Post-atheïst | Johannes de Doper

Foto: Post-Atheïst
Serie:

COLUMN - Sozopol ligt in het oosten van Bulgarije, aan de Zwarte Zee, in een zó toeristische streek dat de vraag zich onontkoombaar opdringt wat Gerd Leers in vredesnaam heeft bewogen om uitgerekend hier een villa te kopen. Er zijn enkele mooie stadjes, maar verder bestaat de kuststrook uit een eindeloze reeks hotels. ‘In de communistische tijd stonden er hier vijftig,’ hoorde ik ergens vertellen, ‘en daarna kapten ze het groen en toen was er ruimte voor honderdvijftig.’

Het voordeel van het massatoerisme is dat er geld is om monumenten prachtig op te knappen, enkele mooie musea te bouwen en archeologisch onderzoek te doen. Zo ook op het eilandje ten noorden van de stad, waar in 2011 opgravingen plaatsvonden in het klooster van Sveti Ivan, ofwel Sint-Jan, ofwel Johannes de Doper. Daarbij werden mensenbotten gevonden waarvan men onmiddellijk beweerde dat die waren van de boetgezant.

Ik word daar altijd wat iebel van, maar niet omdat ’s mans gebeente óók ligt in de Umayyadenmoskee in Damascus en de Sint-Jan van Lateranen in Rome. Die santenkraam kan ik wel lijden en ontroert me zelfs, zoals ik ook ontroerd ben als ik in het Florentijnse Museum van Wetenschapsgeschiedenis een reliekhouder zie met de vinger van Galilei. Ieder zijn meug. Wat me dwars zit is dat de wetenschap daar de oren naar laat hangen.

Archeologen kunnen met de C14-methode vaststellen hoe waarschijnlijk de datering van oud botmateriaal is. Dit is inderdaad gedaan en het gebeente blijkt uit de eerste eeuw te kunnen stammen. Méér kunnen we niet weten. Onderzoekers zouden, als er voldoende vergelijkingsmateriaal zou zijn, aan de hand van het DNA kunnen vaststellen of iemand past bij de historische bevolking van deze of gene landstreek, maar zoveel vergelijkingsmateriaal is er niet. Indien Johannes, zoals de evangelist Lukas beweert, behoorde tot een priesterlijke familie, zou eventueel ook nog kunnen worden onderzocht of het y-chromosoom overeenkomt met dat van andere mensen uit priesterlijke families, maar voor zover mij bekend is zulk onderzoek nooit uitgevoerd.

Nog principiëler is dat Johannes is begraven in Judea. Je zou van de Bulgaarse archeologen toch minimaal een verklaring willen horen hoe zijn botten vanuit het Midden-Oosten zijn overgebracht naar een eiland in de Zwarte Zee. En dan wil ik geen middeleeuwse legende, maar iets in een bron uit de tweede of liever nog eerste eeuw. Die is er niet.

We hebben dus te maken met een archeologische vondst die wordt gehyped door te beweren dat we te maken hebben met een personage uit de Bijbel, maar waarbij onwelgevallige informatie uit diezelfde Bijbel achterwege wordt gelaten. Een typisch geval van selectief winkelen: je neemt wat je uitkomt, je laat weg wat je niet bevalt.

Van de gelovige kan ik dat hebben. Als mensen steun ontlenen aan het idee dat er iets tastbaars is dat hen met deze of gene heilige verbindt, wie ben ik dan om ze van die illusie te beroven? Ik zal dus niet klagen over de Romeinse en Damasceense Johannes. Onschuldige folklore. Dat de wetenschap in Sozopol zulk bijgeloof ondersteunt, is echter bedenkelijker.

0

Reacties (1)

#1 Anna

Wie veel reist kan veel verhalen, ziehier het prachtig verwoordde en oprechte reisverhaal van Jona waarvoor hulde.