miljoen euro. Bij het Openbaar Ministerie en de opsporing waren deze percentages respectievelijk 39 en 34.

Dan de zinsnede ‘zoals je vindt dat je het zou moeten doen.’ Ik krijg het gevoel dat ik veertig jaar terugga in de tijd en opnieuw geconfronteerd wordt met rechters die een vrijheid claimen bij de inrichting van hun werkzaamheden. Hier hebben ze geen recht op. Deze vrijheid heeft geleid tot onacceptabele eigenzinnigheid – tot weerstand tegen standaardisering van formulieren in verband met automatisering, tot een raadsheer die een proces aanspant om thuis te mogen blijven werken, ook als hij een werkkamer op het Paleis van Justitie toegewezen heeft gekregen, en tot nog steeds aanzienlijke verschillen in straftoemeting, omdat men het over de oriëntatiepunten daarvoor maar zo moeilijk eens kan worden. Zo kan ik uren doorgaan, met dingen van over het paard getilde professionals die vergeten zijn dat ze een belangrijke maatschappelijke functie te vervullen hebben. Niet zij behoren centraal te staan. Ze moeten de samenleving dienen.

De procureur-generaal vervolgt: goede rechtspraak vereist aandacht en zorgvuldigheid en enige ruimte voor reflectie. Een vonnis is geen koekje. Hier wringt de schoen. Veel vonnissen zijn wel koekjes, in figuurlijke zin uiteraard. Natuurlijk niet het vonnis in het zogenoemde Passageproces, of in de zaak-Robert M., en ook niet dat in complexe geweldsdelicten en zelf niet de vonnissen in de Harense rellen, maar het overgrote deel van de verkeersmisdrijven (tot 2009 meer dan 20 procent van alle vonnissen), de eenvoudige diefstallen en de gewone mishandelingen (samen nog eens 25 procent van de vonnissen) zijn toch gewoon koekjes. Dit zijn de blindedarmoperaties van het strafrechtelijk bedrijf. Men wil mij toch niet wijsmaken dat er massa’s complexe zaken schuilgaan achter al die schuldigverklaringen – meer dan 75 procent – waarbij (zelfs) geen voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd? Van de ruim 90.000 vonnissen met strafoplegging in 2011 werd er 28.000 keer alleen een (deels) onvoorwaardelijke geldboete opgelegd, waarvan het onvoorwaardelijke deel in meer dan 80 procent van de gevallen onder de zeshonderd euro bleef; ruim 30.000 vonnissen met alleen een taakstraf, waarvan 12 procent geheel voorwaardelijk en voor zover (deels) onvoorwaardelijk de helft korter dan veertig uur. Natuurlijk weet ik dat zaken met kleine straffen procedureel complex kunnen zijn, maar in de regel niet.

Even verderop komt Corstens te spreken over de vraag hoe al die doorbuffelende rechters erin zijn geslaagd die zaaksaantallen te verstouwen. Het antwoord is eenvoudig: dat hebben ze niet. Sinds 2005 is het aantal strafvonnissen met een kwart gedaald en zijn de doorlooptijden met eenvijfde gestegen.

Het is mooi als de Hoge Raad klagende rechters een hart onder de riem wil steken, maar laten ze dat wel doen op basis van de feiten.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

  1. 1

    Ik zie geen punt 4 in het manifest staan.
    En ik ben niet in het bezit van de papieren versie van de NRC.
    Daarom verklaar ik deze zaak niet ontvankelijk.
    Maar wel lekker rancuneus stukje van bad boy Dato, the captain of industry.

  2. 2

    Er is inderdaad niet echt een punt 4, maar eigenlijk een punt 3b.

    Dato Steenhuis heeft gelijk als hij stelt dat Geert Corstens geen cijfers geeft. Dato geeft ze wel, dat ze kennelijk uit het niets komen (ik zie geen bronvermelding, ook niet op de site van de Ivoren Toga) is dan weer jammer, het valt dus niet te controleren.

    Ongeacht de onverifieerbaarheid van de cijfers, kan de discussie gevoerd worden als zouden die cijfers er zijn en kloppen.

    Op de eerste 2 punten gaat Corstens inderdaad niet in, vermeende motieven laat ik buiten beschouwing. Hij zegt wel dat de (dus alle?) punten serieus te nemen.

    Ik luister toch eerder na Geert Corstens en de zeven raadsheren, dan naar Dato Steenhuis. Ook als de getallen die Dato noemt, kloppen.

    Het geld: rechters moeten betaald worden. In zijn brief, geeft Corstens toe: het aantal zaken per rechter is niet toegenomen, de zwaarte van de rechtszaken wel. Ze moeten meer doen in minder tijd. Dat de doorlooptijd van de zaken, zoals Dato beweert, daardoor omhoog gaan, en de uitgesproken vonnissen omlaag, past dan ook precies in de wet Little: per ‘actie’ is meer tijd nodig, daardoor worden er in dezelfde tijd minder vonnissen uitgesproken. Er zat kennelijk nog wat ‘rek’ in: het aantal vonnissen is met een kwart gedaald, maar de doorlooptijd is ‘slechts’ met 20% gestegen (men zou 33% verwachten). De rechters zitten dus al in 13% overdrive. Dato geeft. In de economie is het bekend dat mensen iets harder willen werken voor wat meer geld, maar ook dat heeft een bovengrens en de werknemer (om de rechter maar tot een werknemer te reduceren) kan dat niet lang volhouden. Rechters krijgen dus niet meer betaald, moeten meer doen en zitten dus al op het eind van hun latijn. Het is dan een goede vraag waar dat 70% extra geld aan wordt besteed. Helaas gaat Dato hier niet op in.

    Dan de zinsnede ‘zoals je vindt dat je het zou moeten doen.’ Dato vindt dat ze die vrijheid niet (meer) hebben. Vervolgens haalt hij enkele voorbeelden aan, die toch, op enige manier, de onafhankelijkheid van de rechter aantasten. Er wordt geïnsinueerd dat die aantastingen zich geenszins op het politieke vlak bevinden. Geert Corstens gaat ook hier op in: “Prikkels zouden bestaan om af te zien van het horen
    van getuigen, niet omdat het niet nodig is, maar omdat
    anders de kwantitatieve doelstellingen niet worden gehaald.” In mijn woorden: Barbertje moet hangen, vooral omdat het duurder zou zijn om hem op andere manier te berechten. Het mag duidelijk zijn dat er twee dingen mis zijn met deze situatie. Ik denk dat het wel degelijk een politiek standpunt is om uit kostenoogpunt processen in te korten. (En welke politieke stroming had ook al weer een bezuinigingsfetisjsisme?) Volgens mij verwijt Steenhuis de rechters ook te veel belangstelling te hebben voor zichzelf, en niet voor de samenleving. Dat lijkt me een kwalijke bewering.

    Over de voorbeelden:

    Weerstand tegen standaardisering van de formulieren in verband met automatisering. Ideetje: misschien is automatisering niet een deel van de oplossing van die 70%, maar een oorzaak, ooit aan gedacht?

    De raadsheer die thuis wou werken: naar ik begrijp is hem een kamer toegewezen en heeft hij er zelf niet om gevraagd. Misschien werkte hij voorheen altijd uit huis en moet hij nu op kantoor (Paleis van Justitie) werken. Kennelijk weegt het voor Steenhuis zwaarder dat hij de regels volgt, in plaats van het werk dat verzet wordt. En om maar geldgeoriënteerd bezig te blijven, vraag ik me overigens af wat meer kost: de 19 ct/kilometer voor de rechter en de ‘verloren reistijd’ die hij anders thuis had bestaan aan het inlezen, of de kosten van het opsturen van de betreffende stukken.

    Misschien is het niet zo slecht om het recht als bedrijf, of zelfs lopende-bandwerk, te zien, maar dan kijkt Steenhuis er op de verkeerde manier naar. Als hij het pamflet en de brief van Corstens ziet als uitnodiging om van bedrijfsvoering te veranderen, dan zou hij inzien dat hij een nuttige bijdrage kan leveren. Het invoeren van bottom-up, ja zelfs lean management (en dan de echte soort, niet de managementfad), zou zeer zeker van toepassing zijn. Hierin staan kwaliteit (van de zaken), en de wensen van de klant (de samenleving) voorop. Dit wordt bereikt door juist te luisteren naar de mensen op de ‘werkvloer’ (de rechters) in plaats van de ‘hoge bazen’ (Hoge Raad), daar komen de beste ideeën vandaan.

    In plaats daarvan gooit Steenhuis zijn kont tegen de krib, impliceert dat rechters maar moeten veranderen, want de werkomgeving/het werk mag zeker niet aangepast worden aan de rechters! Ik hoop dat Steenhuis dan op tijd doorheeft dat zijn houding op een impasse uitloopt. De rechters gaan niet veranderen, in een ernstig geval komen er lange wachtrijen voor de rechtszaken en gaat de doorlooptijd zelfs nog verder omhoog omdat er in een rechtszaak de eerste keer (door te hoge werkdruk) fouten zijn gemaakt, die vervolgens in een tweede (onnodige) rechtszaak weer hersteld, of zelfs opnieuw gedaan moeten worden. Steenhuis had zoveel nuttiger kunnen zijn als hij zijn standpunt wijzigde en met zijn cijfers de rechters hielp en daarmee de samenleving.

    Omdat in het artikel niet gelinkt is naar de brief van Corstens, hier alsnog.