OPINIE - De regering wil de integratie bevorderen met een moreel appèl op bepaalde groepen nieuwkomers.
Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken heeft een experiment aangekondigd met een “participatieverklaring” voor immigranten. In een aantal gemeenten zal aan de nieuwkomers gevraagd worden een verklaring te ondertekenen waarin zij gewezen worden op hun rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving. Ondertekening kan niet worden verplicht maar wordt wel gestimuleerd. ‘Met het ondertekenen van een participatieverklaring tonen nieuwkomers hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving en hun bereidheid om daar actief aan bij te dragen,’ schrijft de minister in de Kamerbrief. Hij ziet het als ‘bekrachtiging van een moreel appèl en als een positieve prikkel om nieuwkomers te verleiden tot, en te informeren over, intensieve deelname aan onze maatschappij.’
Een overheid die een moreel appèl doet. roept vragen op over haar taakopvatting. De overheid behoort dienstbaar te zijn aan de samenleving en in de geest van die samenleving te handelen. Maar het morele kompas daarvoor dient volgens mij nog altijd uit de samenleving zelf te komen en niet voorgeschreven te worden door de overheid. Dat is mijn eerste gedachte bij deze maatregel.
Dan de richting waarin dit moreel appèl uitgaat. Uit de plaatsen waar Asscher zijn pilots met de participatieverklaring wil gaan houden komend jaar (daaronder het Westland, Zundert) kun je afleiden dat het hem vooral om een speciale groep nieuwkomers gaat: de arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU die vooral voor seizoensarbeid naar Nederland komen. Roemenen en Bulgaren komen dan bijvoorbeeld al snel in beeld. In zijn Kamerbrief zegt hij het ook expliciet. ‘De participatieverklaring richt zich met name op huwelijks- en gezinsmigranten, vluchtelingen, EU-arbeidsmigranten en migranten uit Turkije en de voormalige Antillen…Kennismigranten behoren niet tot de primaire doelgroep van de participatieverklaring.’ Het gaat de regering dus vooral om een moreel appèl op de onderklasse van de migranten. We zien hier een dubieus product van ouderwets sociaal-democratisch paternalisme en de afkeer van ‘kansarme migranten’ die de VVD in haar program heeft staan. Op de achtergrond speelt de angst voor de PVV. Een politieke mix van motieven die er in de praktijk toe leidt dat een van de waarden die de migranten wordt voorgehouden, en die ze volgens deze verklaring zelfs moeten uitdragen, door de regering zelf met voeten wordt getreden: de gelijkwaardigheid. Asscher discrimineert. Hij maakt een onterecht onderscheid tussen verschillende groepen migranten. Hij breekt in op de gelijkwaardigheid van werknemers in het vrije werknemersverkeer van de EU. En daarbovenop vraagt hij iets van migranten dat hij aan Nederlanders niet vraagt. Is integratie niet een wederkerig proces? Op dit punt lijkt de minister bekeerd tot Wilders’ uitleg van dit inmiddels al zo vaak misbruikte begrip.