We zijn nu eenmaal niet allemaal Jan Modaal

Volgens Marcel Ham en Jelle van der Meer is een categorie als ‘Turk’ achterhaald. In beleid moeten we daarom niet meer onderscheiden naar etniciteit. Maar de etnische achtergrond doet er, net als leeftijd en sekse, op terreinen als gezondheid wel degelijk toe, denken Hanneke Felten en Ilhan Tekir.

De auteurs van De etnische bril hebben gelijk dat een categorie als ‘allochtoon’, ‘jongeren’ of ‘vrouwen’ inderdaad weinig specifiek is en nietszeggend. Ook hebben ze gelijk dat een categorie als ‘allochtoon’ behoorlijk stigmatiserend is. Maar tot onze verbazing vinden de auteurs vervolgens de categorie ‘Turks’ of ‘Marokkaans’ ook niet goed; dit terwijl velen die identiteiten juist wel met trots dragen. Een groot deel van de Nederlanders met een Turkse achtergrond ervaart hun Turkse achtergrond als een essentieel onderdeel van hun identiteit en dit bepaalt mede hoe zij omgaan met relaties, gezinsleven, gezondheid, werk en andere belangrijke levenszaken.

Uiteraard spelen tegelijkertijd andere identiteiten mee zoals sekse, opleidingsniveau, religie, handicap, seksuele voorkeur. Maar wanneer er nieuw beleid of een nieuw project ontwikkeld wordt, wordt vaak geen rekening gehouden met deze verschillen tussen mensen. Er wordt ingestoken op de grootste groep burgers: ‘de gemiddelde burger’ ofwel ‘Jan modaal’. Dat betekent dat voor mensen uit minderheidsgroepen dit beleid niet toereikend is: het sluit niet (voldoende) aan.

Obesitas komt meer voor onder kinderen van Turkse afkomst
Een voorbeeld: obesitas komt meer voor onder kinderen van Turkse afkomst. Dat heeft onder andere te maken met de sociaaleconomische positie van gezinnen en het opleidingsniveau, maar ook met de cultuur van vele heerlijke – maar calorierijke – warme maaltijden. Wanneer je voorlichting over gezonde voeding vervolgens inhoudelijk afstemt op de gemiddelde Nederlandse maaltijd en op plekken aanbiedt waar alleen Nederlanders komen, zal dit beleid niet ten goede komen aan een bepaald deel van de kinderen van Turkse afkomst.

Dat generiek beleid niet aansluit bij mensen uit minderheidsgroepen geldt overigens niet alleen voor mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Het geldt ook voor andere minderheidsgroepen zoals mensen met een handicap of lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, religieuze groepen, ouderen of jongeren. Beleid dat gericht is op het voorkomen van huiselijk geweld in relaties is bijvoorbeeld onbewust vaak afgestemd op heteroseksuelen en sluit minder goed aan bij homo- en biseksuelen.

Er is maatwerk nodig
Het zou prachtig zijn, een utopie, wanneer er geen doelgroepenbeleid meer nodig is omdat we in iedere vorm van beleid uitgaan van diversiteit en daarmee rekening houden met de verschillen tussen mensen in onder andere etniciteit, cultuur, sekse, handicap, leeftijd, opleidingsniveau, sociaaleconomische situatie, seksuele voorkeur en religie. Maar dat is een zeer complexe klus en voorlopig een luchtkasteel. Tot dat moment moeten we blijven roeien met de riemen die we hebben en apart beleid en/of projecten blijven ontwikkelen om te voorkomen dat bepaalde groepen burgers op achterstand raken of dat die achterstand nog groter wordt. Dat is niets anders dan maatwerk.

Hanneke Felten is projectleider bij het team Participatie van MOVISIE, kennis en aanpak van sociale vraagstukken. www.movisie.nl. Ilhan Tekir is gemeenteraadlid (GroenLinks) in de gemeente Gorinchem.

Foto: Jens-Olaf Walter

  1. 2

    Komt obesitas vaker voor bij kinderen met een Turkse afkomst dan bij kinderen van Marokkaanse afkomst? Komt obesitas even vaak voor bij kinderen in Turkije? Ligt het echt aan de traditionele Turkse maaltijden of misschien toch aan de goedkope koekjes, zakken chips en liters cola uit the Lidl en de Aldi? Ik ben bang dat dit juist weer een geval is van onnodig etnisch labelen.