Onder de dolenden (5) – een kort verhaal

klik voor vergroting
Illustratie: Crachàt

De emotionele ontlading die Brecht verwachtte bleef uit. Zijn ouders bleven rustig op de bank zitten en keken om zich heen naar de staat van het appartement. Brecht kende dit, als het op onderhoud aankwam dan was het bij zijn ouders altijd helemaal in orde en hij zag hun enigszins misprijzende blikken langs de muur gaan die al jaren niet meer geverfd was en gelig was geworden door de aanslag van sigarettenrook. Maar dat kon hem allemaal niets schelen. Lijdzaam moest hij toekijken hoe zijn ouders gelaten waren onder het nieuws van de laatste paar uur en zelfs opgelucht leken te zijn met de tijding. Het was het laatste dat hij had verwacht.

‘Wat doen we nu met de begrafenis?’, vroeg de moeder aan de vader.
‘Ongeacht wat de rechercheur vandaag te weten komt, laten we de begrafenis toch over drie dagen plaatsvinden. Het vormt slechts een formaliteit in besloten kring, dus we hoeven ook niemand uit te nodigen voor de begrafenis. Wat doet het er dan toe of het een echt lijk is, of niet? Er is al genoeg verloren geraakt, we kunnen dit maar beter zo snel mogelijk achter de rug hebben.’
De moeder knikte instemmend. Ze omhelsden elkaar even kort waarna ze op zoek gingen naar tastbare herinneringen. Brecht sloeg het allemaal gade vanaf de zijkant. Na een tijdje hoorde hij zijn moeder vanuit de slaapkamer: ‘Zou hij al zijn foto’s weg hebben gedaan?’
‘Maakte hij die dan?’, antwoordde zijn vader hierop.
‘Naturlijk wel, hij had hele series van zijn vakanties in Zuid-Amerika, van een jaar of vijf geleden.’
‘Oh ja, natuurlijk, het lijkt me sterk dat hij die weg heeft gedaan. Misschien heeft hij ze naar zolder gebracht.
Brecht liep nadat hij dit gehoord had haastig de slaapkamer binnen. De deurtjes van zijn commode stonden open, maar nergens waren de mapjes en de zilveren metalen doos waarin hij zijn foto’s bewaarde te bekennen. Hij draaide zich direct om en keek naar zijn moeder die onverstoorbaar verder ging met het doorzoeken van zijn boekenkast.

Zijn ontslag voelde als een bevrijding. Hoewel hij niet werkelijk overspannen was, was hij wel de uitputting nabij. De eerste dagen van zijn herwonnen vrijheid besloot hij het er eens goed van te nemen; hij ging laat naar bed, kwam er ook laat weer uit en liet de dag aan zich voorbijglijden zonder werkelijk iets te ondernemen. Langzaam kwam hij werkelijk tot rust in een periode die hij zag als een geestelijke leegstroom van alle overtollige ballast die hij de afgelopen jaren met zich mee had gedragen. Ondanks deze grote mate van inactiviteit vlogen de dagen voorbij en na enkele weken zorgde de gewenning voor het lengen der dagen. Hij had zich nog niet precies voorgenomen wanneer hij aan de slag zou gaan, maar hij dacht dat het moment zichzelf wel zou aandienen. Het was namelijk een idee waar hij al jaren mee liep; hij wilde een kroniek van deze tijd maken, een geschiedsschrijving in de vorm van een roman waarin hij de tijd zou grijpen en deze voor anderen inzichtelijk maken. De ambitie om schrijver te worden had zich al vroeg in hem gemanifesteerd. Hij had er de tijd voor genomen om deze te laten groeien, om zijn ontwikkeling tot volle wasdom te laten komen. Hij had een tijdsschema opgesteld waaraan hij zich streng diende te houden. Tot zijn achtentwintigste had hij zich de tijd gegund zich te bekwamen in de literatuur. Fase een was erop gericht om de klassieken uit de literatuur tot zich te nemen. Het was de voorbereiding waarin hij het kader schiep waaruit hij zou kunnen putten. De voedingsbodem voor zijn ideeën moest hierin worden gelegd. In al die jaren had hij de boeken verslonden, maar dit had niet geleid tot een bepaalde bevrediging omdat hij voortdurend tijdsgebrek ervoer om alles tot zich te nemen. Fase twee besloeg de twee jaar daarna; in deze fase kreeg hij de tijd om zich in het schrijven zelf te bekwamen. Hij ging op zoek naar zijn eigen stijl en probeerde verschillende stijlmiddelen uit. Fase drie was nu ongeveer aangebroken; hij moest de twee eerdere fasen gaan combineren om tot de uitwerking van zijn manuscript te kunnen komen. Het was voor hem belangrijk dat hij zich nauwgezet aan deze planning hield. Hij wist dat hij er veel voor zou moeten laten. Gedisciplineerd en eenzaam moest hij zich over de boeken buigen, hij moest zijn dagen inrichten in het teken van de ontraadseling van zijn tijd. En nu werd hem de mogelijkheid geboden om in alle rust en concentratie zijn ideeën eindelijk uit te gaan werken. Het zou zijn manier worden om de onsterfelijkheid te bereiken want zonder deze achtte hij het leven zinloos.

Hij had zich een manier van snellezen eigen gemaakt, waarbij hij pagina’s diagonaal doorlas en een hoop tijd bespaarde. Het gaf hem voldoening dat hij zo de verloren tijd min of meer in kon halen. Drie keer per week ging hij naar de bibliotheek om nieuwe literatuur te halen en als hij daar dan toch was, spitte hij meteen de kranten even door. In het park kwam hij nauwelijks meer en ook bij vrienden ging hij zich vaker verontschuldigen wanneer ze iets met hem af wilden spreken. Hij voelde dat hij iets te volbrengen had van een hogere orde en afgezien van zijn bezoeken aan de bibliotheek en het halen van boodschappen, leefde hij als het ware als een kluizenaar die moeite heeft om het daglicht te verdragen. Hij kon zich nauwelijks meer iets voorstellen bij de ongedwongenheid die hij soms op straat zag, waarbij men elkaar puur voor het simpele samenzijn ging opzoeken. Van de andere kant benijdde hij ze ook dat men het zo eenvoudig voor zichzelf kon maken. Maar wanneer hij zichzelf betrapte op deze gedachte, hoorde hij een stem vanbinnen die hem erop wees dat de rest stil stond en hij verder moest. Het schrijven ging echter moeizaam. Hij maakte wel een aanzet maar het kostte hem veel meer inspanning da hij had verwacht. Het kon hem maar weinig bekoren wat hij op papier wist te krijgen. Hij leek er niet in te slagen de verbinding van zijn hersenen naar zijn hand te maken, waaruit het verhaal voort moest vloeien. Het uitblijven van een resultaat van zijn beproeving leidde tot een tanende motivatie. Toch bleef hij gestaag doorgaan. Hij wist dat het op een dag moest omslaan en dat hij nu te maken had met de beginnersmoeilijkheden. Zijn talent zou op den duur boven water komen en hij moest zich deze tegenvallende periode getroosten. Sommige dagen bracht hij gebogen over het papier door, zonder ook maar een letter op papier te krijgen.

Hij zag zich voor twee dilemma’s gesteld; ten eerste was er de verdwijning van het lichaam en ten tweede ontbrak de doos met foto’s. Blijkbaar was er heel wat gemoeid met Brecht’s overlijden. Het lichaam interesseerde hem niet zozeer, waarschijnlijk waren het rovers die op zoek waren naar organen. Er heerste al jaren een schaarste aan donoren en nu werden complete lijken ontvreemd net zoals er in de beginjaren van de anatomie, lijken werden opgegraven om ze te kunnen onderzoeken. Tal van vermissingen werden er opgegeven in ons land en steeds minder vaak werden deze opgelost. De organen konden voor veel geld worden verkocht in het buitenland. Het lichaam was verder ook onbruikbaar geworden, het maakte hem niet zoveel uit wat er verder mee gebeurde nu het was gevonden. Of de organen nu werden verkocht of zouden worden aangevreten door de aardwormen, kon hem weinig schelen. Zijn geest was nog intact gebleven en dat was op dit moment het belangrijkste. De verdwijning van de foto’s daarentegen zou hem op een spoor kunnen brengen. Het waren onschuldige foto’s van vakanties of feestjes die voor niemand interessant konden zijn. Hij keek er zelfs al jaren niet meer naar. De enige momenten dat hij ze tevoorschijn haalde was wanneer nieuwe mensen in zijn leven zijn beeltenis in een vroeger leven wilden zien. Maar de laatste jaren had hij niemand meer leren kennen en zodoende waren ze onaangeroerd blijven liggen in de commode. Er waren dus maar weining mensen die van het bestaan van deze foto’s afwisten en ook weinigen stonden erop. Weliswaar had Brecht ooit wel eens de ambitie gehad om zich te verdiepen in de fotografie, tot dusverre was hij nooit verder gekomen dan deze verzameling. Bovendien manifesteerde zich bij hem duidelijk het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke fotografen; op zijn foto’s waren voornamelijk gebouwen te zien, monumenten, landschappen, terwijl vrouwen juist meer mensen fotografeerden. De belanghebbenden voor zijn foto’s werden op deze manier aanzienlijk gereduceerd.

Het enige waar Brecht aan kon denken was een dubbelganger. Hij wist dat er van ieder mens wel ergens een dubbelganger rond liep, maar dat deze zich bij hem in de buurt ophield zou natuurlijk wel en sterk staaltje zijn. Hij moest lachen door zijn naiviteit.
“Het is nog niet zoín gek idee dat je daar hebt, Brecht,” hoorde hij achter zich.
Ze was weer even geruisloos verschenen als eerder op die dag.
“Ik heb sterke aanwijzingen dat deze iets met jouw moord te maken heeft. Iemand die in de buurt was op het tijdstip van je moord, heeft deze tekening van hem gemaakt.”

Wordt Vervolgd

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4

  1. 2

    De Dolenden zijn niet echt in zondaglijn geprogrammeerd, caprio. Jorn houdt zowizo al niet van te horizontaal programmeren, en ik help hem daar graag bij door zo irregulair mogelijk mijn tekeningen te leveren.