Waar wonen de grillige kiezers?

DATA - Kiezers zijn niet trouw, maar in sommige gemeenten lijken ze ontrouwer dan in andere. Waar wonen de meest grillige stemmers? En waar is als partij veel te winnen en te verliezen?

Dit wordt een vreemd verhaal. We kunnen de hierboven gestelde vragen namelijk (nog) niet beantwoorden. We hebben prachtige data, we  hebben prima analyses en we hebben een trend gevonden. Maar wat zegt deze trend? Dat levert ons dermate veel hoofdbrekens op, dat we uw hulp inroepen. Bij deze.

Wat is er aan de hand?

Het lijkt erop dat de zuidelijke gemeenten – Brabant, Limburg –  grilliger kiesgedrag vertonen dan de noordelijke en oostelijke gemeenten. Grillig betekent in dit verhaal dat partijen veel kiezers winnen en verliezen in het zuiden dan in het noorden. Een grillige kiezer is niet per se een zwevende kiezer: een grillige kiezer kan immers heel doelbewust stemmen.

Dit is een hypothese met een belangrijke implicatie. Als het klopt, zou je kunnen concluderen dat partijen hun campagnestrategie meer op het zuiden moeten richten: mogelijk winst en verlies zijn daar namelijk groter. Zie onderstaande kaart die de mate van ‘grilligheid’ aangeeft. Daarom spreken we op onze burelen van ‘swing-gemeenten’. 

Het genoemde cijfer is het gemiddelde van verloren en gewonnen stemmen van alle partijen per gemeente over vijf Tweede Kamerverkiezingen. Hoe hoger het cijfer, hoe meer verlies en winst heeft plaatsgevonden tussen 1994-2010.

Onze analyse laat zien dat de grilligheid in het zuiden wordt veroorzaakt door de teloorgang van het CDA. Daarmee is een grote groep kiezers op drift geraakt die dan weer massaal op de ene partij (PVV), dan weer op de andere (VVD/SP) stemde. Zie het als een kei die golven veroorzaakt in de vijver.

Wat is nu het probleem?

We weten niet zeker of deze analyse klopt en daarom hebben we uw hulp nodig. Allereerst daarom een korte uitleg over wat we precies hebben gedaan. Dit is vrij technisch, maar dat kunt u vast wel aan.

We hebben per Tweede Kamerverkiezing de winst en het verlies per gemeente becijferd, op drie manieren: 1) het absolute aantal stemmen, 2) relatieve winst en verlies, 3) winst en verlies in procentpunten.

Dat laatste is belangrijk om gemeenten met elkaar te kunnen vergelijken. Stel het CDA verliest in Rotterdam en in Roermond de helft van het aantal zetels. Als je dat alleen relatief bekijkt, komen ze beide op een verlies van 50 procent. Maar omdat het CDA in Roermond veel groter is – en verlies dus meer impact heeft, moet je in procentpunt rekenen.  Overigens hebben we rekening gehouden met gemeentelijke herindelingen.

De analyse vindt daarnaast plaats op het niveau van de partijen en niet op het niveau van het electoraat. We kunnen bijvoorbeeld niet zien als twee partijen onderling kiezers hebben uitgewisseld, bijvoorbeeld dat SP 300 kiezers van de PvdA heeft gekregen en de PvdA 290 kiezers erbij heeft die de vorige keer SP stemden. Het zou dus kunnen dat kiezers in het noorden net zo grillig zijn, maar dat de partijen daar minder van merken.

De analyse loopt mogelijk mank op twee zaken.

Ten eerste de juistheid van de berekening. Kunnen we winst en verlies in procentpunten gebruiken, uitgesplitst naar gemeente en partij over alle jaren heen? Wij denken van wel. Een door ons geraadpleegde politicoloog denkt van niet, of denkt dat het voor een goede duiding niet genoeg is. Tijd voor een beursaanvraag, aantrekken van een promovendus, etc. hebben we niet. En zin al helemaal niet. We zijn geen wetenschappers, maar zien wel een trend als die voor ons ligt. Wat moet erbij?

Ten tweede wat – als we inderdaad gelijk hebben –  ligt ten oorzaak aan die grilligheid? We hebben ook een analyse gemaakt zonder PVV, dus van oudere verkiezingen. Daar komt dit grillige effect ook in terug, maar iets minder sterk. De opkomst van de PVV maakt dus wel verschil, maar is niet de hoofdoorzaak.

Onze hypothese is dus dat de middenpartijen en dan met name het CDA hun kiezers zijn kwijtgeraakt. Dat electoraat veroorzaakt nu ‘wilde rimpelingen’. Het CDA is dus de steen. Of ligt het aan meer middenpartijen?

Of, en laten we eens gek doen, zien we een heel ander effect?

Goed, we komen er dus niet helemaal uit. Hierbij de data (excel). Neemt gerust een kijkje en deel uw bevindingen.

Met dank aan de volgende datacrunchers: Jasper Soetendal, Erik Hoogeboom en Rolf Hut.

  1. 1

    Is de opkomst van lokale partijen ook bekeken? En volgens mij is niet alleen de PVV, maar zijn ook Leefbaar (veel lokale partijen) en de LPF van belang voor het op drift raken van kiezers.

  2. 3

    In zijn ‘Bakfietsen en rolluiken’ uit 2010 (http://wetenschappelijkbureau.groenlinks.nl/node/46200) doet de politiek geograaf Josse de Voogd als ik het me goed herinner een soortgelijke observatie. Hij relateert dat niet zozeer aan het CDA (dat was vroeger ook in andere regio’s groot), maar aan de KVP. Het zuiden/zuidoosten is in die visie een gebied zonder duidelijke politieke traditie, behalve stemmen op wat meneer pastoor zegt. Het verdwijnen van meneer pastoor is dan de steen in de vijver – het zou interessant zijn om te zien of er een correlatie is tussen ontkerkelijking in een gebied en dit soort wilde politieke bewegingen.

  3. 6

    Het lijkt me duidelijk inderdaad dat het CDA zijn katholieke volksdeel is kwijtgeraakt. Wat dat betreft waren de laatste jaren wel vreemd, daar het CDA juist door katholieken werd gestuurd. Een soort laatste der mohikanen dus.
    We gaan de analyse herhalen na de verkiezingen en het zal mij niet verbazen dat de oostelijke en noordelijke gemeenten ook een wat sterkere verschuiving laten zien: mede ingegeven door CDA.

  4. 9

    Zeker, het gaat over 2e Kamerverkiezingen, maar ik bedoel: is het op drift raken sterker geworden na de opkomst van lokalen? Je kunt bijvoorbeeld kijken naar gemeenten waar lokalen fors hebben gewonnen en dan kijken of dat ook swinggemeenten zijn.

  5. 11

    Partijen moeten niet weten waar het gezweef het grootst is maar welk gezweef groot genoeg is om te kunnen beinvloeden.

    Zoals je al schrijft weet je niet waarom kiezers op een andere partij gaan stemmen en is onderlinge uitwisseling zelfs onzichtbaar. Daarom moet je er rekening mee houden dat een bepaald percentage gezweef onkenbaar, onverklaarbaar en daarmee onbeïnvloedbaar is. Een soort basis achtergrondruis, een minimumpercentage wat je van alle zwevingen zou moeten aftrekken.

    Ik weet niet hoe je dat minimum vast zou kunnen stellen. Misschien het gebied met het laagste zweefgetal vinden? Dat gebied moet dan wel representatief zijn voor Nederland, de huidige verdeling in gemeenten lijkt me daarvoor te klein.

  6. 12

    Onze analyse laat zien dat de grilligheid in het zuiden wordt veroorzaakt door de teloorgang van het CDA.

    Een door ons geraadpleegde politicoloog denkt van niet, of denkt dat het voor een goede duiding niet genoeg is.

    Boeiend artikel en jammer dat er zo weinig respons op is. Aan de andere kant: jullie analyse is wat dunnetjes. Je kunt niet zo maar twee verschijnselen aan elkaar koppelen.
    Misschien is verschijnsel 1 wel het gevolg van verschijnsel 2 en niet andersom. Of misschien hebben ze wel gemeenschappelijke oorzaken maar staan ze naast elkaar. Zonder cijfers over de verschuivingen tussen partijen onderling blijft het allemaal wat troebel. En zelfs met is het niet makkelijk om te doorgronden wat de oorzaken zijn.

  7. 13

    @03 Je zou het beeld misschien iets kunnen veralgemeniseren door te zeggen dat “grilligheid” van de (hedendaagse) kiezer te maken heeft met de mate van ontzuiling. Dan moet je dus niet alleen aan allerlei religieuze denominaties denken, maar ook aan de arbeidersbeweging. Persoonlijk vind ik dan de tegenstelling tussen Oost-Groningen en de rest Van Groningen voorbeeldig. De lichte rurale strook tussen Gr/Fr tot ergens in de Achterhoek zou dan effectief het minst verzuild kunnen zijn geweest in het verleden, of de schok van de ontzuiling zou daar het minste impact hebben gehad, dat moet misschien nog iets nader uitgevlooid worden.

    Samenvattend, de kiezers vinden dat het (nog steeds/alweer) om ideologie gaat en de partijen zijn niet in staat daarin tegemoet te komen (of ze willen het niet). Wellicht omdat veel hedendaagse partijen of stromingen ideologie als iets atavistisch beschouwen. (Behalve dan de fundamentalistische christenen (SGP), moslims, en een bepaalde kleine maar vaste kern van de SP)

  8. 16

    Juist in Limburg merk je helemaal niets van een opkomst van lokale partijen (eerder het tegenovergestelde, ze raken zetels kwijt aan landelijke partijen, die zich steeds meer ook op de gemeenteraads- en LP-verkiezingen richten).

  9. 18

    @014

    interessant: hoe zou dat tot scheefheid in de resultaten leiden?

    de procentpunten verschuiving zijn berekend door, per partij, de zetelverdeling in procenten van jaar x af te trekken van jaar x-4 (of minder…)

    dus volgens mij zitten de opkomstpercentages al verdisconteerd in “zetelverdeling in procenten” en zou daar nogmaals voor corrigeren juist niet correct zijn.

    toch?

    Rolf Hut

  10. 19

    Misschien komt kuddegedrag in sommige regio’s meer voor dan in andere, waardoor de verschuivingen in sommige regio’s massaler uitpakken dan in andere? Is er een correlatie met het gemiddelde aantal uren dat mensen televisie kijken, als mogelijke vervanger van de pastoor/hoofdmeester/dokter als opinieleiders van weleer?

  11. 21

    @17 Ik had het over “fundamentalistische christenen (SGP), moslims, én een bepaalde kleine maar vaste kern van de SP“. Waarbij ik trouwens nog de marktfundamentalisten vergeten was. Wat is daar op tegen?

    Of ben je een van die zielloze zaagselhoofden die menen dat je een geloof geen ideologie mag noemen? Dat is een ideologisch idee, sukkel.

  12. 22

    % grillige kiezers zal zich verhouden tot leegloop in de katholieke kerk in Brabant en Limburg. Zijn de weg kwijt en zoeken iemand die ze weer op het goede spoor brengt…

    “Wilde rimpelingen” uit: Tusschenspelen ( P.C. Boutens;1942)

    De ziel met al haar zeren en haar kwalen rept
    Zich om genezing eer de wilde rimpeling verebt