Nederland steunde Filippijnse regime in intern politiek conflict
Na de aanslagen van 9/11, nu tien jaar geleden, vaardigden de VS en hun bondgenoten in rap tempo allerlei wetten uit die het opsporen en veroordelen van terroristen moesten vergemakkelijken. Een van deze wetten had tot doel terroristen af te snijden van hun banktegoeden. In de VS en later in Europa werd een lijst aangelegd van personen en organisaties van wie het banktegoed bevroren werd. Financiële hulp aan hen was verboden. Omdat alles wat met terrorismebestrijding te maken had met grote geheimzinnigheid was omgeven is het nooit bekend geworden hoe deze lijsten zijn samengesteld. Ook was het lange tijd onmogelijk om tegen deze maatregelen in beroep te gaan.
De enige Nederlandse ingezetene die op de Europese zwarte lijst heeft gestaan was José Maria Sison, een sinds 1987 in Utrecht in ballingschap levende leider van de Filippijnse communistische partij. Na een jarenlange juridische strijd is zijn naam in 2010 van de lijst geschrapt. Nu kan uit documenten die onthuld zijn door Wikileaks opgemaakt worden dat Nederland in nauw overleg met de Filippijnse regering Sison vele jaren actief heeft tegengewerkt. De EU voerde de terroristenlijst in 2002 overhaast in na vergelijkbare maatregelen van de VS en de VN. Het politieke klimaat was gunstig voor een harde aanpak. Dat bood regeringen van bepaalde landen ook een goede gelegenheid voor het onschadelijk maken van politieke tegenstanders. Zoals de Koerdische partijen in Turkije. En de communistische rebellen in de Filipijnen.
José Maria Sison is sinds de jaren negentig als adviseur betrokken bij onderhandelingen met de Filippijnse regering. Hij werd volgens zijn advocaat Jan Fermon in 2002 eerst in de VS als terrorist op de zwarte lijst geplaatst, direct na een bezoek van Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell aan de Filipijnen. Een dag later volgde in Nederland en toen werd meteen zijn privé-rekening geblokkeerd. Korte tijd later kwam hij op verzoek van Nederland op de zwarte lijst van de EU. Een jaar later verklaarde de Filipijnse minister van Buitenlandse Zaken openlijk waar het eigenlijk om te doen was.






