W.F. Hermans was een slecht filosoof. Nou en?
RECENSIE - Ik ben oud genoeg om even ‘oei!’ te denken als ik lees dat iemand beweert dat Willem Frederik Hermans iets ‘volstrekt verkeerd begrepen’ heeft. Als de meester het maar niet hoort! Tot ik besef dat de meester natuurlijk al enige tijd dood is en dat hij de schrijver van zulke krasse woorden niets meer kan maken.
Met een gerust hard kunnen we dus het mooie essay lezen dat de Oostenrijkse neerlandicus, typograaf en filosoof Rainer Erich Scheichelbauer onlangs publiceerde met de eenvoudige titel Willem Frederik Hermans als filosoof. Er blijft in dat boekje niet veel over van de schrijver als denker. Hij blijkt te hooi en te gras bij een aantal wijsgeren wat ideeën te hebben opgedaan zonder ze echt goed begrepen te hebben en zonder dat de samenvoeging van die ideeën een coherent geheel opleverde.
Rotsvast geloof
Scheichelbauer heeft de 88 pagina’s van zijn essay echt nodig om zijn betoog te ontvouwen – hij verspilt geen woord –, maar ik zal de kern in mijn eigen woorden samen te vatten. (Ik ben niet bang voor Hermans meer, maar na lezing van dit strenge betoog wel voor Scheichelbauer.) Aan zijn puberale lectuur van Nietzsche ontleende Hermans het idee dat de wereld een chaos is, waarin eigenlijk geen echte categorieën bestaan, omdat alles voortdurend verandert en in elkaar overloopt. Iedere poging om daar orde in aan te brengen is eigenlijk gedoemd.

Aan het eind van het boekje vat hij een en ander samen in elf handige tips: “Vergeef de ander; vergeef jezelf; feliciteer jezelf” bijvoorbeeld, of “Probeer niemand te veranderen, ook jezelf niet”. Hij leeft ook naar zijn eigen adviezen, en heeft het daarmee behoorlijk goed voor elkaar. Geen gekrabbel op marginale weblogs, maar internationale bestsellers. Een gezonde relatie met zijn vrouw, twee succesvolle volwassen zonen. Niet de neiging om allerlei boeken te moeten lezen die verder niemand leest, maar de neiging om zijn kleinkinderen vol te stoppen met ordinair snoep dat ze van hun moeder niet mogen eten.