‘Blasfemisch gedicht van Nasr’

,
Ramsey Nasr (Foto: Flickr/han Soete)

?Ik heb hem verteld dat eeuwig leven bij God te verkrijgen is. En ik heb hem verteld dat hij eenmaal verantwoording voor dit gedicht zal moeten afleggen bij God.?

Bert Staats (CU-SGP-raadslid) reageert op het gedicht dat Ramsey Nasr voordroeg ter gelegenheid van de opening van ‘Calvijn & Wij’, een tentoonstelling ter ere van de 500ste geboortedag van Calvijn. De Dichter des Vaderlands droeg ten overstaan van onder meer koningin Beatrix een ‘psalm’ op, die de lijdensweg van een calvinist heel geraffineerd verwoordt.

In het gedicht rept Nasr onder meer van een ‘hoopvol monster’ en een ‘boerenknecht’ als hij god bedoelt. Daarover zijn Staats en een paar andere christenen, verbonden aan de CU dan wel SGP, verbolgen. ?Dit is ook voor de koningin kwetsend.? Ze balen ervan dat juist de atheïst Nasr, mag spreken ter gelegenheid van vijfhonderd jaar Calvijn. De woorden van Nasr kwetsen de christenen, naar eigen zeggen.

Hoewel ik het gedicht niet ga analyseren (lees het zelf, het is de moeite waard) verbaas ik me nogal over de woorden waarover de bevindelijke christenen vallen. ‘Hoopvol monster’ en ‘boerenknecht’ zijn termen waar Nasrmee de interne strijd van de vrome christenen onder woorden brengt. Allemaal hebben ze daar steun in nodig, die velen vinden in de bijbel, een boek dat vol vergelijkingen staat. Deze termen zijn onschuldige vergelijkingen die verzuipen in het ontzag dat Nasr in zijn gedicht heeft voor god.

Juist bij deze mensen voel je dat ze onzeker zijn en twijfelen over hun geloof. Ze grijpen keer op keer de laatste strohalm in hun zoektocht naar bevestiging van het feit dat god bestaat. Grotere agnosten dan godsdienstfanaten zijn er niet. Ze snakken naar het ene lichtpuntje dat voor hun het teken is: “Godsallemachtig, hij bestaat!” Omgekeerd slaan ze iedereen bij zich weg, die twijfel bij hen zaait of ze misschien aan het denken zet. “God oordeelt over hen die slecht over de heer spreken.”

Theïsten zijn vaak beschoren met zelfspot en relativeringsvermogen, iets dat bij ‘schreeuwers’ zoals Bert Staats ontbreekt. Voor mij is dát gebrek de indicatie van twijfel in het bestaan van god.

Reacties (2)

#1 Mark

Volgens mij zijn er twee verklaringen die meer voor de hand liggen:

– Staats wil niet dat god in een kwaad daglicht wordt gesteld omdat dat zijn gevoelens kwetst (zoals iemand ook gekwetst kan zijn bij een slechte recensie over zijn favoriete muziek)

– Staats heeft zendingsdrang en wil de goede boodschap niet bezoedeld zien (zoals een fabrikant die bezwaar maakt tegen een slechte recensie van zijn product)

  • Volgende discussie
#2 Lezer

Ik denk dat Staats meer problemen zou hebben met de vergelijking van Mark ‘god als product’ dan ‘god als boerenkrecht’.

  • Vorige discussie