?Babbelen over het vergelijken van denksporten?

Als bridger van laag niveau en nitwit bij de bordspelen ben ik niet de aangewezen persoon om bridge, schaken, dammen en go naar waarde te schatten, daarom wat losse opmerkingen hierover, mijn waardering heeft u in mijn volgorde gezien.
Een fan van go denkt misschien dat de intellectuele uitdaging ervan groter is dan van de andere denksporten omdat het aantal posities het grootst is bij go, daarna komt bridge, dan dammen en als laatste schaken. Bij het spel met de minste mogelijkheden, schaken, zijn veel meer mogelijkheden dan een mens kan overzien.
An intellectual pursuit that most players say is more challenging than chess or bridge, Go has only a few simple rules, which can be learned in half an hour. This game’s complexity rises from the huge number of possibilities for board positions (said to be 10 to the 750th power) and a wealth of recurring situations that can be learned only from repeated play. Het aantal reglementaire stellingen op het schaakbord ligt naar schatting tussen 10 tot de macht 43 en 10 tot de macht 50, en de speltheoretische complexiteit is bij benadering 10 tot de macht 123. Vanuit een ‘gemiddelde’ stelling (middenspel) zijn er dertig tot veertig reglementaire zetten mogelijk, maar het kunnen er ook nul zijn (bij schaakmat of pat) of maar liefst 218.
Boud gesteld zijn mensen te dom om welk van deze vier sporten dan ook volmaakt te spelen. Misschien spelen goede spelers bij bordspelen zo vaak remise tegen elkaar omdat zij wel aan elkaar gewaagd zijn maar niet aan het spel dat zij spelen.
Als elk van deze sporten door de twee (bij bridge acht), beste spelers van de wereld gespeeld wordt zijn bij elke sport weinig mensen die het vertoonde spel naar waarde kunnen schatten, misschien alleen de veertien spelers die immers de besten van de wereld zijn.

De bordspelen zijn bij elke fase van het spel volledig transparant, ieder kan, slechts gewapend met de tamelijk eenvoudige spelregels alle mogelijkheden die er op een bord zijn zien. Op dit transparante slagveld spelen vele mogelijkheden geen rol, omdat de speler ?weet? dat een zet een ondubbelzinnige verzwakking van de positie is (bijvoorbeeld het zonder enige compensatie weggeven van een stuk of steen of ruimte). De andere mogelijkheden zijn talrijk genoeg om te veel onoplosbare moeilijkheden te bieden.

Bridge heeft een charmant aspect dat tijdens het bieden (=via codes de sterkte van een hand zo omschrijven dat de eigen partij zoveel- en de tegenpartij zo weinig mogelijk voordeel boekt) elke speler slechts een kwart van de gegevens ter beschikking heeft (zijn eigen kaarten). Bij het spelen kunnen beide partijen de helft van de gegevens bekijken en moeten met die gegevens en met wat ze interpreteren uit de bieding en weten uit de voortgang van het spel een zo profijtelijk mogelijk resultaat zien te boeken. Soms is de werkelijkheid bij het spelen van de voorlaatste kaart nog steeds niet duidelijk. Na afloop van het spel zijn alle gegevens pas bekend.
De transparantie is bij bridge pas na het spel aanwezig, bij de bordspelen voortdurend, maar door de talloze mogelijkheden kun je met even veel recht zeggen dat er van transparantie geen sprake is. De aloude ?mysterieuze krachten in de sport? spelen bij elke denksport een ingewikkelde rol, waardoor spelers soms objectief verkeerde beslissingen nemen, maar toch door hun tegenstander niet afgestraft worden.
Spellen die door mensen volmaakt gespeeld kunnen worden, zoals boter, kaas en eieren, zijn transparant en altijd volmaakt oplosbaar, misschien zelfs elegant, maar mensen missen hierbij de charme en de uitdaging van de spellen die te moeilijk voor hen zijn.
Het beschrijven van de schoonheid van een spel en het enthousiast maken van hun lezers lukt sommige schrijvers wel. Het abstractieniveau van de bordspelen, als partijen bijv. in een krant besproken worden, is veel te hoog voor mij. Toch lees ik graag bijvoorbeeld Sijbrands over dammen en Ree over schaken. Hoewel ik van beiden de ?algebra? in hun teksten kan volgen begrijp ik, ook als ik het naspeel op een bord, van dammen en schaken net zoveel als een mier van de formules van glucose en fructose: ik waardeer de sporten als een mier de suikers.

De superioriteit van het bridgespel is elke verstandige speler duidelijk: een bridgespel duurt ongeveer 8 minuten, als je in het eerste spel een ernstige, kostbare fout hebt gemaakt krijg je daarna nog 27 spellen om dit goed te maken. Bij de bordspelen is een ernstige stommiteit in elke fase van de strijd fataal: een hele avond weggegooid.

  1. 1

    “superioriteit van het bridgespel is elke verstandige speler duidelijk”

    Oew! Flame alert!

    Ik denk niet dat hoelang een bridgespel duurt bepalend is voor de superioriteit. Je kan bij schaak opgeven en meteen nog een potje spelen.

  2. 2

    Als je competitie speelt is je wedstrijd achter de rug zodra je je potje opgeeft. Je teamgenoten zijn niet geïnteresseerd in je tweede potje, die vinden je de sukkel die al binnen een kwartier verloren had.

  3. 4

    Aardig concept superioriteit.

    En voetballen dan. daar moet je ook denken. Het aantal posities is aanzienlijk groter dan bij go. Sterker nog, de houding doet er ook nog toe allemaal subjectieve informatie die zo snel mogelijk moet worden verwerkt en een in real-time veranderende omgeving met afleidende geluid op de achtergrond. Ter complicatie: de regels zijn niet zo eenvoudig maar het doel wel. Maar behalve deze enorme denkkracht die nodig is moet je die kunnen combineren met een fysieke prestatie (multitasken). De uidaging van dit spel is zelfs zo zwaar dat men het heeft moeten beperken tot 90minuten en gaat t mis met t team. Dan is niet alleen je avond naar de klote nee het hele jaar of zelfs vele levens in dat jaar. Aai, de prestatie druk! Da’s superieur. Petje af, ik wordt er al moe van als ik eraan denk.

  4. 5

    Onder het motto “Mijn appel is beter dan jouw peer” wil ik toch nogmaals de zaak van Go verdedigen :)

    Met name je laatste opmerking, dat 1 fout de hele partij verpest, gaat niet op voor go. Dat is nu juist een van de aantrekkelijke kanten van het spel (voor mij dan toch). Er vinden overal op het bord kleine onafhankelijke gevechten plaats, die naarmate het spel vordert langzaam wel elkaar gaan beinvloeden. Maar zeker in het begin geldt dat ook als je een van die lokale gevechten verliest, je nog ruim de tijd hebt om te compenseren door een ander lokaal gevecht wel te winnen. Daarnaast kan het ook zijn dat een lokaal gevecht dat eigenlijk verloren staat door de invloed van een ander lokaal gevecht (dat zich uitbreidt) plotseling weer mogelijkheden heeft.

    Overigens heb je natuurlijk wel gelijk dat de complexiteit qua hoeveelheid zetmogelijkheden er voor mensen weinig toe doet (zowel schaken, dammen, bridge als go zijn te complex voor mensen om door te rekenen).