Mannen komen van de Aarde, vrouwen ook

Aarde & Mars (Foto: Flickr/Bluedharma)

Mannen en vrouwen zijn anders. Ze zien er verschillend uit, ze denken anders en ze zijn goed in verschillende dingen.

Tenminste, dat is de algemene opvatting zoals die breed wordt uitgemeten in populaire boekjes, met Men are from Mars, Women are from Venus van John Gray als de bekendste.

Al in 1974 publiceerden Maccoby en Jacklin het boek The Psychology of Sex Differences. Ze onderzochten meer dan 2.000 studies naar sekseverschillen en vonden dat mannen en vrouwen voor het grootste deel gelijk zijn. In 2005 deed professor Hyde van de Universiteit van Wisconsin hetzelfde nog een keer, waarbij ze keek naar onderzoeken die gebruik hadden gemaakt van de sindsdien nieuw ontwikkelde methode van de meta-analyse.

Ook zij vond dat mannen en vrouwen grotendeels gelijk zijn. Voor 78% van de onderzochte variabelen was het verschil ‘bijna nul’ (30%) of ‘klein’ (48%). Het verschil was alleen ‘zeer groot’ voor de snelheid en afstand van het gooien van een bal. Verder was er een noemenswaardig verschil in een aantal, maar niet alle agressie (m.n. fysieke agressie) en seksuele variabelen (m.n. masturbatie en houding ten opzichte van ‘casual sex’).

Vrouwen hebben dus geen wezenlijke andere stijl van leiding geven en zijn ook niet slechter in wiskunde. Het voorbestaan van dit soort populaire vooroordelen leidt er volgens professor Hyde toe dat vrouwen die een enigszins autocratische stijl hebben die voor een man gewaardeerd zou worden, meteen worden neergezet als keiharde bitch. Ook kunnen getalenteerde vrouwelijke wiskundigen door alle vooroordelen besluiten een andere carrièrekeuze maken. Het breed levende, maar onjuiste idee dat mannen en vrouwen wezenlijk anders communiceren is ook niet bevorderlijk voor het oplossen van relatieproblemen: als je elkaar toch niet kan begrijpen, waarom zou je dan proberen te onderhandelen?

Het is dus beter boekjes van oplichters als Gray links te laten liggen en uit te gaan van Hydes Gender Similarities Hypothesis:

Males and females are similar on most, but not all, psychological variables. That is, men and women, as well as boys and girls, are more alike than they are different.

(Janet Hyde: The Gender Similarities Hypothesis, American Psychologist, vol. 60, 581?592, 2005)

  1. 1

    Natuurlijk zijn de overeenkomsten groter dan de verschillen. Dat hele Venus/Mars-gelul is dus ook precies wat het is: gelul.

    Toch denk ik één verschil te kunnen duiden, nl. dat vrouwen van te voren een duidelijker omlijnd idee hebben van hoe een bepaalde situatie zou moeten zijn of zich zou moeten ontwikkelen.
    Mannen laten zich meer leiden door een “we-zien-wel” houding.

    Dit uit zich, naar mijn mening, bij vrouwen in gedisciplineerd(er) gedrag dat tot doel heeft om de gewenste situatie te bereiken, terwijl mannen eerder geneigd zijn om nonchalant gedrag te vertonen, aangezien de uitkomst niet van belang is of lijkt te zijn. (kijk bijvoorbeeld naar studenten, waarbij de vrouwen duidelijk harder werken dan de mannen)

    Een gebeurtenis die de gewenste situatie onmogelijk maakt, leidt tot meer stress bij vrouwen terwijl dit door mannen eerder als een fait accompli geaccepteerd wordt. Mannen kunnen dus niet beter tegen stress, maar mijn vermoeden is dat ze door hun houding minder vaak in stress-situaties zullen komen. Onderzoek naar de reactie op stress bij mannen en vrouwen lijkt dat losjes te ondersteunen.

    Als je er een evolutionair psychologisch sausje over wil gooien, zou je de oorsprong van dit verschil kunnen vinden in de traditionele rolverdeling bij de oermens. De vrouw, verantwoordelijk voor de grot en het vergaren van voedsel dat niet wegrent, kon haar situatie naar eigen inzicht inrichten. De man daarentegen had te maken met de weerbarstige werkelijkheid van bisons en mammoeten. In de jacht op deze dieren moest je roeien met de riemen, of gooien met de speren, zo je wil, die je had.

  2. 2

    Wat een onzin. De verschillen zijn er, en duidelijk. 30% Is namelijk helemaal niet “bijna nul” tenzij je heel hard wilt dat dat zo is.

    @1

    Geen evolutionaire sausjes a.u.b. We weten niets van de rolverdeling bij oermensen.

  3. 4

    @3

    ’t Ligt aan niet m’n rekenaars-, maar lezerskwaliteiten. Ik nam aan dat de genoemde 30% het verschil was tussen de gemeten waarden voor beide seksen, niet dat het het percentage variabelen was waarvoor het verschil zeer klein was.

    Neemt niet weg dat het percentage variabelen met een waarneembaar verschil 70% is. ’t Is vervolgens nog belangrijk welke variabelen dit zijn.