Wilders, dreiging en de prijs van afwezigheid
Er is altijd iets met Geert Wilders en debat. Of beter: het ontbreken ervan. Nieuw is dat nu zichtbaar wordt hoe dat tot stand komt. Uit gelekte berichten blijkt dat er actief gezocht werd naar een reden om onder debatten uit te komen. Die reden kreeg een vertrouwde vorm: dreiging.
Laat helder zijn: die dreiging is reëel, of nou ja, daar gaan we maar vanuit. In ieder geval, Wilders leeft al jaren onder zware beveiliging. Dat vraagt om aanpassingen en beperkingen. Alleen blijkt nu dat diezelfde dreiging ook wordt ingezet als politiek instrument. Niet zuiver als bescherming, ook als excuus. En opeens gaat het niet meer alleen over veiligheid, maar gaat het ook over de keuze ‘veiligheid’ strategisch in te zetten om debat te vermijden.
En die keuze heeft een prijs. Want wie herhaaldelijk onterecht naar dreiging verwijst om afwezigheid te rechtvaardigen, tast zijn eigen geloofwaardigheid aan. Een soort van ‘boy cries wolf’: het gevaar bestaat echt, alleen wordt het zo vaak en zo selectief ingezet dat het onderscheid tussen noodzaak en opportunisme vervaagt. Velen vermoedden het al, en voor het eerst is dat nu concreet zichtbaar.
Dat maakt het extra problematisch. Want die beveiliging hoort het democratisch proces te beschermen. Hier wordt die beveiliging onderdeel van het politieke spel. Een middel om controle te ontwijken in plaats van mogelijk te maken, en daarmee juist het democratische proces te frustreren in plaats van te beschermen.