Trumps Board of Peace is wat er gebeurt wanneer zelfoverschatting een kindje met zichzelf probeert te krijgen. Het handvest (hier te vinden) van de nieuwe organisatie leest niet als een vredesinitiatief, maar vooral als een handleiding voor persoonsverheerlijking. Vrede, zo lezen we, vraagt geen instituties, geen checks, geen tegenspraak. Vrede vraagt één man. En die man heet Donald J. Trump.
En hij heeft een rol, nou ja, één? Hij is voorzitter, scheidsrechter, poortwachter en eindstation tegelijk. Geen tijdelijk ambt dat hem overstijgt, geen functie die zonder hem bestaat, maar een positie die zo is ontworpen dat de organisatie wel om hem heen moet draaien. Zijn naam staat vastgeschroefd in de tekst alsof vrede persoonsgebonden is en zijn rol is overdraagbaar via aanwijzing. Internationale organisaties horen mensen te overleven. Deze organisatie heeft moeite met ademhalen zodra Trump zijn pen neerlegt. Dat is geen bestuur, dat is een eenmansshow met met een reglement dat applaus afdwingt.
De raad mag stemmen, vergaderen, praten. Maar daarna beslist Trump en daarvoor ook. De voorzitter keurt besluiten goed, interpreteert ze, herziet ze en ontbindt het hele circus wanneer hij daar zin in heeft. Opvolging regelt hij zelf. Dat heet in andere contexten absolute macht, hier heet het pragmatisme. Bureaucratie is slecht, dus vervangen we haar door willekeur. Een nieuw soort monarchie.