Mona. Juist Nu.

Krenterig, maar met oog voor de armen. Wie voldoet aan die eisen? Juist.

De VVD kan stoppen met zijn zoektocht naar een passende leus om de verkiezingen mee in te gaan. Ik heb er een bedacht.

Krenterig. Juist nu.

Nu voor veel Nederlanders sprake is van een afnemende bestaanszekerheid, is het vanzelfsprekend dat er vraagtekens worden gezet bij de geïnstitutionaliseerde liefdadigheid die ontwikkelingssamenwerking heet. We kunnen met z’n allen eindelijk ongegeneerd krenterig zijn.

Juist nu.

We willen niet weten hoe tenenkrommend en obligaat liefdadigheid geworden is. Dieptepunt is toch wel de inzamelingsactie voor de slachtoffers van de overstromingen in Pakistan in 2010. Grote ramp was dat. Een ramp die volgens de Verenigde Naties erger was dan de tsunami in de Indische Oceaan in 2004. Toch heerste in Nederland geen algemeen gevoel van urgentie. Er werd vooral heel veel geklaagd over corruptie en terrorisme. Je kreeg zowat de indruk dat het de overstromingen over zichzelf had afgeroepen. Ter bezwering van zoveel hardvochtigheid konden we in verschillende media lezen hoe woest de Pakistaanse bevolking wel niet was op haar eigen politici, opdat we vooral wisten dat ze daar natuurlijk ook niet op hun achterhoofd zijn gevallen, maar niettemin slachtoffers waren van een grote ramp en daarom hulp nodig hadden. Uiteindelijk werd het moedeloze bedrag van 20 miljoen euro opgehaald. Ter vergelijking: voor de slachtoffers van de zeebeving in Zuidoost-Azië was 211 miljoen ingezameld.

Krenterig. Juist nu.

Het percentage mensen dat in armoede leeft, is gedaald van 52% in 1981 naar 22% nu. Mede dankzij 0,7% van ons BNP aan ontwikkelingshulp. Ook gaat 75% van de kinderen in Afrika naar school. Mede dankzij 0,7% van ons BNP aan ontwikkelingshulp. Allerlei ziektes zijn uitgeroeid of spectaculair gereduceerd, zoals pokken, polio, difterie en mazelen. Allemaal mede dankzij 0,7% van ons BNP aan ontwikkelingshulp. Toch lijkt het alsof we nog altijd in de rampzalige omstandigheid verkeren dat het voortbestaan van de gehele mensheid aan een zijden draad hangt. De druk om de allerzwaksten en de allerarmsten van de wereld te blijven helpen met het geheiligde percentage van 0,7% van ons BNP is onverminderd groot. Maar wie het nú niet laat aankomen op een paar miljard meer of minder aan ontwikkelingssamenwerking, heeft gewoon geld teveel.

Krenterig. Juist nu.

Jarenlang heb ik Greenpeace gesteund, vanaf de dag dat een lid van de beweging mij aansprak, vlak nadat de euro zijn intrede had gedaan. Hij wees me erop wat een geweldige dienst ik de wereld zou kunnen bewijzen, door slechts 5 euro per maand te doneren. Ik was nog een student van begin twintig, vol van romantische ideeën over de wereld en het ontdekken ervan. Ik associeerde Greenpeace met avontuur en heldenmoed, met beelden waarin activisten in gebouwen klimmen om boosaardige multinationals te dwarsbomen, en in snelle bootjes over het water scheren om walvissen te redden. Greenpeace was geen goed doel in mijn ogen, maar een levensstijl. Dat de wereld er beter van werd, was een bijkomstigheid. Daarom liet ik me inschrijven, ter plekke, en ter bevestiging van een gekoesterd zelfbeeld. Ik beloofde 50 euro per jaar af te schrijven via automatische incasso.

Dat heb ik jarenlang gedaan. Om de zoveel tijd kreeg ik mailings, brochures en magazines opgestuurd, die steevast op naam stonden van ene heer Elha. Waar ik me niet aan stoorde, omdat ik die dingen toch niet las. Pas door de crisis ben ik gestopt met doneren. Want als schrijvende zzp’er heb ik te maken met teruglopende inkomsten.

Greenpeace belt me nog wel eens, om te vragen of ik écht niks kan missen. Het antwoord is steeds nee. Voor zover ik niet al mijn hele leven zuinig ben geweest en me daar misschien ook een beetje voor schaamde, weet ik mij door de crisis gesterkt om ongegeneerd krenterig te zijn. En ben ik geoorloofd te stemmen op een politieke partij die voor mijn belangen opkomt.

Dat is iets wat ik nooit eerder heb gedaan. Altijd heb ik mijn democratische plicht tot stemmen aangewend om de belangen van anderen te dienen. Mensen van wie ik weet dat ze het anders niet redden. Die geen boodschap hebben aan de individualistische ideologie van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Deze week hoorde ik nog het verhaal van een Marokkaanse oudere man die om drie uur ’s nachts last van zijn hart kreeg. Zijn laatste restje bewustzijn gebruikte hij niet om de alarmcentrale 112 te bellen, maar zijn dochter. Want door de paniek durfde hij niet op zijn gebrekkige Nederlands te vertrouwen. Het is uiteindelijk goed afgelopen, daar niet van. Maar het had ook helemaal fout kunnen gaan, als je bedenkt dat er kostbare tijd verloren gaat. Deze mensen veranderen niet in onafhankelijke, zelfredzame burgers. Ze hebben baat bij een collectivistische maatschappij en geen individualistische. Ik denk meestal aan hen wanneer politici spreken over ‘de zwakkeren van de samenleving’.

Ondanks de crisis onthoud ik mijn stem aan hen, de ‘zwakkeren’, niet. Ik vind namelijk niet dat het van hen ten koste moet gaan. En daarom ga ik niet voor de VVD, maar voor het CDA. Het CDA is vóór krenterigheid, zoals de VVD, maar ontziet daarbij de zwakkeren. Dat vind ik belangrijk. Bovendien mag ik om het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek te kunnen halen de uren meerekenen die ik als zzp’er besteed aan acquisitie, scholing en het bijhouden van de administratie. Met dank aan de demissionaire CDA-minister van Finaciën Jan-Kees de Jager. Daarom verdient het CDA, dat het momenteel erg slecht doet in de peilingen, mijn stem. Ik ga om precies te zijn stemmen op de nummer twee van de lijst: Mona Keizer. Omdat zij de ideale combinatie is van Prinses Máxima en Margaret Thatcher, van links en rechts, van charme en gestrengheid, van helderheid en mysterie. Zij is mijns inziens de belichaming van het radicale midden.

Mona. Juist nu.

Foto Flickr cc Zoetnet

  1. 1

    Ik kom er niet uit. Is dit ironie? Of bestaan er echt mensen die vinden dat het CDA opkomt voor de zwakkeren?
    Vanwege de positieve verwijzing naar Thatcher gok ik toch maar op ironie. Zoiets kan niemand serieus menen.