Open Access kan eenvoudiger

ANALYSE - Staatssecretaris Sander Dekker wil binnen tien jaar alle wetenschappelijke publicaties publiekelijke toegankelijk maken. Lovenswaardig, maar actie is nodig, schreef Jaap Walhout eerder op deze site. Vandaag een reactie van gastredacteur Aron Beekman, postdoc theoretische natuurkunde op RIKEN, Wako, Japan.

De laatste decennia is er eindelijk schot gekomen in het toegankelijk maken van onderzoeksartikelen en -resultaten. Met de komst van het internet zijn de technische voorwaarden voor open en vrije toegang aanwezig, en als we de wetenschapspraktijk opnieuw zouden beginnen, bestonden tijdschriften in hun huidige vorm niet. Er is dus sprake van traagheid in het systeem en een overgang wordt enkel belemmerd door vastgeroeste patronen.

In een recent artikel zet Jaap Walhout enkele mogelijkheden uiteen voor hoe de overheid publicatie in open access-tijdschriften kan bevorderen, of zelfs uitvoeren. Wat mij betreft is dit een overgecompliceerde, technische oplossing voor een sociaal probleem. Daarom wil ik aan de hand van de praktijk in mijn vakgebied, natuurkunde, waar onderzoekers al twintig jaar open en vrij hun resultaten delen, enkele aanknopingspunten geven die het makkelijker, goedkoper en sneller uitvoerbaar zouden kunnen maken.

De rol van tijdschriften

Eerst wat achtergrond over wetenschapspublicatie. Uitgevers vervullen op dit moment de volgende taken:

  • genereren inhoud
  • opmaak
  • filteren
  • peer review
  • verspreiding
  • prestige

Nu wil het geval dat wetenschappers zelf nagenoeg al deze zaken voor hun rekening nemen, althans in de natuurkunde, behalve de laatste. Natuurlijk creëert de onderzoeker de inhoud. Artikelen schrijf je in TeX of LaTeX, waardoor verdere typesetting vrijwel overbodig is. Over het filteren van goed en slecht werk is veel te zeggen, maar in de praktijk zijn er genoeg slechte artikelen die in de meest gerenommeerde tijdschriften terecht komen, terwijl je soms prachtig, daadwerkelijk vernieuwend werk nauwelijks gepubliceerd krijgt. Peer review is belangrijk, maar wordt door wetenschappers zelf gedaan, met alleen aansturing van een redacteur (verder is peer review een minimumcontrole op de kwaliteit en relevantie van het onderzoek; en zeker niet een stempel “dit is waar” zoals weleens geopperd wordt). En verspreiding is op het internet doodsimpel.

Zo kom je dus tot het uiteindelijke bestaansrecht van wetenschappelijke tijdschriften: de erkenning. In toenemende mate is het belangrijk om in vooraanstaande tijdschriften te belanden, als onderzoeker word je daarop afgerekend. Promovendi en postdocs hebben het nodig voor het vinden van een nieuwe aanstelling, hoogleraren en universitair docenten om onderzoeksgeld te bemachtigen, universiteiten om in ranglijstjes hun waarde te vinden, bureaucraten om budgetten te rechtvaardigen. Nu is de situatie in Nederland nog niet zo slecht, collega’s van mij uit zekere Aziatische landen vertellen me dat daar bijna alleen het aantal publicaties in gerenommeerde tijdschriften geteld wordt. Dit staat in schril contrast met de gang van zaken in Stanford:

We simply ask outside experts, as well as our tenured faculty members, whether a candidate has significantly changed how we understand chemistry.

Waarbij opgemerkt moet worden dat een topinstituut als Stanford het natuurlijk voor het uitkiezen heeft.

Het doel van open access

Wetenschap gaat vooruit doordat onderzoek uitgevoerd en vervolgens gedeeld wordt. Nieuwe empirische resultaten leiden tot verfijnde modellen leiden tot nieuwe experimenten enzovoorts. De wetenschap is dus gebaat bij snelle, open en vrije communicatie van bevindingen. De eenvoudigste manier zou zijn om die bevindingen op te schrijven en ze op een goed vindbare plek neer te zetten, voor eenieder te downloaden. Dit is het basisidee achter open access. En dit is ook hoe het werkt: sinds 1991 kunnen onderzoekers in de wis- en natuurkunde al hun resultaten vóór publicatie, een zogenaamd preprint, kwijt op de website arXiv.org (voorheen xxx.lanl.gov, niet te verwarren met andere xxx-delen van het internet). De website is open voor iedereen, de toezicht is minimaal, er wordt enkel geautomatiseerd gecontroleerd op plagiaat. Vrijwel alles wat uiteindelijk in gewone tijdschriften gepubliceerd wordt, is ook en vaak eerder te vinden op arXiv. Ook de hoogst aangeschreven tijdschriften als Nature, Science en Physical Review staan toe dat een kopie van het artikel op arXiv verschijnt. Deze tussenweg heeft er niet toe geleid dat deze tijdschriften in de (financiële) problemen komen, sterker nog, de wil om erin te publiceren is enorm. Anderszins is het in de gemeenschap geaccepteerd dat sommige werken alleen op arXiv verschijnt, waarvan het werk van Perelman het beroemdste voorbeeld is.

Wat moet de overheid doen?

Het is lovenswaardig dat de overheid open access wil stimuleren, maar het is niet nodig om mensen te dwingen in open access-tijdschriften te publiceren. Voor de wetenschappelijke praktijk is het voldoende dat het werk ergens beschikbaar is. Dat kan zijn op een centrale website als PubMed of arXiv, of in landelijke of zelfs universitaire repositories. Zolang er een DOI (digital object identifier) op zit, kan het gevonden en geïndexeerd worden. Het bijhouden van citaties kan prima door derden gebeuren, in de natuurkunde bijvoorbeeld door ADS of Inspire, en als je geïnteresseerd bent in impactfactoren kun je nog altijd bij bedrijven als Thompson Reuters terecht.

Daartoe kan de overheid simpelweg bepalen dat door haar gefinancierd onderzoek altijd open beschikbaar moet zijn. Zulk beleid is kort geleden ingesteld door de NIH, de grootste financierder van medisch onderzoek in de VS, met uitstekende resultaten. Als grote subsidieverstrekkers dit van hun onderzoekers eisen, moeten tijdschriften wel accepteren dat het werk ook open beschikbaar komt. Het is ook duidelijk dat voorlopig niet voor hun bestaan hoeven te vrezen, alhoewel uitbuitingspraktijken mogelijk wel tot het verleden gaan behoren. Op dit moment moedigt de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wel aan om resultaten open te delen, maar stelt het niet verplicht. Mijn advies zou zijn om het niet pietepeuterig in Nederland allemaal zelf uit te gaan vinden, maar om het Europees aan te pakken. Europees onderzoeksgeld is in rap tempo nationale subsidieprogramma’s aan het vervangen, en een Europese richtlijn zal een onontkoombare omslag opleggen.

Kan het nog eenvoudiger?

Zoals gezegd is de enige werkelijke toegevoegde waarde van tijdschriften de prestige die publicatie erin oplevert. De onderzoekers zelf hebben er geen speciaal belang bij, zij willen vooral de resultaten van hun collega’s kunnen inzien, maar voelen zich genoodzaakt tot deze rat race door de eisen die werkgevers en subsidieverstrekkers stellen. In een ideale wereld is deze druk afwezig, en wordt men enkel beoordeeld door de wetenschappelijke inhoud van het werk. Voor zo’n scenario heb ik een half-gekscherende, half-serieuze oplossing, die ik wel eens arXiv met een like-button heb genoemd. Hoe bepaal je, als wetenschapper, of een artikel voor jou de moeite waard is om te bestuderen? Dat is vooral of door jou gerespecteerde collega’s er een positieve mening over hebben. Als een mij bekende een bepaald artikel aanbeveelt, zal ik het zeker lezen, en eerder dan de laatste uitgave van Nature.

Voeg aan je bestaande artikelserver als arXiv een mogelijkheid toe om met een vinkje aan te geven dat je een artikel interessant vindt, al dan niet met extra commentaar. De identiteit kan via je affiliatie (universiteit/laboratorium enz.) vastgesteld worden, zoals dat nu ook al gebeurt. Dit is in feite al genoeg. Reken maar dat een verklaring van zeg, Ed Witten, het artikel direct prestige oplevert en mogelijk meer dan publicatie in welk tijdschrift dan ook. Het vervangt ook direct peer review, aangezien ik de anonimiteit niet zo erg van belang vindt. Als iemand ergens positief over is, zal die geen probleem hebben dat te verklaren, en wanneer een artikel geen aanbevelingen krijgt, zegt dat ook genoeg.

Hoewel er vast aanmerkingen op en problemen met dit systeem zijn, is het in ieder geval zeer eenvoudig, goedkoop, egalitair, open en technisch snel realiseerbaar.

  1. 1

    In de beginjaren was iedereen huiverig om in PLOS One te publiceren, omdat het ‘blad’ geen impact factor had. Als social media/open access de toon gaan worden in de wetenschappelijke wereld, dan zullen instituten toch af moeten van die tijdschrift-centrische impact factor/citation index/Van Raan-factor/whatever en de Open Access Journal-versie van de ‘Like’ moeten gaan omarmen.

  2. 2

    Dus als

    Ook de hoogst aangeschreven tijdschriften als Nature, Science en Physical Review staan toe dat een kopie van het artikel op arXiv verschijnt.

    ook zou gelden voor elke tak van wetenschap, dan is er toch verder geen probleem?

    En ik ben bang dat een like-button al snel wordt geklikt; een vlot geschreven abstract kan een snelle like krijgen, terwijl uit de – niet gelezen – methodes blijkt dat het aan alle kanten rammelt.
    En waarom zou een like van Ed Witten meer prestige opleveren? Het is toch maar 1 like? Of telt zijn klik zwaarder?

    Nee, liever de peer-review als een like. Waar ik nog wel voorstander van ben, is dat de reviewers de auteurs van het manuscript niet weten; er speelt nogal wat vriendjespolitiek vermoed ik, bij het toe- of afwijzen van een artikel.

  3. 3

    @0 Aardig stuk, maar net zoals er aan mijn voorstellen haken en ogen zitten, zitten die er ook aan dit stuk.

    Sinds wanneer schrijven alle wetenschappers hun artikelen met LaTeX? Misschien in een paar vakgebieden, maar zeker niet alle. Verre van zelfs. En waarom zou het perse in LaTeX moeten en niet in bijvoorbeeld Markdown?

    Zoals @2 zegt, is een like snel gegeven. Hoe ga je de kwaliteit controleren? Door het aantal likes te tellen? De peer-review als like is dan inderdaad beter. Wellicht aangevuld met open peer review op vrijwillige basis.

  4. 4

    @2,3 Excuus, dat was inderdaad niet helemaal duidelijk. Ik bedoel een geauthenticeerde ‘like’, waarbij openbaar is van wie die afkomstig is. Iedere lezer kan zelf uitmaken waar hij of zij belang aan hecht, het aantal likes of misschien liever van wie die afkomstig zijn. Wat betreft kwaliteit: het niveau op arXiv doet niet onder voor tijdschriften, en de rariteiten haal je er zo uit.

    Open peer review is zeer interessant, en wordt hier en daar al toegepast. Op het onlangs gelanceerde BioRxiv kun je ook commentaar achterlaten. Aan de andere kant: ik kijk elke dag naar de nieuwe artikelen op arXiv, en kan daar al heel goed uitzoeken wat voor mij interessant is. In die zin voegt peer review weinig toe. Het is soms nuttig omdat je als auteur commentaar van experts krijgt, maar even zo vaak zijn het botte afwijzingen, die door redacteuren gebruikt worden om je naar een lager ingeschat tijdschrift te delegeren.

    Double blind peer review is niet heel effectief, vaak kun je uit bijvoorbeeld de referenties in het artikel al opmaken van welke groep het afkomstig is.

    @3 Over TeX: ik geef de praktijk in de natuurkunde aan. Wat mij betreft zou elk zichzelf respecterende auteur in TeX willen schrijven; in ieder geval neemt het een boel werk voor zijn rekening. Het punt is dat drukken en zetten is niet meer een dienst waarvoor we tijdschriften hoeven te betalen.