Het Indonesische leger heeft op West-Papoea, het voormalige Nederlands Nieuw Guinea, een klopjacht geopend op leden van het West-Papoea Nationaal Bevrijdingsleger die zondag vijf wegenbouwvakkers hebben gedood. Volgens het Bevrijdingsleger werkten ze voor de Indonesische inlichtingendienst. In juli werd een Amerikaanse piloot in de hooglanden van West-Papoea gedood. Hij zou betrokken geweest zijn bij het transport van militairen naar het gebied waar de opstandelingen opereren. Eerder dit jaar werden acht mensen gedood, volgens Indonesië burgers op zoek naar goud, volgens het Bevrijdingsleger undercover medewerkers van het Indonesische leger. Volgens Paula Makabory van de overkoepelende United Liberation Movement for West Papua is van de kant van Indonesië sprake van een toename van buitengerechtelijke executies en het gebruik van drones en landmijnen in burgergebieden. Met vertegenwoordigers van andere bewegingen in de Pacific riep zij op tot onderzoek van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten. Indonesië heeft tot nu toe een bezoek van de Hoge Commissaris afgehouden.
Human Right Watch (HRW) rapporteerde dit voorjaar over een escalatie van het conflict. ‘Militairen dringen door tot in afgelegen gebieden en vestigen militaire buitenposten in dorpen van de inheemse bevolking om controle over deze afgelegen regio’s te verkrijgen. Militaire operaties in deze gebieden worden gekenmerkt door het gebruik van antipersoneelsmijnen of boobytraps en door technologieën voor luchtoorlogvoering, waaronder bewapende drones en gevechtsvliegtuigen. De grootschalige structurele uitbreiding van de Indonesische strijdkrachten (TNI) onder het bewind van president Prabowo Subianto heeft nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor systematische landroof in Merauke, Biak-Numfor, Intan Jaya en andere geografische gebieden die van economisch belang zijn.’
Indonesië wil met alle geweld profiteren van de grote rijkdom aan grondstoffen in West-Papoea zoals goud, koper, nikkel, gas en palmolie. Dat gaat echter gepaard met omvangrijke milieuschade en schending van de rechten van de inheemse bevolking. Het Britse Global Legal Action Network (GLAN) heeft de aandacht gevraagd voor de Grasberg-mijn van het Indonesisch-Amerikaanse bedrijf Freeport, een van de grootste goud- en kopermijnen ter wereld. ‘Elke dag opnieuw worden honderdduizenden tonnen mijnafval (zogeheten ’tailings’) in de lokale riviersystemen van de Ajkwa geloosd. Dit verwoest het voorouderlijk land en de levenswijze van inheemse gemeenschappen, zoals de Amungme en de Kamoro. Essentiële waterbronnen raken vervuild met zware metalen en gevaarlijk mijnafval, wat ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid van de afhankelijke gemeenschappen en bovendien het kwetsbare aquatische ecosysteem en de bestaansmiddelen vernietigt.’ GLAN heeft de London Metal Exchange aangeklaagd vanwege de handel in koper uit deze mijn. Het gaat hier om metaal dat voortkomt uit overtredingen van de Britse milieuwetten en daarom is hier sprake van witwassen, redeneert GLAN.
In het zuiden van West Papua wordt het grootste ontbossingsproject ter wereld uitgevoerd. 2,5 miljoen hectare tropisch regenwoud, savanne en moerasgebieden dreigt te verdwijnen voor industriële plantages voor rijst, palmolie en bio-ethanol. Dat gaat niet alleen ten koste van het natuurlijk milieu en de biodiversiteit, maar ook ten koste van de gemeenschappen die daar eeuwenlang gewoond hebben en nu in hun bestaan worden bedreigd. Letterlijk ook. ‘Elke bulldozer wordt vergezeld door soldaten met halfautomatische wapens’, zegt een van onderzoekers van HRW. Journalisten en activisten die zich hierover uitspreken lopen het gevaar van arrestatie en mishandeling. In het dorp Wanam, waar de graafmachines het eerst begonnen, is de vis al verdwenen uit het moeras, vertellen bewoners aan journalisten „Eerst werden we opgeschrikt door helikopters, toen kwamen onderzoekers met buisjes de grond testen en nu zijn de graafmachines gearriveerd”, zegt een pastoor. En met de graafmachines kwamen Indonesische troepen. „De militairen jagen de mensen angst aan”, vertelt dorpshoofd Kamilus Kahol uit het naburige Uliuli.
De Indonesische kolonisator heeft sinds december meer dan 100.000 mensen onder dwang laten verhuizen om de nodige ruimte te krijgen voor allerlei projecten en opstanden de kop in te drukken. Vanuit andere delen van het land worden Indonesiërs geronseld om in West-Papoea te gaan werken. Vooral in de ordehandhaving. Het Project Multatuli (sic!) telde in 2025 meer dan 83.000 Indonesische militairen en politieagenten in West-Papoea. Dat is één militair op elke 103 en één politieagent op elke 219 Papoea’s.
Als voormalige kolonisator heeft Nederland nauwe banden met de nieuwe koloniale machthebbers. Die banden zorgen ervoor dat West-Papoea in Den Haag vaak wordt weggemoffeld als een „gevoelig onderwerp”. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het verbod op de vlag van West-Papoea, ‘de Morgenster’, tijdens Veteranendag. Die vlag droegen Nieuw-Guinea-veteranen eerst steevast tijdens het defilé, tot het werd verboden in 2014, schreven Astrid Cornelisse en Julia Jouwe onlangs in een opiniestuk in de NRC. Ze reageerden op een eerdere oproep in de krant om in Indonesië te investeren. ‘Omdat West-Papoea formeel onder Indonesië valt, is het voor Nederlandse bedrijven nauwelijks vast te stellen wanneer hun investeringen bijdragen aan uitbuiting of mensenrechtenschendingen in het gebied.’ Of aan de verwoesting van het milieu en de ontbossing die terugdringen van de CO2-uitstoot bemoeilijkt. Nederland mag de gewelddadige kolonisatie van West-Papoea niet negeren. ‘Want een debat over Indonesië’s positie in de wereld is pas geloofwaardig wanneer West-Papoea onderdeel van het verhaal wordt.’