Thema Kennis

Hulspas weet het | De pil die niet mag ontsnappen

COLUMN - Ik citeer een lange passage uit een opiniebijdrage van neuroradioloog Liesbeth Reneman, in het NRC Handelsblad van 30 oktober. Ze reageert daarin op de oproep van Arjen Lubach om xtc te legaliseren. De cruciale passage luidt:

Het is waar dat de schade van tabak en alcohol heel groot is. Maar omdat deze middelen verslavend zijn, worden ze in veel grotere hoeveelheden gebruikt. Xtc wordt daarentegen over het algemeen recreatief gebruikt: men neemt eens in de zoveel tijd een pilletje. De verslavingszorg ziet dan ook weinig xtc-verslaafden. Hier wringt meteen de schoen: in vergelijkingen tussen xtc en alcohol wordt geen rekening gehouden met de mate van blootstelling. Als je een verslavend middel met een recreatief middel gebruikt, is het niet zo gek dat die sterk verschillen. Alles waar je te veel van neemt is uiteindelijk schadelijk, ook water.

Maar dat wil niet zeggen dat xtc ‘relatief onschuldig’ is. Integendeel. In al onze Amsterdam UMC studies vinden we dat zowel zware gebruikers als gebruikers die net zijn begonnen, fors lager scoren op een geheugentaak. Dit verschil is vergelijkbaar met het verschil tussen mavo/mbo en havo/vwo.

Wij zijn ons

RECENSIE - Hoog tijd voor een beetje sociologische verbeeldingskracht.

Toen ik lang geleden aan de studie sociologie begon was de collegezaal bijna te klein. Sociologie was een van de populairste vakken in de jaren zestig en zeventig, de jaren van de dringend noodzakelijke maatschappijverandering, van de maakbaarheid, van de gelijkheid van kansen en van de torenhoge verwachtingen ten aanzien van de verzorgingsstaat. De universiteiten scheidden massa’s doctorandussen af die onmiddellijk geplaatst konden worden in de uitdijende ministeries voor welzijn, volksgezondheid, onderwijs en huisvesting. In de loop van de tijd ben ik de band met het vak en de vakgenoten wat kwijtgeraakt. Ik begreep wel dat ik het hoogtepunt had meegemaakt en dat het in de jaren tachtig snel bergafwaarts ging met de populariteit van de sociologie.

Dat de liefde niet geheel verdwenen is merkte ik bij het lezen van een alleraardigst boekje van Mark van Ostaijen (1984), een socioloog van een geheel nieuwe generatie, verbonden aan de Universiteit Tilburg en ook publicerend in landelijke dagbladen. Wij zijn ons; een kleine sociologie van grote denkers is een zeer publieksvriendelijk boek dat in deze tijd van ‘polarisatie, segregatie en individualisering’ aandacht vraagt voor de sociale kanten van ons gedrag. Van Ostaijen ergert zich aan de bovenmatige aandacht in de laatste jaren voor biologie en neurowetenschappen als eenzijdige verklaringsgronden voor menselijk gedrag. Wij zijn veel meer dan ons brein. ‘Wie we zijn en wat we doen kan beter begrepen worden als sociaal gedrag dan als individuele handeling.’ Het is tijd dat het eens klip en klaar gezegd wordt.

Hulspas weet het | Een onvermijdelijk afscheid

COLUMN - Bestelt u wel eens een boek bij Amazon? Mooi, dan heeft u dus meebetaald aan het verlaten van de aarde. Want dat is waar Amazon-baas Jeff Bezos momenteel een miljard dollar in steekt. En wat hem betreft zullen er nog vele miljarden volgen. Het kan hem niet schelen; hij heeft zo’n 150 miljard op zijn bankrekening staan en is rotsvast van plan om het daaraan te besteden. Zolang de mensheid maar de aarde verlaat.

Bezos is een slachtoffer van het ruimtevaarttijdperk. Als jochie van vijf zag hij Neil Armstrong over de maan huppelen en vanaf dat moment was hij besmet met het ruimtevaartvirus. Zijn fantasieën  over de verovering van de ruimte kregen een bijzondere wending toen hij zes jaar later een tv-programma zag waarin SF-auteur Isaac Asimov en fysicus Gerard O’Neill er op los filosofeerden over de toekomst. O’Neill voorspelde dat de mensheid straks in ruimtestations zou leven, ver boven de aarde. Die blauwe bal, daar kwamen we dan alleen nog maar tijdens de vakantie. Asimov was het daar helemaal mee eens. Hij noemde het idee dat we altijd op aarde zouden wonen ‘planetair chauvinisme’. (Dat laatste was in 1975 een héél vies woord.)

Goed volk | Zwarte Piet (2)

COLUMN - In het eerste deel van dit artikel had ik het voornamelijk over de figuur van Zwarte Piet zoals die in 1850 door Jan Schenkman c.q. zijn illustrator J.W.A. Hilverdink is gecreëerd en hoe deze figuur zich tot op heden ontwikkeld heeft. In dit vervolg gaan we zoals toegezegd een heel andere kant op.

Ik sla de periode van de Middeleeuwen tot Schenkman, waarin het Sinterklaasfeest zoals we dat nu kennen zich heeft ontwikkeld, gemakshalve even over en ga terug naar oeroude tijden. De tradities die daaruit zijn voort gekomen, zijn karakteristiek voor volkscultuur: ze versmelten met elkaar, soms geheel en soms gedeeltelijk, ze gaan nieuwe verbintenissen aan, ze verdwijnen en ze worden heruitgevonden. En zo voort. Volkscultuur is wat dat betreft eigenlijk één grote promiscuïteit. Op deze plek kan ik, complex als de stof is, eigenlijk alleen enkele wegwijzers plaatsen en een paar deuren openzetten.

Hulspas weet het | Een simpele verdwijning

COLUMN - Iedere inlichtingendienst heeft zijn eigen stijl om mensen uit de weg te ruimen. De Chinezen laten niks merken maar wachten tot hun slachtoffer China bezoekt en laten hem dan patsboem verdwijnen. De Noord-Koreanen sturen moordenaars op pad maar letten erop zo min mogelijk sporen achter te laten. Net zoals vroeger, toen er, zoals na de moord op Trotsky, werkelijk jaren speurwerk nodig waren voordat het ernstige vermoeden dat Stalin erachter zat ook echt bevestigd kon worden.

De GROE komt ook bij u op bezoek maar laat daarbij zó veel sporen achter dat binnen korte tijd alle namen van agenten op straat liggen. Het kan ze gewoon geen moer schelen of ze gesnapt worden of niet, zolang de meerderheid van de Russen maar gelooft dat al die onthullingen westerse verzinsels zijn. En verraders zoals Skripal (de omschrijving komt van Poetin) maar gewaarschuwd zijn.

De academicus als homo non ludens

ACHTERGROND - In de NRC van afgelopen zaterdag stond een essay van René van Woudenberg, met als portee dat de wetenschappelijke bewijsgrond ruimte laat om ook op zoek te gaan naar een wetenschappelijk bewijs voor Gods bestaan. Een oud argument, dat de plank mis slaat. Een argument bovendien waar juist theologen zich verre van zouden moeten houden, al heeft ook de wetenschap boter op haar hoofd.

De gedachte dat wetenschap en religie gescheiden werelden zijn, de zogeheten non overlapping magisteria, is van relatief recente datum. Ze komt niet voort uit een waargenomen toenemende, hinderlijke bemoeienis van religie met de wetenschap, maar eerder uit het omgekeerde, een wetenschap die steeds minder raakvlakken met de religie ervaart. Misschien dat het juist daarom des te meer opvalt wanneer het kortstondig schuurt.

Er is echter meer aan de hand. Men hoort sommige kerkgangers nog wel eens klagen over de evolutietheorie, maar nooit dat de wetenschap in zijn algemeenheid een bedreiging zou zijn voor het geloof en daarom aan de deur geweerd dient te worden. Wetenschappers die menen dat religie in zijn geheel bij het grof vuil hoort en in ieder geval geen plek heeft binnen de academie, zijn eenvoudiger te vinden. De bedenkingen zijn, met andere woorden, eenzijdig. De vraag is waarom.

De sleutel zou wel eens kunnen liggen in een opmerking van historicus Johan Huizinga, in zijn boek Homo ludens, waar hij stelt dat alle aspecten van de menselijke cultuur een spelelement in zich dragen, met uitzondering van de moderne wetenschap sinds de achttiende eeuw. Ergens in haar weg door de moderne tijd heeft de wetenschap haar relativeringsvermogen verloren en is bevangen door een dodelijke ernst. Een onnodige ernst ook, want de regels van het academische spel bepaalden al sinds het prille begin dat er in de wetenschap geen ruimte was voor God.

Goed volk | Zwarte Piet (1)

LONGREAD - Je kunt van het ons met enige regelmaat falende rechtsapparaat zeggen wat je wilt, maar het ruim één maand vóór de nationale intocht van Sint Nicolaas voor de rechter slepen van vierendertig ‘Helden van Dokkum’ getuigt van een perfecte timing. Als het een beetje meezit hebben we er na de definitieve uitspraak van de rechter begin december vierendertig ‘martelaren’ bij. Een betere scheut olie op het vuur had ik niet kunnen bedenken.

Diezelfde timing dwong mij ertoe een idee over een blog over Zwarte Piet vervroegd te realiseren. Ik kan bij de naderende burgeroorlog niet doen of mijn neus bloedt en ik wil de feiten voor zichzelf laten spreken. Ik zal de zwartepietendiscussie niet mijden, maar wil me er niet al te diep in mengen. Lafhartig schuif ik die Zwarte Piet door (de uitdrukking komt overigens uit een kaartspel), maar ik zal aan het slot wel enkele conclusies trekken.

Hulspas weet het | Een goed gesprek over eten

COLUMN - Het is niet meer tegen te houden. Wij worden allen vleesverlaters. Op dit moment zijn er pakweg een miljoen vegetariërs en zo’n honderdduizend veganisten. Dat lijkt niet veel, maar het gaat hier om een verdubbeling in luttele jaren tijd. En die onstuimige groei zal waarschijnlijk alleen maar doorzetten. Nog tien, twintig jaar, en vlees eten heeft hetzelfde imago als roken anno 2018. De grote vraag is natuurlijk wat hiervan de gevolgen zullen zijn. Gunstig voor dieren, dat is duidelijk. Maar voor de mens? Al die tofoe, bonen en pompoen, gaan we daar geestelijk op vooruit? (Afgezien van het feit dat we zouden kunnen genieten van het gevoel dat we goed bezig zijn.)

De klassieke voedingsleer zegt van niet. Voeding, dat draait om suikers, vetten en eiwitten, en een handjevol zeldzamer bestanddelen. Zolang je daar genoeg van binnenkrijgt, is er niks aan de hand. Ongeacht waar het vandaan komt. Dat is de klassieke opvatting. En u raadt het al: die klopt niet. We zijn namelijk niet de enigen die genieten van onze spijsvertering. Onze darmen zitten vol bacteriën die enthousiast met ons mee-eten. Maar (en nu komt het): wélke bacteriën dat zijn, hangt af van de samenstelling van ons voedsel. En daar komt bij: die bacteriën communiceren met ons brein. Langs neurologisch én chemische weg. Met andere woorden: uw darmen praten met uw brein, en als uw voedselpatroon verandert, verandert het gesprek. Dus nogmaals: zijn vegetariërs en veganisten wijzer – of juist niet?

Media en migratie

ACHTERGROND - Het is belangrijk dat journalisten zich goed bewust zijn van de impact van hun berichtgeving, schrijft Matthijs Rooduijn op Stuk Rood Vlees naar aanleiding van een survey door sociologen Christian Czymara en Stephan Dochow.

Immigratie. Het is al jaren één van de meest besproken thema’s in het publieke debat. En we raken er maar niet over uitgepraat. Veel discussies zijn uiteindelijk op het thema terug te voeren. Klein voorbeeld: NRC schreef afgelopen weekend terecht dat het debat over onderzoek naar de groeiprognoses van de bevolking in Nederland eigenlijk helemaal niet over de bevolkingsomvang an sich gaat.

“Niemand maakt zich zorgen over de ontembare voortplantingsdrift van Nederlanders – eerder over het gebrek eraan. Het onderzoek gaat dus over de vraag hoeveel migranten Nederland aankan. Willen we wel of niet dat migranten hier komen om aan de vraag naar arbeid te voldoen? En krijgen ‘ze’ niet te veel kinderen in vergelijking met ‘ons’?”

Immigratie wat de klok slaat dus. Wat zijn nu de gevolgen van de grote media-aandacht voor dit onderwerp?

Media-impact

Afgelopen zomer verscheen er een interessant artikel dat precies op deze vraag ingaat. De sociologen Christian Czymara en Stephan Dochow koppelen een tekstanalyse van artikelen in Duitse kranten en tijdschriften aan een grootschalige panelstudie waarin Duitse respondenten over een periode van 15 jaar gevolgd worden. De kracht van dit survey is dat dezelfde mensen over een lange tijd gevolgd worden en dus vastgesteld kan worden of en hoe hun opvattingen over immigratie veranderen.