Japanse economie doet het zo slecht nog niet

ANALYSE - Volgens Hans van Zon behoeft het imago van de Japanse economie een correctie. En de geringe verwevenheid met de wereldeconomie geeft te denken.

Al 25 jaar nauwelijks economische groei, een enorme schuldenberg en zombiebanken. Dat is het beeld dat naar voren komt als er in de westerse pers over de Japanse economie geschreven wordt.
Maar als we naar een aantal kernindicatoren kijken blijkt Japan sinds 2000 beter gepresteerd te hebben dan andere leidende mogendheden. Ook is het Japanse financiële systeem robuuster dan dat van de meeste westerse landen en bestendiger tegen externe schokken. Japan heeft ook meer ruimte om een zelfstandige economische politiek te voeren.

Lage economische groei

Gedurende 2000-14 nam het Bruto Nationaal Product (BNP) van Japan af met bijna 3 per cent terwijl dat van de VS toenam met 69 per cent. Dat is een enorm verschil. Maar de vergelijking is niet eerlijk omdat de bevolkingsgroei in Japan stagneerde terwijl die van de VS vrij hoog was. Tussen 2000 en 2014 groeide het Amerikaanse BNP per capita (rekening houdend met koopkracht) met 51,2 per cent en dat van Japan met 44,3 per cent (voor de periode 1990-2014 wordt het verschil overigens aanzienlijk groter)(Wereld Bank data). Hierbij moeten we bedenken dat de VS bij het berekenen van het BNP minder rekening houdt met reële inflatie dan Japan. Met gelijke berekeningsmethoden verdwijnt het verschil.

Maar als we het BNP per werkende berekenen komen we tot het verrassende resultaat dat Japan sinds 2000 veel beter presteerde dan de VS. Het aandeel van mensen jonger dan 15 en ouder dan 65 jaar nam in de Japanse bevolking tussen 1990 en 2013 toe van 43 tot 62 per cent terwijl dat in de VS afnam van 52 tot 50 per cent. Alhoewel economische groei in Japan gering was, werd deze bereikt met een snel slinkende beroepsbevolking. Gedurende 2000-2012 nam de arbeidsproductiviteit per werknemer in Japan toe met gemiddeld 3,08 per cent per jaar, in de VS met slechts 0,37 per cent en in Duitsland nam die af met 0,25 per cent.

Opmerkelijk is dat ondanks de langdurige stagnatie de werkloosheid laag bleef (een maximum van 5,8 per cent gedurende 1990-2015). Sinds 2009 daalde de werkloosheid (juli 2015: 3,3 per cent).
Ook heeft Japan haar leidende positie in hightech industrieën versterkt. Industriële werkgelegenheid is nog steeds belangrijk (25,3 per cent van beroepsbevolking, in Nederland 15 per cent, 2010).

Schuldenberg

Vaak wordt verwezen naar de enorme schuldenberg van Japan (overheidsschuld 230 per cent van het BNP in 2014). Die van Griekenland (175 per cent) is daar klein bij. Het verschil met Griekenland is dat de overheidsschulden niet aan buitenlandse maar vrijwel uitsluitend (voor 90 per cent) aan binnenlandse schuldeisers zijn, bijvoorbeeld de grote Japanse pensioenfondsen en de Bank van Japan.

De toename van de schulden lag niet alleen aan de toegenomen overheidsuitgaven maar ook aan deflatie. Zou Japan geen deflatie gekend hebben gedurende 1997-2013 maar 1 per cent inflatie, dan zou de bruto schuld in 2013 geen 220 maar 115 per cent van het BNP bedragen. Dit is een waarschuwing voor de EU. Daarom is een inflatie van 2 per cent een van de belangrijkste doelen van de regering Abe.

De rente op overheidsschulden is laag. Netto rentebetalingen van de overheid bedragen minder dan 1 per cent van het BNP. Dat is lager dan de rentebetalingen van Nederland en Duitsland en veel lager dan die van Griekenland (ongeveer 4 per cent). Dit zegt veel over het in steen gehouwen EU criterium van een maximale staatsschuld van 60 per cent van het BNP. In Japan komt de betaalde rente de Japanse economie ten goede en niet buitenlandse schuldeisers. Ook moeten we bedenken dat de netto publieke schuld (rekening houdend met tegoeden van de Japanse overheid ) veel kleiner is (maar nog steeds te groot met 134 per cent van het BNP, 2012).

Internationale positie

Ten aanzien van het buitenland heeft Japan vooral leningen uitstaan. Japan is ’s werelds grootste crediteur. Japan heeft ook veel bezit in het buitenland.

Maar buitenlandse investeringen (fabrieken en dergelijke) zijn relatief gering (met 1049 miljard dollar liggen die op hetzelfde niveau als van België en Zwitserland, eind 2012). In het algemeen is Japans verwevenheid met de wereldeconomie gering. De politiek van Japanse financiële instellingen is ook vrij conservatief en zij zijn voorzichtig met speculatieve activiteiten. Japan heeft nauwelijks financiële derivaten gekocht, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland (Japan had eind 2012 financiële derivaten ter waarde van 118 miljard dollar, Nederland 131 miljard dollar, BIS). Japanse banken hebben weinig leningen uitstaan bij buitenlandse financiële instellingen. Japan heeft ook heel weinig inwaartse buitenlandse investeringen (3,85 per cent van het BNP, OESO gemiddelde is 29,7 per cent, 2011).

De laatste jaren riepen het IMF en de OESO Japan op om meer risico te nemen en zich meer te integreren in internationale financiële markten. Maar een diepere integratie zoals het IMF en OESO die voorstaan brengt ook grote risico’s met zich mee zoals de crisis van 2007-8 liet zien. Toen raakten de meeste EU financiële instellingen onmiddellijk besmet door de financiële crisis in de VS.

Nu hebben Japanse banken sinds 2009 hun aanwezigheid op buitenlandse markten juist sterk uitgebreid en het aandeel van buitenlandse activa op hun balansen nam toe van 20 per cent in 2009 tot meer dan 40 per cent in 2013, in het bijzonder door het uitbreiden van niet-leen activiteiten zoals fusies, en zonder veel risico te lopen.

De schokbestendigheid van het financiële systeem

Het Japanse financiële systeem was nauwelijks getroffen door de financiële crisis van 2007-9. De klap kwam vooral middels een sterke afname van de exporten en een ineenstorten van de beurs door terugtrekking van buitenlandse investeerders. Maar Japanse banken hoefden niet gered te worden door de regering. Japanse banken hadden zich al eerder ontdaan van slechte leningen en hun buffers versterkt. Ook is het belang van schaduw financiële instellingen relatief gering gebleven en deze sector vormt daarom geen gevaar voor de stabiliteit van het financiële systeem.

Hoewel Japanse financiële instellingen machtig zijn, hebben zij de regering minder in hun greep dan in de VS en meeste EU landen. Het industriële kapitaal is relatief sterk gebleven.

Door het lage niveau van internationale financiële integratie en grote schokbestendigheid van het financiële systeem, is het Japanse kapitalisme veel meer nationaal gebleven dan dat van bijvoorbeeld Nederland, Frankrijk, Duitsland en Groot Brittannië. Er is veel meer ruimte voor een relatief autonoom economisch beleid.

Dit neemt niet weg dat Japan grote economische problemen heeft: niet alleen de schuldenberg en deflatie maar, bij voorbeeld, ook de geringe consumptie en geringe investeringsbereidheid bij ondernemingen (alhoewel er voldoende geld is, Japanse ondernemingen zitten op een geldberg). Er is ook toenemende sociale uitsluiting (bijvoorbeeld de snel groeiende groep in precaire laagbetaalde arbeid), vergrijzing in de landbouw (de gemiddelde leeftijd van een Japanse boer is 68,5 jaar) en de gevolgen van de kernramp in Fukushima zijn nog niet uitgewerkt.

(een en ander wordt verder uitgewerkt in : Hans van Zon ‘Globalized Finance and Varieties of Capitalism’, Palgrave MacMillan, February 2016)

 

  1. 2

    @1: Haha, ik had dezelfde reactie bij dit stuk.

    Vooral in het begin over aandeel werknemers onder de 15 en boven de 65, de enorme productiviteit per persoon meen ik toch ook wat menselijke drama’s te ontwaren. De gemiddelde Japanner moet dus van 13 tot 70 non-stop werken om de eindjes aan elkaar te knopen? Nee, top die economie.

  2. 3

    Toenemende arbeidsproductiviteit betekent niet dat de Japanners harder zijn gaan werken (hogere arbeidsintensiteit) of meer uren zijn gaan werken. Het betekent dat zij meer per uur zijn gaan produceren en dat ligt veelal aan efficienter werken of betere machines

  3. 4

    @2: Het feit dat de gemiddelde boer in Japan bijna 70 jaar oud is licht natuurlijk ook al een topje van de sluier. Japan is regelrecht op ramkoers met haar zelf en ik geloof dat dit land een goed voorbeeld is van wat er kan gebeuren als mensen alleen nog maar als nummers gezien worden binnen een economie. vooral als je hem bekijkt met deze kennis over wat er in de afgelopen jaren is verschoven binnen het kapitalisme: https://www.youtube.com/watch?v=qOP2V_np2c0

  4. 5

    @3: Nee, nog langer en harder werken dan ze in Japan doen, dat is vooralsnog niet mogelijk voor mensen, ook niet voor Japanners. De vergrijzing en het schrikwekkend lage geboorte-cijfer is hier evident aan. Japanse inwoners willen geen kinderen meer. Die nemen wel een huisdier om te vertroetelen, dat vereist lang niet zoveel werk en centen en blijven hun leven nog dankbaar ook.

  5. 6

    Het is goed om wat verder te kijken naar hoe het echt met een economie van een land gaat. Helaas gaat de auteur van dit artikel niet ver genoeg. Alleen de gangbare economische indicatoren (zoals BBP per hoofd bevolking en productiviteit) zeggen nog steeds erg weinig. Wat is die productiviteit precies, hoe is de gegroeide welvaart verdeeld over de bevoling, waar bestaat die toegenomen BBP uit, etc?

    Verder wordt er uiteraard weer vergeten dat Japan een eigen munt heeft en zo’n staatsschuld, of die nu in binnen- of buitenlandse handen is, totaal onvergelijkbaar is met een staatsschuld van een land zonder eigen munt zoals Griekenland of Nederland. Wat is toch die obsessie met staatsschulden?

  6. 7

    De obsessie met staatsschulden is relatief nieuw. Dat is er in gepompt door de media, met name sinds de financiele crisis van 2008. Dat had in Europa ook te maken met het EU criterium van 60 per cent van het BNP als maximale staatsschuld. Dat percentage was uit de lucht gegrepen. Merkwaardig was dat er niet gerept werd over de schulden van de financiele sector die in de meeste EU landen veel groter waren.
    Ben het ook eens met de opmerking dat enkele standaard economisch indicatoren (zoals BNP, schuldenquote, inflatie..) weinig zeggen over de werkelijke economische situatie van een land. En: naarmate indicatoren belangrijker worden, zijn deze ook eerder voorwerp van manipulatie.
    Het gegoochel met cijfers in mijn bijdrage maakt, hoop ik, op dit punt, ook een en ander duidelijk