Europese verkiezingsregulering: het papier en de praktijk
Sinds 10 oktober 2025 is de Europese Transparantieverordening van kracht. Deze verordening legt strenge vereisten op aan de verspreiding van politieke reclame. Zo worden online platforms verplicht om politieke advertenties in een centraal Europees register te plaatsen, waarbij de advertenties vergezeld moeten gaan van een ‘transparantieverklaring’ met gedetailleerde informatie over de advertentie. Daarnaast gelden strenge eisen voor gegevensverwerking ten behoeve van microtargeting, dat wil zeggen het gericht benaderen van specifieke groepen kiezers.
De eerste gevolgen van deze regels waren al bekend voordat zij überhaupt in werking traden: Meta en Google gaven aan de nieuwe regels zo complex en onduidelijk te vinden dat zij besloten om helemaal te stoppen met het verspreiden van politieke advertenties. Van complexiteit en onduidelijkheid is inderdaad sprake, bijvoorbeeld waar het gaat om de vraag of een advertentie aangemerkt moet worden als politieke advertentie (en dus binnen de reikwijdte van de verordening valt). Het risico van de beslissing om geen politieke advertenties meer te verspreiden, is echter dat politieke actoren hun boodschappen ‘vermommen’ als politiek neutrale content om toch gepubliceerd te kunnen worden. De praktijk heeft bovendien uitgewezen dat de algoritmes van sociale media met influencercampagnes en nepaccounts zo te bespelen zijn dat zulke boodschappen een groot publiek bereiken – met vorig jaar in Roemenië zelfs ongeldig verklaarde verkiezingen als gevolg. De onzichtbare politieke beïnvloeding waartegen de EU met de Transparantieverordening ten strijde trekt, behoort dus allerminst tot het verleden.